Geezeeven

Het is nog nooit zo’n sombere winter geweest. We zouden haast vergeten wat zonlicht is, ware het niet dat Christophe Peeters een doorbraak wist te forceren in het dossier rond Vandemoortele. Een klein blauw lichtje aan het einde van de tunnel? De geacharneerde houding van wielerpaus Watteeuw en diens volgzame acoliet Taeldeman omtrent mobiliteit, zeker nu hij in de krant liet verstaan dat hij er nóg eens 6 jaar wil bij doen als schepen, zet onze geliefde stad op weg naar  een gigantisch economische deprivatie syndroom. Dit ís de natte droom van Groen: minder werken, minder mobiliteit, minder economie. Een ecologisch paradijs op een economisch kerkhof. Het is niet voor niets dat zij de uitvinder zijn van het begrip “consuminderen” .

Maar, beste lezers, er is hoop. De G7, de taskforce Ruimtelijk-Economische Projecten! De Gentse economie is in goede handen. De schepenen van economie, mobiliteit, stedenbouw en financiën en de directeurs van de diensten economie, mobiliteit en stedenbouw  slaan de handen in elkaar en gaan er voor zorgen dat grote economische spelers geen ideologische deksels meer op de neus krijgen bij het indienen van hun projecten. Een beetje zoals ze een tandje hebben bijgestoken voor Ghelamco? Voor elke schepen levenslang mayonaise!  Jammer dat er geen mensen bijzitten met ervaring in de échte economie, eentje die helemaal zelf voor de centen zorgt. Als je gepokt en gemazzeld bent in de gesubsidieerde economie,  leeft van de politieke cenakels of van ronkende familienamen, of uw kennis haalt uit gewichtige academische titels en uw ervaring uit Oxfam, dan heb ik mijn bedenkingen bij de toekomst van Gent. Ik vermoed dan ook dat de “G” uit G7 niet voor “Grote” staat maar voor gewoon voor “Gent”.  Als de bestuurders van een flink uit de kluiten gewassen provinciestad zich bekleden met het megalomane predicaat G7, wie denkt er dan niet aan de gevleugelde woorden van Wim Opbrouck:  “zever, gezever”? Die zat toen ook op een “eiland”.

Indien straks de B401 ook nog tegen de vlakte gaat,  wordt Gent stilaan het geïsoleerde Gallische dorp van Asterix, eentje zonder Delvaux. Ik verdenk Team Gent er van dat ze blij zijn dat het luxemerk uit de stad verdwijnt. Sacochen van 4.500 euro zijn not done voor pedaalridders, kwetsbaren en daklozen. Appartementen van 1.000.000 euro daarentegen zijn geen probleem in een stad met gigantische woningnood en goede vriendjes van projectontwikkelaars. Maar voor de liefhebbers heb ik een tip: Delvaux blijft wél bestaan in Gent,  als lekker biertje bij Würst.

Ik hou het kort vandaag want ik moet mijn outfit nog samenstellen voor de nieuwjaarsreceptie van morgen onder de stadshal. Ik hoop dat Gent massaal wakker zal zijn. En wakker blijft voor woensdag, als Ignace zijn boekje over de Ghelamco arena open doet.

Ik kijk ondertussen even na wat een abonnement op de Racing mij gaat kosten.

Mayonaise

De Gentse oudjes mogen juichen, hun veiligheid is verzekerd. Sinds Manuel Mugica Gonzalez zich ge-out heeft als zeloot van Mathias De Clercq, zijn de gepensioneerden van de Muide en het eiland Malem zeker dat er minstens één politicus in de gemeenteraad zal zitten die hen niet alleen zal beschermen maar hen ook kan aanspreken (én verstaan) in hun eigen taal, het plat “Gensch”. Baskische roots, het is eens iets anders dan de West-Vlaamse. Bovendien is het een voordeel om een flik in de gemeenteraad te hebben. Die kan voorgoed afrekenen met de verkeersbordenklunzerij van het circulatieplan.  Allez, circulez. Voor alle andere Gentenaars zal hij de digitalisering bij het politiekorps  doordrukken, maar dat @GentseFlikken #altijdnabij zijn weten we al sinds Steven, dé Flik. Ik versta dat Mathias dolgelukkig is met iemand die écht Gents spreekt, de toekomst zal nu wel weer ongelofelijk, formidabel,  fantastisch, vol goede potgrond voor, onder meer de kennistechnologie in het Zuiden, en andere superlatieven zijn.

