Voordeur

Lutgart had het goed begrepen. Dacht ze. Ze moest vriendelijker zijn voor onze medemensen. En ze moest vooral de sukkelaars helpen. Op haar wandelingetjes door de Lange Munt kwam ze vaak huppelende jongmensen tegen die met kleverige newspeak geld vroegen voor de weeskindjes in Afrika, de zieke mensen in Venezuela  of de diepgelovige Christenen uit het Midden Oosten, op de vlucht voor religieuze waanzin.  Lutgart was telkens onder de indruk. Maar met haar klein pensioentje kon ze de gepiercte wereldverbeteraars weinig bieden.

Ze kende wel een sukkelaar uit haar straat.  Andrés winkeltje was failliet gegaan toen hij net geen 63 jaar was, gerold door een gewiekste cafékennis. Het was niet de eerste keer. André was veel te goedgelovig. En dat heeft pijn gedaan. Solidariteit mag dan wel genationaliseerd zijn, sommigen, zoals André,  vallen steevast uit de boot. Hij woont in een huisje van zijn zus. Boven is alles dichtgetimmerd, beneden woont hij. Alles in één ruimte, om te sparen op verwarming. Eten komt van de voedselbank. Of soms eens van bij Lutgart, overschot van de zurkelplets bijvoorbeeld. Weinig jongeren hebben daar  aandacht voor. Je kan met iemand als André de wereld niet verbeteren. Ze zouden hem nochtans kunnen helpen, met soep of zo. Maar dat staat niet op hun millennial cv’tje. Hiermee kan je nooit voluit gaan voor een master-na-master in de culturele antropologie.

Ze kende ook een alleenstaande moeder met drie kindjes. Greetje had geen geluk in de liefde. Ze viel telkens op de verkeerde, die haar keer op keer met het resultaat van haar onvoorwaardelijke overgave liet zitten.  Aan haar diploma verkoop heeft ze ook niet veel gehad. De zorg voor haar kindjes ging voor.  Ze leefde van uitkeringen. Haar gezin verdween in de statistieken van de kinderarmoede. Geen uitstapjes naar Bellewaerde, geen Xbox. Goedkope jenever en sigaretten konden de ellende niet doen verdwijnen maar Greetje bleef van haar kindjes houden. En af en toe stak Lutgart een stukje versleten speelgoed binnen, iets wat ze op haar zolder gevonden had.

Met zoveel mensen wereldwijd op de vlucht, met zoveel mensen op zoek naar geluk en een inkomen, moet er iets gebeuren. De nieuwsuitzendingen van VRT en VTM hamerden het er bij Lutgart in. Lutgart zou haar voordeur openzetten, nu voor iedereen. De zoete inval bij Lutgart. Greetje en de kindjes kwamen op woensdagmiddag langs, voor een lekkere pannenkoek. Op dinsdag en soms op donderdag sprong André binnen om naar Familie te kijken. En een pintje te drinken.  Op maandag kwamen Vladimir en Marek een karweitje doen, of gewoon niets doen en een boterham eten en op vrijdag kwam Mo binnen met zoete koekjes. “Voor de geburen, Lutgart”, zei hij. In ’t weekend waren het Corneliu en Grigore, en de kindjes van Fatima en Malik. Zondagavond zaten Henk en Ingrid mee voor de TV, met een doosje Pringels die ze meestal zelf meebrachten.

Die kleine dingen maakten Lutgart gelukkig. En iedereen hoorde van de zoete inval. En iedereen kwam langs. Tot in Gentbrugge en Ledeberg kenden ze Lutgart. Het pensioentje voldeed niet meer om elke dompelaar dat kleine stukje geluk te geven.  Lutgart verkocht dan maar wat spullen van haar overleden echtgenoot en haalde haar spaarboek leeg. Het jonge geweld van de Lange Munt had haar doen inzien dat gastvrijheid heilig, onbegrensd en bindend was. Haar spaarcentjes hield ze bij in een klein ijzeren koffertje, om het leed te verzachten waar nodig.

Alleen jammer dat haar voordeur openbleef. De wijkagent had het nog zo gezegd.

