Heijn

Het was 5 jaar geleden dat Hein de Gentenaars een collectief orgasme bezorgde met de eerste landstitel in het voetbal. Hein was een Buffalo, een Gentenaar, een strop, een nieuwe Artevelde en Anseele in één persoon. Hij bevrijdde ons tegelijk van de boeren en van de nekken. Een standbeeld zou hem toekomen, een straatnaam of een plein. In Gent zijn er al een paar locaties voor mensen met diverse bevrijdingsideologieën, al dan niet bloedige. Maar ook helden hebben hun zwakke kantjes, vraag het maar aan Winnie Mandela en Stompie, voor zover we het hen nog zouden kunnen vragen. Hein vertrok naar de paarse jachtvelden. Nog steeds wentelt menig blauwwitte supporter zich in leedvermaak wanneer ze aan Heins lot chez les mauves terugdenken. Ik denk dat er nog maar weinig Buffalo’s zijn die Hein op woensdag in de Gentenaar lezen. From hero to zero?

Gent kent ondertussen een nieuwe hero Heijn. Albert Heijn, de ongekroonde koning van de vele budget-krappe Gentenaars die het centrum rijk is.  Stijgende kinderarmoede, werkeloosheid en meer leefloners, ze zijn de levensader van elk progressief bestuur. Zonder deze groeiende achterban is hun toekomst onzeker. Welvaart is schadelijk voor hun politieke toekomst. Daarom is elke prijzenbreker een welkome compagnon de route. Hun kiezers kunnen nu hun krimpend budget  Primark-gewijs al dan niet nuttig besteden om niets tekort te komen. Een welgemikte plaats tussen de Delhaize, de betere kruidenier, en de Cru, de luxekruidenier, is een godsgeschenk. Een complot is misschien te ver gezocht. De Kouter wordt “verkorenmarkt”. Binnenkort verdwijnen de bomen en komen een paar peperdure kunstpalen de historische kiosk gezelschap houden. In de ateliers van de fietsambassade zijn ze al druk bezig om fietsrekken te lassen. Benieuwd of er nog gegadigden  zullen zijn voor de resterende exclusieve appartementen van de OneFifty of de B’Eau Kouter.

Het arduin voor het standbeeld van Hein wordt gerecycleerd voor Heijn, de nieuwe volksheld. Wat  Walter De Buck was voor de culturele ontvoogding van de Gentenaar is Albert Heijn voor de onverzadigbare consumptiedrang van de minder begoede Gentenaar. Dat ze daar wortels en komkommers afzonderlijk in plastiek wikkelen is hoogstens  collateral damage.  Nieuwe volkshelden wordt veel vergeven. Oude ook, vraag het maar aan Winnie.

De 300

Ik las in ons lokaal dagblad dat nogal wat  bekende Gentenaars een open brief hebben geschreven om er bij het stadsbestuur op aan te dringen om 300 vluchtelingen die vast zitten in Griekenland, op te vangen.

Eigenlijk is de brief geschreven door voor mij compleet onbekende Gentenaars zoals Lucie Blondé, Saar Depuydt, Jeroen Robbe, Ilona Terkessidis, Frederik Van Driessche en Klaartje Van Kerckem. Bij nader toezien blijken ze heel bekend te zijn in altijd dezelfde middens van VZW’s en NGO’s zoals Artsen zonder Grenzen, 11.11.11, de federatie van Marokkaanse verenigingen, de kunstwereld en academische wereld.  Ze worden daarin gesteund door filosofen, filmmakers, theatermakers, acteurs, choreografen, academici en muzikanten. Dat zijn nu niet bepaald de middens de rekening maken, het zijn eerder de middens die hun rekeningen door derden laten betalen. Je weet wel, die derden, u en ik.

De écht bekende Gentenaars zijn dan wel Sioen, topmuzikant die zijn CD’s  aan de man liet brengen door de kinderen van  zijn KSA-groep; Herman Brusselmans, zelfverklaarde topauteur en door De Morgen verheven tot topmisogynist; Lieve Blancquaert, topfotografe en topechtgenote van Nic Balthazar, zelf top… tja, waar is die nu weer top in?