Over dat laatste heb ik zo mijn twijfels. Kennistechnologie in het Zuiden? Goede potgrond? Als het van de eco-collega’s van Mathias afhangt zal die potgrond eerder een hoopje mager duinzand zijn. Als de bevoegde schepen een voedingsgigant als Vandemoortele –dat zijn de mensen die ons massaal mayonaise leerden eten–  afwimpelt als een kmo’tje dat het niet verdient om een Food Experience Center , een unicum in de wereld,  te bouwen wegens te veel aangevraagde parkeerplaatsen, en bijgevolg de bouwvergunning weigert, dan zal het enthousiasme van zijn collega van economie en ondernemen snel omslaan in pijnlijke wanhoop. Of wordt het toch weer meeloperij, zoals in de laatste jaren? Dat zullen we zien eind  2018.

Onze geliefde burgervader kondigde video-gewijs  trouwens aan dat 2018 “koekenbak” zal worden wat feesten betreft. Zou Marc Coucke sponsor geworden zijn van de gulle gevers van de Botermarkt of heeft hij zijn gedacht verlegd naar de Gantoise? Ik vrees tweemaal van niet. Het grootste feest, dat van de democratie in oktober, moet de Gentenaars er toe aanzetten zich te informeren, vragen te stellen en te stemmen “met kennis van zaken”. Ik vraag me af of de burgemeester  dit zei voor of na een receptie. Wie zich nu informeert, vragen stelt of probeert kennis te nemen van de “zaakjes” van het gemeentebestuur, zou het grootste feest wel eens kunnen verknallen. Misschien had Termont beter geadviseerd om alleen maar naar de nieuwjaarsreceptie, het Lichtfestival en de 175e Gentse feesten te komen, zich massaal te bezatten en vooral géén vragen te stellen. Panem et circenses.  Maar of de modale Gentenaar het biobrood en de boerderijspelen zal blijven smaken is nog maar de vraag.

Als de coalitie laat uitschijnen dat de toekomst verzekerd is, het verleden is dat blijkbaar ook. Deze week stond in de krant dat de drukte op de stadsring even groot was als in het verleden. Dus zaten de verkeerswegen even vol en de luchtwegen even verstopt. Ok, de schepen van mobiliteit bevestigde ootmoedig dat hij in zijn ééntje de files niet kan wegtoveren. Klopt,  er zijn nog te veel socialisten die met hun auto al eens graag naar de zee of naar Plopsaland, of naar de Mediamarkt op Zwijnaarde rijden. En wie wil er nu die mensen hun favoriet vervoermiddel afpakken in een verkiezingsjaar? De lokale Pravda wrong zich in alle bochten om toch maar aan te tonen dat parkeren heus zo duur niet is zoals eerder deze week verscheen in een concurrerende krant . De propagandisten van de Ajuinlei halen werkelijk alles uit de kast,  want de échte Gentenaar lust de groene mobiliteitsdromen slechts met mate, ook de Gentenaars van de binnenstad. Maar, toegegeven, de binnenstad ademt vrij. Zouden dààr alle kiezers van Team Gent bij elkaar hokken? De gelukzakken zien zelfs het parkje aan Portus Ganda uitgebreid. Groene zalf voor de kuiten van de fietsende Gentenaar?  We gaan nog veel leuke beloftes zien in de aanloop van de verkiezingen. Meer fijns voor de fiets, hier en daar een boompje of een struikje, een nieuw festivalletje voor genderfluïden, een vzw’tje voor de emancipatie van een pas ontdekte minderheidsgroep?

De ondernemende Gentenaar zoekt ondertussen zijn weg, vér weg vermoed ik.

Paektusan

Alle Vlamingen moeten, tot hun ontsteltenis, dag na dag vaststellen dat Gent vrijwel het enige walhalla van de weldenkenden is. In Gent is alles permanent peis en vree. Tevredenheid is het deken waarmee burgemeester Termont  de Gentenaars elke nacht liefdevol toedekt. Wie daaraan twijfelt ondergaat de boze blikken van menig gepiercet lokaal SJW’ertje of het misprijzen van de voorbijglijdende bakfietser. Gent is het paradijs, no doubt.  Niemand stelt de onfeilbaarheid van het stadsbestuur in vraag. Net zoals het woord “allochtoon” geschrapt is uit het Gents idiotikon, is “kritiek” verbannen naar de  kerker van het niet-politiek-correcte vocabularium.