Wakker

Zes uur. De wekker maakt me wakker. Een lege lijnbus dendert door de straat. Het putdeksel maakt nog altijd evenveel lawaai. Ik neem een warme douche, bijna heet,  en met heel veel douchegel. De condensatieketel trekt zich op gang en zet wat extra aardgas om in CO2. Zeepresten zoeken hun weg naar de riool. Nee, ik ben niet goed bezig, maar een mens moet toch proper zijn om te gaan werken. Aan de Visserij moeten ze dat toch ook denken, of hebben diehard ecologisten een ander idee over hygiëne? Mogelijks. Maar mijn dreadlocks zijn wel netjes en hygiënisch, sèg!  Ik hoor het mijn laatste sollicitant nog zeggen.

Ik lees de krant, De Gentenaar. Die is wel van de buren, maar die zijn nog niet zo vroeg op. We sharen. Lekker modern. En nog goed voor het milieu. Het circulatieplan wordt nog maar eens aangepast. De Minnemeersbrug verandert van rijrichting. Omdat er klachten van de buurt zijn. Hoe edelmoedig om naar klachten te luisteren. Van wie precies de  klachten zijn, hebben we het raden naar. Toch niet van mijn kennissen. Maar ja, die zijn van geen tel. Ik ook niet trouwens.

Het leven moet verder gaan. Ik neem de auto en vertrek naar het werk. Een stuk voor acht uur, anders zit je muurvast aan de Dampoort. Daar zijn ook klachten over. Maar waarschijnlijk van de verkeerde mensen. Gent is wat we delen, behalve klachten van lastige mensen. Het gaat vlot vandaag, slechts een tiental auto’s voor mij en ik kan de rotonde op. De verkeerslichten zijn mij gunstig gezind.  Ik erger mij weer eens aan een fietser zonder fietslicht, zonder fluohesje en met een overdosis kapsones. Telkens zeg ik tot mezelf “laat het, slecht voor uw tikker”.

Op het werk overloop ik mijn mails. Er zit heel wat bagger tussen, van Kluwer, de Morgen en van Creditsafe. Tiens, ik dacht dat ik me ooit eens uitgeschreven had. En de GDPR dan? Of was dat ook weer zo’n Europese bezigheidstherapie die ons alleen maar op kosten heeft gejaagd? En mag ik de map GDPR dan klasseren naast deze van de Declaration of Performance die ons enkele jaren geleden ook al eens de stuipen op het politiek correcte lijf heeft gejaagd? Maar ja, eurocraten moeten ook leven. En Europa blijft het recyclagepark par excellence voor uitgerangeerde politici. We zullen er moeten leren mee leven.

De avond valt steeds vroeger, nog enkele dagen en we beleven de langste nacht. Het avondjournaal staat op. Ik word stilaan misselijk als ik TV kijk. Marrakesh, ik  ben er nog nooit geweest maar ik vind het nu al niet meer zo sympathiek. Ik heb de tekst van het pact eens afgeprint,  in het Engels. Het eerste dat ik las in de preambule is dat bij het migratiepact rekening gehouden wordt met het klimaatakkoord van Parijs. Vreemd, waarom nemen al die ministers en hun medewerkers dan het vliegtuig? En de week er op naar New York? Gaan ze ondertekenen met kerosine? Zou Skype het klimaat niet kunnen redden? Of mag ik dat zo niet zien? Allicht niet. Ik ben geen visionaire professor, slechts een onwetende burger. Misschien zelfs een beetje verzuurd. Sorry.

Die trip naar Parijs heb ik ook maar afgezegd. Ik heb geen zin om een geel hesje met een zwart kapje en een omcirkeld A’tje tegen te komen. Ik ben mijn auto nog aan het afbetalen en ik heb geen zin hem in de fik te zien gaan. Maar ze hebben gelijk, we worden kapot belast. Toch zullen ze moeten dansen naar de pijpen van de elite. De CO2 is het nieuwe Zyklon B. De strijd er tegen mag kosten wat het wil, de burger betaalt toch altijd. In ’40 – ‘45 was het met zijn leven, nu met zijn eigen centen.

Grote Smurf

Het zou ongepast zijn om te zeggen dat er vrijdag plots witte rook aan de gevel van de Botermarkt verscheen. Voor een groen stadsbestuur is rook des duivels behalve als het uit een pelletkachel komt. Het was  eerder een veelkleurige walm die aan de Krook de herfstige lucht insteeg.