Misschien zijn die bekende Gentenaars zelf wel met 300 in totaal, om in tegenstelling tot Leonidas aan de Thermopylae, de vluchtelingen individueel te verwelkomen. Xerxes kon nog op enige weerstand rekenen, maar met déze 300 zal zijn vluchtelingenleger geen moeite hebben. Bekende Gentenaars zijn vermoedelijk ruimer behuisd dan de vele onbekende Gentenaars in Ledeberg, Sint-Amandsberg of Wondelgem. Misschien kunnen zij elk een vluchteling opnemen. Dan hoeven we geen extra woonboot aan de Rigakaai vast te meren.

Vandaag worstelen de mensen met de grootste medische dreiging die deze en vorige generaties gekend hebben. In de lockdown piekeren de tijdelijk werklozen hoe ze de eindjes aan elkaar gaan knopen op het einde van de maand. De papa’s en de mama’s met een kroostrijk gezin piekeren hoe ze de preteaching kunnen verzoenen met hun eigen thuiswerk. De zelfstandigen balanceren op de rand van het faillissement, subsidies en premies ten spijt en KMO’s moeten hun reserves aanspreken om lonen, RSZ en BTW te kunnen betalen. Allemaal problemen die de gutmenschen niet kennen. Op hun moral high ground valt het manna uit de lucht. De ellende zal nooit zichtbaar zijn in de bubbels van hun groot gelijk. Die zal enkel te zien zijn in de Brugse Poort, ná de gezinshereniging.

In #GentzonderGrenzen zullen de grenzen aan de Bargiebrug sowieso voor altijd gesloten blijven.

Oorlog

We hangen witte lakens uit onze ramen en om acht uur klappen we geestdriftig in onze handen, niet voor het klimaat deze keer, maar voor onze dokters en verpleegsters, die met  ongeziene strijdlust in de vuurlinie van de  war on Covid-19 staan en ons al weken behoeden voor een totaal debacle van de gezondheidszorg. Zo een strijdlust zien we niet vaak bij politici. Zeker niet bij onze burgemeester die niet weten wil van die andere war, de  war on drugs.

Aan de Brugse Poort zullen ze het geweten hebben. Het gedoogbeleid voor drugs, paradepaardje van Groen en hun gewillige zeloten in het stadhuis, toont in coronatijden een ongemakkelijk kantje: het werkt niet. Een imam moest de gemoederen komen bedaren. Het is nu wachten op de pastoor en de rabbijn. De wollige praatjes van de welzijnswerkers in de warme praatbarak van de gutmenschen werken even verbindend als de tegengestelde polen van een trekijzer. Het warme, progressieve hart dat van de daders onbegrepen slachtoffers maakt en van de slachtoffers verzuurde daders, is zwaar insufficiënt en bevindt zich op de rand van de complete decompensatie. Misschien moeten voor zo’n deficiënt hart wat harder zijn.

De burgemeester belooft een structurele aanpak. Net zoals hij het opheffen van de knips beloofde? Maar hij blijft  open staan voor een diepgaande dialoog. Of wordt het weer een diarree van opgeblazen frasen en politiek-correcte koterijen.  Alle miserie zou komen door een gebrek aan sociaal weefsel. Het sociaal weefsel dat de verbindende Gentse overheid al járen weeft, vertoont ferme gaten. Maar is het wel de taak van de overheid om aan het weefgetouw te staan? Waarom kunnen de mensen het zelf niet weven? Of mogen ze niet? Is het een strijd tussen de dar al-salam en de dar al-kufr, tussen verkopers en gebruikers, tussen zij die willen praten en zij die niet willen dat er gepraat wordt. Of is het weer een lastig te nemen  stap naar  de gedroomde integratie? Misschien eens luisteren naar wat Bart Somers te zeggen heeft, of Bert Anciaux.

Ik verneem zopas van onze burgemeester dat er dit weekend  drie drugscriminelen zijn opgepakt én voor een keer aangehouden blijven. Geen draaideurcriminelen deze keer? Of zijn het illegalen die naar hun land zullen worden uitgewezen en vervolgens vakkundig tegengehouden door de Khatabbi’s van deze wereld. Of is het een zoenoffer van drie kleine garnalen voor de boze buurtbewoners, een zoethoudertje voor de pers en de oppositie?

Gent is wat we delen. Maar wat delen we eigenlijk? Deelfietsen en deelauto’s? Drugsspuiten? Methadon? Euro’s voor de burgerinitiatieven? Sussende woorden voor de slachtoffers?

De goednieuwsshow en het Grote Gelijk van de Botermarkt beginnen stilaan te beschimmelen, een andere Gentse specialiteit.