Onze burgervader mag dan wel niet geboren zijn in de buurt van Paektusan maar wel in het eerder bescheiden Mariakerke, zijn zelfverzekerdheid moet niet onderdoen voor deze van de Kim-dynastie. De blauwe Vlaamse furie, Gwendolyn Rutten, mocht deze week ervaren dat één opmerking maken over de kraakproblematiek in de Arteveldestad  kan leiden tot hoongelach en beschimping. Ook partijgenoot Lachaert kreeg in diezelfde context te horen dat hij zich beter kan bezig houden met zijn werk in de kamer. De klokkenluider van SOGent heeft een klacht aan zijn of haar been en hoe het Bracke verging in februari 2017 is ondertussen algemeen bekend. In Gent is kritiek op de Grote Leider not done, ja zelfs gevaarlijk, dit geheel in de lijn van de Juche-leer, die ook hier religieuze vormen begint aan te nemen.

Toegegeven, geen van bovenstaande personen is terechtgesteld met luchtafweerraketten of verbannen naar afgelegen strafkampen, wat dacht u? Nochtans had de stad tot voor kort nog wat geïsoleerde stukken grond in Zeeuws Vlaanderen, ideaal om tegenstanders te laten verkommeren in verre vergetelheid. Misschien kan men het nog op een akkoordje gooien met Fernand Huts. Dwangarbeid in de koffieafdeling van Katoen Natie? Nu Huts zijn haveninfrastructuur in Montevideo te koop stelt moet hij toch nieuwe businessmodellen gaan uitdokteren. Dat kan van pas komen wanneer Groen en de PVDA in Antwerpen gaan samenwerken en zij moeten vaststellen dat, na de verhoopte defenestratie van De Wever, er in de onmiddellijke omgeving van ‘t Stad geen goelags beschikbaar zijn om hun tegenstanders een lesje te leren. Misschien kunnen ze die outsourcen in Zeeuws Vlaanderen.

Van onze minzame groene schepenen moeten we zo iets niet vrezen. Zij zijn misschien wel dé exponent van de ondertussen legendarische Gentse verdraagzaamheid. Niemand wordt hier uitgesloten, of zoals de grote Luc De Vos zong “niemand gaat verloren”. Laat staan dat ze zouden worden uitgewezen naar de oorden van labeur en wederopvoeding iets wat in Noord Korea, lichtbak van uiterst links, nog steeds schering en inslag is. De Groene drang naar lege straten is misschien nog het enige raakpunt met de fans van Pyongyang.

Nu ik het zo bekijk, was het niet netjes van mij om onze burgervader te vergelijken met één van de laatste echte dictators van deze aardbol. Noord-Koreaanse toestanden hoeven we niet te vrezen onder zijn warmhartig bestuur. Na 2018 is het misschien iets anders. Maar dat zullen Elke, Tine en Filip wel tegenhouden, en mét overtuiging. Niet zoals hun voorzitster.

Kerst

Wie dacht dat ik, na het lezen van mijn laatste blog, op smakelijke of, zo u wil, wansmakelijke wijze de praktijken bij SOGent zou bloot leggen, zal op zijn honger moeten blijven. Toen ik las dat onze burgemeester de zwijgplicht van alle stakeholders beschouwde als een socialistische fatwa, de eigen auditeurs verhief tot onfeilbare ayatollahs, en de klokkenluiders brandmerkte als landverraders en collaborateurs, wist ik dat ik best het deksel op de beerput hield. Het bijkomende voordeel hiervan is dat de beerput alleen nog meer gaat stinken, hopelijk tot iemand er uiterlijk  in september 2018 finaal het deksel afhaalt.