Na zestig jaar krijgt Gent een blauwe burgemeester, een Grote Smurf als het ware. Blauw van kleur maar met rode pet en broek. Gezeten op een troon van watermeloen, en voorzien van een protocollair oranje lintje. Trouwers krijgen binnenkort een weesgegroetje en een onzevader mee.

Heel wat “rode” bevoegdheden zoals stadsontwikkeling, ruimtelijke planning, wonen, personeel, sport, werk en gelijke kansen kleuren nu blauw of groen. Maar de Gentenaars kunnen gerust slapen, de socialisten krijgen de post financiën. Na het Zilverfonds van Johan en  de groene stroomcertificaten van Freya is dit een geruststellende gedachte.

De Grote Smurf krijgt er ook een knappe Smurfin bij. Schattig, gedreven en intelligent én bevoegd voor economie, handel, ondernemen en haven. De ondernemers kunnen stilaan weer beginnen dromen. Als ze er even lief  tegen doet als tegen de jonggehuwden kunnen we hopen dat Gent  toch geen economisch kerkhof op een ecologisch paradijs wordt.

Dat de mobiliteitspaus zijn bevoegdheid behoudt, stond in de sterren geschreven. De talrijke prijzen die de Gentse trofeeënkast bleven vullen deden niets anders vermoeden. Maar de blauwe ontknipping wordt wel geknipt. Gelukkig beloven ze dat de lang verwachte Verapazbrug en de ondertunneling van de Dampoort er eindelijk komen. Mathias zal zijn best mogen doen om in Brussel de centen los te krijgen. Hopelijk klinkt de familienaam van de beroemdste kleinzoon van Vlaanderen aan de Leuvenseweg en in de Hertogstraat even luid als aan de Graslei en in de Veldstraat.

Het nieuwe dreamteam presenteert de inwoner van Gent in de komende zes jaar veertien werven. Hopelijk mogen we de bouwmaterialen voor die werven met mijn pas aangekochte CNG-vrachtwagen blijven aanleveren en hoeft dat niet te gebeuren met een middeleeuwse platte schuit en een leger Oost-Europese loonslaven te voet. Aan de Veeweg zaten er al een twintigtal te wachten. Als de dienst economie nu nog zijn NGO-kleedje kan afgooien schijnt de zon weer boven een ondernemend Gent.

Dat WoninGent wordt doorgelicht lijkt me ook een goede zaak. Van de groenen ga je niet verwachten dat hun mandatarissen in sociale woningen gedropt worden. Die wonen meestal beter,  aan de Visserij of in een andere fancy wijk waar de progressieve intelligentsia en de bakfietsende tweeverdieners samenhokken. De Sint-Bernadettestraat mag nu écht hopen dat de schimmel er van de muren verdwijnt … tenzij men er een kwetsbare variant vindt die onder de habitatrichtlijn valt.

De nieuwe bestuursploeg voorziet alvast negentig miljoen euro om de oververhitte woningmarkt aan te pakken. Het lijkt me een habbekrats tegenover de zes miljard euro die nodig is om de wooncrisis op te lossen. De Ghelamco’s en de Mevaco’s van deze wereld wrijven zich al in de handen. Benieuwd wie er vanaf januari de skybox komt vullen.

Maar laat ons niet zuur doen. Laat ons de Grote Smurf een kans geven. Of de toekomst even rooskleurig zal zijn als zijn wereldberoemde superlatieven ons moeten doen geloven, valt af te wachten. Maar dat hij niet zal pleuje om Gent een ongelooflijke, formidabele, warme en fantastische toekomst vol goede potgrond te geven staat vast.

Ik denk dat de oppositie en de commentatoren evenmin zullen pleuje.

Maria Goretti

Het is stil  in Gent. Het lage wolkendek hangt als een grijze winterjas over de daken en dempt alle geluiden. Zelfs na het uitpluizen van het lokale nieuws vind ik weinig terug over de gesprekken die de toekomst van de stad in de komende zes jaar zullen bepalen. Travaillions heureux, travaillions cachés. De haven en het circulatieplan moeten ondertussen blijven opbrengen, toch?

Maar dat was buiten de ongeduldige Joris Vandenbroucke gerekend, de coming man van een far gone party,  die Mathias De Clercq opriep tot realiteitszin. Realiteitszin of de nijpende nood aan lucratieve postjes? De enige realiteit die ik heb gezien op 14 oktober is dat de socialisten ferm van hun voetstuk zijn gevallen. Hun realiteit ligt trouwens zwaar door te wegen in de kelders van SO-Gent en op de muren van de sociale woningen in de Sint-Bernadettestraat. Hadden ze maar begrepen wat naamstemmen waard zijn.

Na de afstraffing in het stemhokje lijkt hun partijkas wel zo leeg te zijn als de portemonnée  van de Black Friday freaks, die de bankrekeningen van de Primark en de Media Markt rijkelijk spijsden maar hun eigen rekeningen dieprood deden kleuren. En er is pas volgende week weer pré.  Lege kassen zijn we van socialisten gewoon, die van het Zilverfonds is nooit anders geweest. Na decennia lang goed en wijs bestuur heeft Gent zelfs 6 miljard euro nodig om de woningnood te lenigen. Dat is geen lege kas, dit is een zwart gat. Een goede katholiek rekent af en toe op de goddelijke voorzienigheid, een echte socialist rekent altijd op de belastingbetaler. Het Vlaams gewest moet dat maar verstaan. Ook het feit dat Gent de meeste kabinetsmedewerkers heeft. Maar dit doet hier niet ter zake.

Gelukkig viel er ook leuk nieuws te rapen. Iets waar we al járen lang zaten op te wachten… er is een havermoutbar geopend in de Nederkouter, yes!  Het is eens iets anders dan een luxe worst van het ter ziele gegane Würst of het veredeld bakje friet van Frites  Atelier. Dat Oats Day Long het langer zal uitzingen dan de carnivore creaties van Jeroen Meus staat in de sterrenhemel van de Gentse veggies geschreven. Succes gegarandeerd, al moesten alle groenen wekelijks verplicht worden daar meerdere porties pap te kopen. Ook met kip of geitenkaas, uiteraard van bij de bio-boer.

Voor het straffere spul kunnen de youngsters terecht in een gloednieuw buurtcentrum waar ooit de heilige Maria Goretti vereerd werd. De stad maakt van de kerk  een fuif- en concertzaal.  Ik hoop van harte dat Maria Goretti zal blijven waken over de jonge meisjes die na het fuiven en snuiven langs de donkere Blaisantvest huiswaarts keren. Maria verkoos in  1902 te sterven, liever dan verkracht te worden door haar belager en werd daarvoor heilig verklaard in 1950. Ze is sindsdien de patroonheilige van de slachtoffers van seksueel geweld. Alessandro Serenelli, haar moordenaar bekeerde zich tot het katholicisme, werd na zijn gevangenisstraf van 27 jaar lekenbroeder en was aanwezig op haar canonisatie. Het waren duidelijk andere tijden.

Hopelijk moet Maria de komende jaren geen overuren draaien.

Last Post

Je moet al van een andere planeet komen om niet te weten dat honderd jaar geleden, op 11 november, de eerste wereldoorlog eindigde. Herdenkingen en hommages alom. Presidenten slaan de armen in elkaar. Macron, Merkel, Trump en Erdogan, als één man/vrouw/x voor de vrede. Ondertussen diaboliseert de ene het dreigend Visegrád nationalisme en maakt de andere reclame voor zijn eigen islamo-mationalisme. De ene pleit vóór een Europees leger,  de andere ridiculiseert de Force de Frappe à la Française. De bureaucratie regimenten stellen weinig voor als het er op aan komt de Russen of de Chinezen af te schrikken. Dikke vriend, grote lastpost. Politici ten voeten uit.

De Last Post was niet van mijn flatscreen te branden. Ik krijg er steevast kippenvel van,  én tranen in de ogen. Zo ook zaterdag laatst, op een magnifiek herdenkingsconcert van het Ledebergs Livinuskoor in de Sint Michielskerk. Een evocatie van de oorlogsgruwel was nog nooit zo mooi. Koormuziek en beenharde geschiedenis.  Een tranerige cocktail voor emotionele mensen. Gooi er een scheut Stille Nacht bij en breng op smaak met wat trompetgeschal. Taptoe, traanklier open.