Dus geen SOGent deze week, ook geen fusie van de haven. De hoera-stemming van deze supranationale fusie, de roodblauwe vreugdekreten die meer leken op het voldane gezucht na een rondje politieke zelfbevrediging, de afwezige  jammerklachten van de groene natuurbobo’s over de vervuilde, en mogelijks explosieve Thermphos-site, konden mij niet in de stemming brengen om hier iets zinnigs over te zeggen. Tegenstanders zullen uiteraard wel stellen dat ik sowieso niets zinnigs zeg, maar dan kan ik hierbij mijn tegenstanders bevestigen dat dit ook nooit de bedoeling was.

Nee, het is vandaag kerstavond, we vieren het feest van de vrede. Eigenlijk is dit het moment om met Termont,  Watteeuw, Bracke, Yüksel en de hele Botermarktbende een kumbaya-momentje te bouwen. Even de vredespijp roken met de misnoegde handelaars, de ontevreden ondernemers, de klagende horeca-uitbaters,  de inwoners van de rand die de weg naar binnenstad niet meer vinden, maar ook met de enthousiaste jonge fietsende tweeverdieners, de baardige barista’s, de SJW-meisjes met een halve kilo shrapnel in oren en neus, de anti-Israël standhouders van de Kalandeberg en de sociaal geëngageerde dreadlock-krakers. Niets zaliger om de heilige nacht door te brengen met het kruim van de Gentse superdiversiteit. Kunnen we misschien, uit blijk van verbondenheid, samen  naar de middernachtmis gaan, of is dat teveel gevraagd aan de overtuigde franc-maçons of andersgelovigen? De iftar ligt misschien minder moeilijk, maar daar is het nog even op wachten. Laat ons 103 jaar na de kerstbestanden de wapens neerleggen en  een potje voetbal spelen op de kerstmarkt. Merk op dat ik “Gentse Winterfeesten” niet durf te gebruiken uit schrik een “recommandé” te krijgen van Christophe Peeters. Een blijk van enige sportief-verbindende en oecumenische vredelievendheid zou misschien imagoschade kunnen toebrengen aan deze lucratieve “gepatenteerde” gelegenheid. Op aanraden van mijn vriend Ladislas hou ik het op de goede ouwe benaming “kerstmarkt”. Het is trouwens toch Kerstmis, het feest van de vrede , niet?

Zalig Kerst, lieve lezers. xxx

Neus

Je moet geen fijne neus hebben om te beseffen dat in Gent er heel wat te doen is om neuzen. Onlangs beëindigde onze burgemeester de zesjarige neuzenoorlog door één van de protagonisten om rijkelijk gedocumenteerde racistische uitlatingen uit zijn paradijs van verdraagzaamheid en gelijkheid te verbannen,  als volleerde aartsengel, rode roos in de hand.

Wij konden moeilijk doen alsof onze neus bloedde, de Cuberdonverkoper wàs over de schreef gegaan. Termont drukte zijn burgers met de neus op de feiten: Gent is en zal verdraagzaam zijn, nu en in lengte van dagen, ook nadat hij van het toneel verdwenen is en zal uitrusten, na een goedgevulde carrière, op een niet nader te noemen bestemming, te land of ter zee. Of misschien in een timesharing, maar dàt zal hij  niet aan onze neus hangen.

Of onze geliefde burgervader ooit nog “ter zee” zal gaan is te betwijfelen nu de beroemdste kapitein van Vlaanderen zit te brommen. Menig Gentenaar moet nu een groot gewetensprobleem hebben: als vergevingsgezinde, menslievende en verdraagzame stedeling Piqueur peperkoek brengen aan de gevangenispoort, of als gedupeerde ex-bezitter van wat zwarte centjes, die  door de gewiekste verkoper voor 3.000 euro bij de neus werd genomen voor een “plan”, zich verkneukelen in het lot van een gevallen yachteigenaar. Ik denk dat Termont, hem kennende als vergevingsgezinde warme volksmens zonder zwarte centjes, zal kiezen voor de peperkoek, of een zakje neuzekes.

Maar nu genoeg geneuzeld over onze moegetergde burgemeester. Ooit-kandidaat opvolger Bram Van Braeckevelt, in wiens mandatenlijst wij respectvol onze neus niet zullen steken, kwam deze week in het nieuws met een fantastisch plan om de Gentse plaag van fietsendiestallen een halt toe te roepen. Een GPS-trackingsysteem is het nieuwe neusje van de zalm en zal via een gebruiksovereenkomst gratis ter beschikking gesteld worden aan fervente Gentse fietsers, scrutineus geselecteerd door stadsdiensten en belangenorganisaties van fietsers. Ruik ik hier enige belangenvermenging? Zitten de fervente fietsers dan niet zelf in die belangenorganisaties van fietsers? Nee, van zelfbediening mogen we ons warm stadsbestuur niet verdenken, toch?  Ik zie het al aankomen, mag de fervent fietsende NVA’er hier het deksel op de neus verwachten en zijn GPS-trackingsysteem door de neus zien geboord te worden? Ik weet niet of de stadsdiensten en belangenorganisaties van fietsers zullen oordelen of hij niet fervent genoeg is, dan wel of hij een extreemrechtse fascist is die op de goedheid van de stad niet moet rekenen. Misschien voorzien ze in dat specifiek geval gewoon wat pek en veren in plaats van een dure GPS, kwestie van de leegloop nog wat te bespoedigen. By the way, ik hoop voor onze Bram dat het GPS-trackingsysteem tot in Afrika reikt.

Enfin, vanmiddag ga ik een frisse neus halen. En een zakje neuzekes kopen. Echte, die van Geldhof. En die dan lekker degusteren terwijl ik de artikels over SO-Gent lees.

Verzoenen

Op maandagochtend 4 december, bij een geurige kopje koffie – geen Fairtrade maar gewone Douwe Egberts uit de Delhaize én ouderwets opgegoten door mijn ega – sprong mijn nog slapend hart even op. De Gentenaar ligt open en ik lees dat bij mij in de buurt een lieve dame, of moet ik “mens” zeggen in tijden van #MeToo en gendergelijkheid, een cafeetje opent dat een dam wil opwerpen tegen seksisme en racisme. “Er komen er geen binnen” zegt Lise Goossens van “Blond”, waarmee ze dus de seksisten en de racisten bedoelt.  En gelijk heeft ze. Maar ik had het graag iets positiever gezien, iets groener zo je wil, iets meer “verbindend” om het op zijn Van Besiens te zeggen. Misschien had ze haar cafeetje dan beter “Verbond” dan “Blond” genoemd. In de plaats van te zeggen wie er niet binnen mag misschien gewoon zeggen wie er wel binnen mag.  Dat hoort zo in Gent waar iedereen welkom is, toch? Hoewel, “Verbond” klinkt dan weer zo oudstrijderachtig. Nee, hou het maar op “Blond”, tenzij dat nu net weer té arisch klinkt. Enfin, in Gent moet je altijd een beetje oppassen met je woordkeuze want het moet verzoenend klinken.

Ik hou wel van verzoenen. Het voelt altijd een beetje puberachtig aan, onschuldig, nostalgisch zelfs. En als je veel verschillende mensen bij mekaar hebt, dan moet er wel een en ander verzoend worden. Dat kan perfect in Gent, het walhalla van gediversifieerde horeca. Je vindt hier kroegen waar Catalanen en Spanjaarden perfect, ongeschoeid naast elkaar, liters bier kunnen achterover kappen.  Je vindt hier etablissementen waar je katten wél bij de melk kan zetten, jonge moeders met baby’s aan de koffieklets krijgt, eerlijke wijnen en nog veel eerlijker koffie kunt drinken… In Gent is alles te verzoenen. Misschien moest er eens iemand opstaan die een fancy pub inricht waar veganisten en de bond van Gentse slachters samenzitten, of waar Voorposters en krakers samen een flesje kunnen kraken, of waar LGTB’ers en homohaters een dansje kunnen plaatsen. Of misschien is dit laatste teveel gevraagd. Gent mag dan wel 3 torens hebben, je gooit er geen mensen af.

Dan maar gewoon even binnenspringen bij “Blond”. Gezellig, mét Arabische inscripties én Belgische bieren. Er zijn genoeg ruimdenkenden, die niet zo aan de Tournée Minerale zijn,  die hier een uniek streekbiertje willen drinken. Ik kan ook niet wachten om binnen te springen om er een pot schuimende Cuvée des Trolls te bestellen, met een bordje fatayer. En nu nog de auto’s op het Edward Anseelepleintje wegkrijgen. Daarvoor moet je bij het kabinet van mobiliteit zijn. Eind 2015 dachten 2 jonge ondernemers de Sint Joriskaai verkeersvrij te krijgen om hun bloeiende horecazaak wat meer schwung te geven. Op 20 september 2016 was het jammer genoeg over en uit, failliet. De auto’s reden nog steeds over de Sint Joriskaai. Auto’s en horeca, ze vallen moeilijk te verzoenen.