Ondertussen woedt in Gent de lopengravenoorlog verder. Kartel en Open-VLD-CD&V verlaten de onderhandelingstafel, geen vrede van Brest-Litovsk, laat staan van  Moscou. De tranchées  worden extra bemand, de scherpschutters poetsen hun vizieren en de bajonetten worden geslepen.  Wie verovert de laatste post? Wordt het een negende schepen, of nog een extra OCMW-voorzitter? Wordt het platte postjespakkerij, of gaan we toch voor de progressieve stad die we zo graag delen. Maar delen is blijkbaar niet voor iedereen. Delen met de vrienden, ja. Maar niet met de vijand aan de andere kant van het politieke niemandsland.  Solidariteit is altijd unidirectioneel geweest. We hadden het kunnen weten.

Wie valt af in de ratrace van de coalitievorming? Of beter: wie moet er zeker op post blijven? Want wie blijft die zwijgt. In Gent zijn er voldoende potjes die een sluitend dekseltje vereisen, met een gepast postje als het ware.  Als de avond valt blaast de klaroen de Last Post en vragen de onderhandelaars zich af hoe ze hun eigen lastpost kunnen kaltstellen. Dumpen ze die van de vernieuwing of die van de oude politieke cultuur? Volgende week onderhandelen ze verder in het warme Gent, misschien wel tot in de warmste week.

Zelzuela

Dertig september, een populair Belgisch zwemparadijs sluit de deuren. Océade aan de Heizel is geschiedenis. Tien november 2018, een nieuw paradijs opent de deuren. In Zelzate wordt het eerste Belgisch arbeidersparadijs boven de spreekwoordelijke doopvont gehouden. De ene helft van verenigd links juicht spartakiadegewijs voor de aangekondigde dood van de neoliberale economie, de andere helft schuift ongemakkelijk op zijn stoel, onzeker of hun eigen postjes even lucratief zullen blijven onder een bloedrood bestuur.

Maar één ding is zeker, de communisten zijn hun veroveringstocht begonnen. Dat ze starten in het overwegend industriële Zelzate is niet te verwonderen. De laagste werkzaamheidsgraad van België bij 20- tot 64-jarigen, iets wat ze gemeen hebben met de rode kameraden van Gent, is hier niet vreemd aan.  Eén van de grootste fabrieken van België braakt al decennia lang vervuilde lucht en betaalt zowat de laagste belastingen. Je zou voor minder Marx op handen dragen, zeker als de zuiderburen hun liefde voor totalitaire regimes niet onder stoelen of banken steken, met het huidig stadsbestuur als voorbeeld. Ook deze laatste gaat voor een warme gemeente, frisse betaalbare woningen, armoedebestrijding, klimaatneutraliteit en burgerparticipatie. Eénheidsworst op links en uiterst links?  Niet noodzakelijk maar sloganesk en populistisch is het des te meer. Zelzate betuigt zijn liefde voor Klein Rusland maar als straks de stroom uitvalt zitten we allemaal in Klein Siberië.

De Zelzaatse PVDA gaat, zoals verwacht, het geld halen waar het zit. Bij de rijken, de ondernemingen en bij buurman Lakshmi Mittal. Met een vermogen van 17,4 miljard dollar  kan er wel een paar tienduizenden euro’s af voor dokters voor het volk of betere trottoirs. Misschien hoopt  Geert Asman op een even gulle gift als de 15 miljoen pond voor het Great Ormond Street Hospital in Londen. Een aalmoes van Lakshmi voor arme zieke Engelse kindjes. Hun vaders zullen allicht niét aan zijn centen gezeten hebben.

Maar iets zegt me dat ze het niet zullen krijgen. Sint-Jan-Baptist zal nog mogen vollopen met radeloze Zelzatenaren die over enkele jaren, Venezuelagewijs mentaal ten onder gaan aan gebrek aan toiletpapier of melk, de überkapitalist uit India zal niets lossen, behalve fijn stof. Nationaliseren zal moeilijk zijn, de PVDA heeft tot nader order het land nog niet in handen. Dan maar confisqueren. De gemeente kan beslag leggen op de onmetelijke voorraden ijzer en staal bij Arcelor Mittal. Het zal nodig zijn. Om hun inwoners te beletten te vluchten naar het warme en accueillante Gent zullen ze een ijzeren gordijn moeten optrekken  langs de 51e breedtegraad. Het circulatieplan van de groene kameraden kan hierbij ook al een aardig handje helpen.

Waar communisten regeren is de hongersnood nabij. De voedselkonvooien van Oostpriesterhulp mogen warmdraaien. Ik heb altijd wel wat eten en drinken staan voor mijn Zelzaatse vrienden. Of we gaan er een keer mee gaan eten. Als ze nog het Sperrbezirk van de Katte mogen verlaten…

 

Zaventem

Het was een zalige ingeving om niet met het vliegtuig naar het zonnige Zuiden te vertrekken. Anders zaten we midden de meute zagende gezinnen die hun jankende kroost in toom moeten houden met waardeloze junkfood en plastiek speelgoed uit de skyshop. De gezonde Quinoasnacks en het verantwoord houten speelgoed liggen nog thuis. Mama’s met korte leren laarsjes fulmineren dat hun recht op vakantie gefnuikt wordt door enkele veeleisende deplorables in de kelders van Zaventem. Ze  tiert het nog net niet uit dat ze zich zal wenden tot  het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, maar de gezwollen venen in haar hals doen vermoeden dat ze straks toch zal uitbarsten in een Amerikaans-democratische hysterische briesbui. De papa’s jammeren onder elkaar over de timing en de hardheid van de vakbondsactie maar vergeten hun eigen syndicale ijver tijdens de laatste ambtenarenstaking waar hun eisen een stuk onrealistischer klonken dan de vraag van de kruiers om meer mankracht. Het slavenvolkje in de krochten van Brussels Airport móet met hun bagage sleuren. En zich vooral niet roeren. Anders steekt dat stokken in de fietswielen van hun progressief wereldbeeld. De wereld is een dorp. Maar in een écht dorp gaat men te voet.

Enfin, wij zijn en route met de auto naar de Elzas. Met een tripje van 1.200 km heen en terug zullen we 150 kg CO2 lossen in de mistige herfstlucht van Frankrijk. Het tripje naar Barcelona van het Vlaams modelgezinnetje zal 1,05 ton CO2 lozen in de Europese atmosfeer. Als hun vlucht doorgaat tenminste.

Wij gaan genieten van de prachtige Elzasser landschappen, van de flammkuchen en de zalige choucroute garnie en van de ongeëvenaarde pinot gris en gewurztraminer . Even Gent los laten en zoeken naar kwaliteit, culinaire en groene. Minder bakfietsen, meer bossen. Minder fijn stof en meer kans op elektriciteit.

Ondertussen kunnen de onderhandelingen voor een nieuw progressief stadsbestuur verder gaan. Het wordt een strijd tussen overwinnaars … en andere overwinnaars. Tussen de meeste zetels en de meeste stemmen. Tussen het behoud van de kleinste kartelpartner of het dumpen ervan.  Tussen West-Vlamingen en Oost-Vlamingen. Ik las vandaag in het Laatste Nieuws dat de Gentenaar niet snel een bestuur moet verwachten. De zee is diep tussen de partijen. De uitgediepte Reep zal er ook niet veel aan helpen. Het jarenlang gemekker van de groen-rode meerderheid over “Gent is wat we delen” vervelt beetje bij beetje tot “Gent is wat we verdelen”.

Straks start de bouw van de Gentse Muur, de demarcatielijn tussen de rechtmatige bezitters van het Grote Gelijk A en de rechtmatige bezitters van het Grote Gelijk B. En zoals de stadsdelen bij de invoering van het circulatieplan vakkundig geknipt werden, zullen ook de Checkpoint Charlie’s in de Gentse Muur even vakkundig gesperd worden. Ideologische mijnenvelden zijn vele malen doeltreffender dan wouden van ANPR-camera’s. No pasaran. Gent zal groen zijn, of zal niet zijn. Gent als een stukje import-Bachten-de-Kupe? Maar Gent zal evenzeer blauw zijn, of niet zijn. Een bruisend, positief  Gentifornië?

Ik bestel ondertussen mijn eerste Crémant d’Alsace.

Verblinden

We zijn 10 dagen na de verkiezingen. Radiostilte heerst over de Botermarkt. De echo’s van de overwinningskreten zijn al lang verzwolgen in de meest afgelegen hoekjes van de Erpelsteeg of de Werregarenstraat. Er waait nog net geen politieke tumbleweed door de Hoogpoort. Morricone’s  mondharmonica ligt al klaar.