Sneeuw

Donderdag 30 november 2017. De lucht kleurt metaalgrijs. Het sneeuwt. In België staat het verkeer stil, ook in Gent. Bijna 500 km file. Een wit lint van mensen die naar huis willen, of naar het “Sportpladijs”, of op weg zijn naar de sportclub van de kinderen, of hun 10 laatste e-commerce bestellingen bij de klanten  willen brengen. Iedereen die wil bewegen staat stil. Mobiliteitsproblemen heet dat.

In Gent stak men het al gauw op “Wa Sneeuw”. Maar deze keer kon  schepen Watteeuw er niets aan doen. Bijna dag op dag 7 jaar geleden stond Gent ook stil in de sneeuw. Op 1 december 2010 speelde KAA Gent een Europese match tegen Levski Sofia op een ondergesneeuwd veld. Ik ga de kinderen ophalen thuis om naar de wedstrijd te gaan maar over 8 km van mijn werk naar huis doe ik 2 uren. Ook zonder knippen. Watteeuw was toen pas verkozen als gemeenteraadslid. Ik weet niet of hij met zijn fiets in het Ottenstadion geraakt is, wij zijn in elk geval gezellig thuis voor de buis gebleven. Oh ja, en de Buffalo’s wonnen met 1-0.

Terug naar vorige week. Dergelijke sneeuwval kan je misschien heirkracht noemen, maar een massale stilstand is ook niet normaal. Het doet de vraag rijzen over wat de toekomst van de mobiliteit is in Gent. Het ondertussen beruchte mobiliteitsplan heeft al bij menig een de gemoederen verhit. Facebookgroepen en burgerbewegingen vinden er hun bestaansrecht in. Het hele plan begint meer en meer op de geloofsbelijdenis van een sekte te lijken. Zeker nu deze week verwezen werd naar het Urban Cycle Institute, onderdeel van het Center for Urban Studies in Amsterdam,  en naar hun fietsgoeroe Marco te Brömmelstroet (ik verzin het niet). Die weledelgeleerde pedaalridder maakt er zijn levenswerk van om de stedeling de fiets door de strot te jagen. Hij vindt dat de auto te gast is in een stad en dat de fiets het eerste vervoersmiddel is in de pikorde. Uiteraard klinken dergelijke ongezouten uitspraken als muziek in de oren van believers zoals onze schepen van mobiliteit. Maar het ware misschien interessant op te merken dat een stadsbestuur zelf ook maar voor 6 jaar gast van haar stadsbewoners is.

En als ik Urban Studies lees,  denk ik onmiddellijk aan Professor Eric Corijn van de VUB, notoir Trotskist en aanhanger van de Vierde Internationale, én vaste prik tijdens de Gentse feesten debatten waar hij vaak de banken deelt met figuren zoals Dominique Willaert en Pieter-Paul Verhaeghe.  Zou er een masterplan in zitten om met fietsen de Vrije Wereld om zeep te helpen en een nieuw autoloos arbeidersparadijs op te richten? Misschien is Gent wel de toekomstige Ground Zero van deze “Velocalyps”. Maar ik ga hierin zeker te ver. Ik ben niet de paranoïde libertariër die om elk hoek een samenzwering ziet, maar zoals het er in Gent aan toegaat bekruipen mij de twijfels wel. Gaat het écht om de luchtwegen van de burger zoals burgemeester Termont beweerde op 15 januari 2017 , of om de leefbaarheid van de stad met zijn hardwerkende middenstand? Of gaat het om het grote groene gelijk?  Zijn de luchtwegen van de Gentenaars belangrijk in Oostakker, of Sint Denijs, of Zwijnaarde? Is het lot van de winkeliers en ondernemers belangrijk of is dit economisch weefsel van geen tel in de nieuwe wereld van de Vierde Internationale? Bewindvoerders die alleen ervaring hebben opgedaan in de gesubsidieerde wereld van NGO’s, onderwijs, het politieke establishment et tutti quanti hebben geen voeling met de economische actoren die er moeten voor zorgen dat er met hun belastingen subsidies kunnen uitbetaald worden. Je kan de boom afzagen maar je hoeft dan niet te klagen dat je geen vruchten meer hebt. Wie de Genste boom wil laten staan en verder de vruchten plukken denkt best even na op 14 oktober 2018.