De Gentenaar heeft gekozen maar de machthebbers hebben nog niet gekozen. De stembusuitslag is voor de hogepriesters van het Grote Gelijk een vervelend bijeffect van de democratie. Maar elke doorgewinterde politieker weet dit electoraal varkentje te wassen.  Het wordt een partijtje armworstelen om te bepalen wie de meest verbindende is en wie er moet ontbonden worden. Een weekje extra onderhandelen in het verborgene om uit te maken wie Gent nu het beste deelt.  Wie niet immers deelt, verwarmt of verbindt wacht kommer en kwel én de banvloek van de grootgelijkers. De nacht van de lange messen kan in België weken duren. Misschien krijgen pas op zes december de meest verbindende kindjes van Sinterklaas lekkers,  onder de vorm van een zak vol vetbetaalde mandaten. Achtenvijftig of negenenvijftig, voor Brammetje zal het worst wezen. Gent is wat we verdelen: brave kindjes de mandaatjes en stoute kindjes de oppositiebankjes.

Kwatongen beweren dat het zelfs nog langer kan duren. Het vullen van holle slogans is een slopende bezigheid. Het warme stadsproject warm houden zal lastig worden indien de stroomboten niet tijdig aanmeren aan de Rigakaai. Gelukkig spuwt de oude EGW-centrale aan de Ham, onder begeleiding van dansende CO2-wolken,  nu al de nodige kilowatturen om de groene gezinnen in staat te stellen hun tofuburgers te bakken wanneer de kindjes per bakfiets ’s avonds thuis komen van de vioolles of de coderdojo . Papa en mama gooien nog een schepje houtpellets op de kachel en boeken vanavond, gezellig met een biowijntje of een eerlijke kop koffie bij de hand,  een citytrip, mét de kindjes,  naar Barcelona. Ryanair is het goedkoopst. Ada Colau is een  grote fan van het groene Gent en verdient een bezoekje. Eén ton CO2 uit de low-cost vliegtuigmotoren is een kleine prijs voor wat culturele verrijking met het progressieve gezin. Barcelona houdt niet van toeristen maar voor gelijkgezinden staan de stadspoorten altijd open.

Ondertussen worstelen de tenoren van de Gentse politiek zich door de bocage van hun eigen verkiezingsbeloften, op zoek naar een verbindend project waarmee de kiezer de mond kan worden gesnoerd. Wie tegen verbinden is, is racist, fascist of seksist, de mondproppen voor de andersdenkenden. De knippen ontknippen en het ondernemerschap herwaarderen verbinden met het pestbeleid naar automobilisten en ondernemers toe, kan enkel de Nobelprijs voor  politieke machinatie opleveren. Het ni dieu, ni maître-principe van paars verbinden met de hoofddoeken op school en de burkini’s in de zwembaden, de extremistische godsdiensteisen van groen,  garandeert goud in de wereldbeker kiezersbedrog.

Of hoe verbinden leidt tot verblinden.

Surplace

Hoe edelmoedig, als een jonge man met ambitie en de juiste stamboom zijn geboortestadstad een fris, positief en progressief imago wil geven. Dat je daarvoor 75% van de verkozenen in je bargie moet krijgen,  is heel andere koek. Om winnaars en verliezers te verzoenen moet je beschikken over de nodige politieke make-up skills om gezichtsverlies van de ooit zo populaire socialistische volksmenners te vermijden én een rijkelijk gevulde zak met vet betaalde  postjes, de vaseline voor de verslagenen, achter de hand houden.

Edelmoedigheid mag echter niet ingegeven zijn door persoonlijke vendetta, bompa of niet. Dan wordt edelmoed algauw hoogmoed. En hoogmoed komt altijd vóór de val.  Dan weet je dat de afrekening er snel aan komt, en die kan bijzonder pijnlijk zijn. Icarus kan er van meespreken, Daniël ook.  In de val verander je zó van een joviale volkskameraad tot een azijnzeikende grompot die germanisten afsnauwt dat ze Nederlands moeten leren. De burgemeester van Gent, ooit de tweede beste ter wereld, viel even uit zijn rol voor de camera’s van VRT en VTM, maar bewees hiermee het deel van zijn bevolking met migratieachtergrond ongewild een grote dienst. Het kennen van de landstaal is wél degelijk belangrijk, dit in tegenspraak met wat zijn schepen van onderwijs zegt die eerder aanstuurt op een nieuw Babylon-aan-de-Leie dan op een nieuw Gent-aan-de-Schelde.