Gent 2018

Rijst boven Gent het licht van de multiculturaliteit, of mag ik spreken van de schaduw? Het stadsbestuur, zwaar gedomineerd door Rood en Groen en bijgevolg door de aura van de multicultuur, krijgt in oktober 2018 af te rekenen met concurrentie van één of misschien zelfs twee nieuwe partijen die ontstaan zijn uit onvrede: de ene over het mobiliteitsplan en de andere over (het gebrek aan) multiculturaliteit. Laat dat nu net de twee thema’s zijn waar de coalitie zwaar heeft op ingezet. Twee thema’s die door de gedoodverfde achterban niet altijd op halleluja onthaald zijn. De innerstedelijke groene volgelingen, de welstellende tweeverdieners met deelauto, de progressieve intelligentia van de universiteit en de hogescholen, de adepten van de gesubsidieerde economie… Zij smullen van de weldaden van de verkeersbeperking in de binnenstad en het feit dat ze zowat elke avond één of andere multiculturele voorstelling kunnen bijwonen. Maar het bestuur vergeet dat in diezelfde binnenstad een niet onbelangrijke groep van de achterban leeft die het hier niet op begrepen heeft: de Vlamingen met allochtone roots, de Europese burgers die hier werkzaam zijn in de sectoren waar de verwende binnenstedelingen hun neus voor ophalen, de verschoppelingen van de maatschappij waar woorden als toneelvoorstelling en multicultuur niet in hun beperkt woordenlijstje staan. Voor hen zijn de weldaden van Watteeuw en het theater van Termont een ver-van-mijn-bed-show.

Dit hebben sommigen goed begrepen. De onvrede wordt perfect gecapteerd door mensen als Koç en Dyab Abou Jahjah. Hun oproep naar échte multiculturaliteit is én muziek in de oren van de misnoegden én een klap in het gezicht van de heersende Gutmenschen. Het feit dat ze hun nieuwe politieke vehikels openzetten voor iedereen, ongeacht de afkomst, is een nog grotere klap. Stel dat dit lukt en dat de lijst bevolkt wordt met mensen uit, ik zeg maar, de harde kern van Buffalosupporters, katholieke godsdienstleerkrachten, Poolse stukadoors of Roemeense ijzerbinders, wat zal dan het verweer zijn van Rudy Coddens, de toekomstige paus van de gelijkheid. Schepen Tapmaz mag dan nog tekeer gaan als een duivel, of in zijn geval een djinn in een wijwatervat, segregatie is steeds het eindpunt van een mislukte, gepolitiseerde integratie. Democratie eet zijn eigen kinderen op.

Wat is de kans op slagen van deze nieuwkomers? Niet gering. Als je uit een cultuur komt waar voor mannen de belangrijkste dingen in hun leven zijn: hun paard, hun zwaard en tenslotte hun vrouw, is het niet te verwonderen dat, in een meer hedendaagse context, hun auto op de eerste plaats komt. En het zal niet een ecobewust elektrisch cambiowagentje zijn maar het pronkstuk van de familie waar opa en oma, nonkel en tante zwaar aan mee betaald hebben. De knippen van het mobiliteitsplan zijn voor hen knippen in hun ego en die doen fameus pijn. Dat verstaan de weldenkenden van de Botermarkt niet. Als je begint met dié ongenoegens te capteren, kom je al een eind ver. Benieuwd of zij die de enige politiek correcte waarheid claimen, het zullen aandurven de nieuwkomers achter een cordon “mobilitaire” te stoppen. Of is dat één multiculturele stap te ver? Het wordt nog interessant in Gent. De stad gaat  prat op zijn  statuut van sociologisch experiment. De stad zal nu kunnen bewijzen dat dit werkelijk zo is en geen goed-nieuws-show die de burger al enkele decennia lang moet slikken.

En wat als de vele burgerbewegingen in beweging schieten en marcheren richting verkiezingen? Ik ben nog nooit zo benieuwd geweest. U ook?