Maar laat ons coulant zijn en aannemen dat Mathias De Clercq werkelijk gaat voor een progressief  en verbindend project, puur en sans rancune. Progressief zijn betekent breken met het verleden, frisse nieuwe projecten opzetten en  alle burgers verplichten met een open geest samen te leven alsof we allemaal één grote happy family zijn. Optimism is a moral duty, of zoiets. Waarover  de burger ontevreden is,  wordt onder de onderhandelingsmat geschoven. Of doodgezwegen. Ninove kan er van meespreken.  De zelfverklaarde Gentse successen staan als gouden afgodsbeeldjes te blinken op de schouwmantel en een myriade aan nietszeggende trofeeën vullen de legendarische trofeeënkast. Paarse propaganda, met een groen randje. Eigen lof als peptalk in de loop naar het burgemeesterschap.

Behouden wat goed is staat niet in de woordenlijst van zij die zich progressief noemen. Maar zou het niet eens tijd worden om achterom te kijken en tevreden te zijn met de bemoedigende resultaten en ontevreden met de rommel die er is nagelaten. De schimmel in  de sociale woningen van de Sint Bernadettestraat zal niet oplossen met een monstercoalitie. Integendeel, vooraleer rood, blauw, oranje en groen kleur bekennen, zullen de schimmels en de paddenstoelen nog alle kleuren van de regenboog hebben aangenomen.

Alle observatoren bevestigen: de coalitiegesprekken kunnen er worden van zéér lange adem. Strategisch surplacen, ballast uit de wielen rijden, sprinten en triomferen. Zijn dit de eigenschappen van Mathias De Clercq en Filip Watteeuw, of moeten we wachten  tot 13 november, als de echte tenoren van het surplacen naar het Gentse Kuipje komen?

Het Grote Gat

Zondag 14 oktober, 13 uur. De tijd van het Grote Gat breekt aan. De tijd tussen het moment dat alles mogelijk was tot het moment dat niets meer mogelijk is. Die luttele uren waarin politiek al het ware dood is verklaard zijn misschien wel de meest intense uren van de democratie.

Het is dan afwachten of zij die de verkiezingen gewonnen hebben ook de telling zullen winnen. Op plaatsen waar de uittredende meerderheid het alleenrecht had op het Grote Gelijk is dát nog maar de vraag. De postjes en de subsidies liggen al lang klaar en die mogen niet verloren gaan aan hen wiens bloed men drinken kan. De mandatenkoningen en -prinsen verkopen hun vel duur.  De weldaden van de welvaartsmaatschappij zijn het privilege van het eigen volk, met de juiste partijkaart. Dat geef je niet zomaar uit handen. De getuigen in de stembureaus zijn dan ook maar de zwakste pionnen van het politieke spel. Daarom moeten we van die enkele uren genieten, naïef dromen van betere tijden en de essentie van de democratie.

Tijdens het Grote Gat wordt het nagelbijten. Voor zij die op pensioen gaan of voor zij die volgens sommigen al met één voet op de trein naar Brussel staan.  Ook voor de Turken wordt het een middag van zenuwachtig thee drinken en sigaretten roken. Zal hun stem gehoord of versmoord worden in de veelheid van partijtjes en strekkingen. Zal hun radicale gelijkheid wegdeemsteren in het radicale niets, of mogen we ons verwachten aan een maandelijks nationalistisch robbertje vechten op de banken van de gemeenteraad? Ook de burgers van Gent die zich door de arrogantie van de laatste zes jaren van bestuur hebben verenigd, zullen zitten schuiven op hun stoelen. Was het de moeite waard, worden zij Gand-en-marche, of slechts een voetnoot in de roemrijke geschiedenis van Gent?

Op het moment dat de eerste uitslagen officieel op de burgers losgelaten worden worden verrijst de politiek uit zijn kunstmatige coma en begint de poppenkast van winnaars en verliezers. Dan hervinden alle politiekers hun gigantische ego’s  en zullen de kiezers vaststellen dat ze weer zes jaar onder een Nieuw Grote Gelijk zullen gebukt gaan, zonder inspraak.

Dan kunnen de kiezers hoogstens weemoedig mijmeren over die paar uurtjes  gelukzaligheid tijdens het Grote Gat.