Vive Marie

De Gentse Feesten 2018 zijn al lang voorbij. Niemand die zich nog de stank, het lawaai en de heisa rond de herbruikbare drinkbekers herinnert. Een verloren terras dat maar niet afgebroken wordt en enkele schroeven die gevaarlijk uit de grond steken op het Goudenleeuwplein zijn de laatste fysieke reminiscenties naar onze multiculturele en hyperdiverse drankorgie. De Patersholfeesten waar de échte Gentenaar eens een goedkope Duvel kan drinken, zonder zatte Hollanders in de buurt, en een gestreken mastel kan nuttigen,  hebben de laatste kraampjes dicht geklapt. Met Vive Marie sluit de zomer 2018 zijn deuren. De regen is terug en de hitte is voorbij. Nog wat losse events moeten zij die van geen ophouden weten nog even zoet houden. Met Dansen in het Park, enkele lokale kermissen in Ledeberg en Oostakker en het Vegan Summer Fest 2018, slepen we ons naar een boeiend najaar. Dat laatste eventje laat ik aan mij voorbijgaan want ik zou er kloek willen opstaan tegen dat de lokale politici van onder de talloze losliggende Gentse straatstenen komen gekropen om naar mijn stem te hengelen.

Weldra is het één september. Hopelijk heeft iedereen zijn plaatsje op school gevonden, zij het tweede of derde keuze. En hopelijk voor het stadsbestuur is al het vuilnis dat door de Ivago staking is blijven liggen opgekuist vooraleer zij zelf, al flyerend, het straatbeeld komen bezoedelen. Ik blijf het een raadsel vinden, die staking. Eerst krijgen de vuilnisophalers minder werk, waardoor het werk blijft liggen en dan blijkt het te verwachten meerwerk te véél werk te zijn. Toegegeven, het was warm, extreem warm. En er was weinig respect van de directie. Weet iemand wat we ons daar moeten bij voorstellen? Weinig respect door mensen in de raad van bestuur en het directiecomité die zich lid noemen van een progressieve partij? Ik dacht dat net zij het zijn die altijd de mond vol hebben van respect en solidariteit. Nee dus. Respect en solidariteit dwingen ze alleen af van derden, duidelijk niet van zichzelf. In progressieve middens wordt de vraag naar respect al vlug een opeisingsbevel, kwestie van de bevolking geen onbehaaglijk gevoel te geven bij de verkiezingen. Veertien oktober was maar tien weken ver meer.  Ik vond het al vreemd dat er geen “farys-tweet” van de burgemeester kwam die de directie en het personeel feliciteerde voor de inzet om het vuil van de straat te halen. Tja, hij is dan ook niet de voorzitter van Ivago. Het bewieroken van het eigen volk is altijd iets makkelijker dan van het ander volk, zeker als je op vakantie bent. De groene collega kon als cumulerende voorzitter van de raad van bestuur én van het directiecomité de kastanjes uit het vuur halen, op voorwaarde dat ze thuis was, quod non. Dan moest de plaatsvervangende burgemeester maar de stakingbreker spelen. Sommige kwatongen beweren zelfs dat de socialistische vakbond overstag gegaan is om de kansen voor Team Gent gaaf te houden in oktober. Solidariteit zei U?  Het viel me wel op dat het centrum eerst werd schoongemaakt. De Botermarkt moet blinken. Wat zouden de busladingen Spanjaarden wel zeggen? Want ook Spanjaarden weten dat mejillones stinken als ze lang in de zon liggen. Zeker als ze met room en look klaargemaakt werden.

 

Sperperiode

De solden zijn begonnen, de sperperiode voor de handelaars is voorbij. Niet dat we daar veel van gemerkt hebben. Mijn vrouw kon de koppelverkoop best smaken, één beha kopen, de tweede aan halve prijs. Bij mijn nieuwe docksides kreeg ik een paar pantoffels, wollige winterpantoffels, om mijn voeten warm te houden als de stroom nog eens uitvalt. In de politiek daarentegen is de sperperiode nog maar pas begonnen en de beloften stonden na één dag  al in de uitverkoop. Een hoofddoek plus een plaatsje in een stadsschool. En dat voor maar één stem.

Ik begrijp de wanhoop van Groen. Medelijden noem ik het niet, ik hou het eerder bij hoofdschuddend zuchten. De flashy dubbelparkeerders van Godshuishammeke, de fans van de ronkende drum & bass  bolides uit de Meulesteedsesteenweg en de Mister Proper chroomfreaks van de Sint Salvatorstraat hebben, terecht, hun geloof verloren in het zaligmakend circulatieplan van de Gentse mobiliteitspaus. De wijken zijn van elkaar afgesneden, families uiteengerukt en op bezoek gaan, snel even met de Mercedes,  langs de Ottogracht of de Bargiebrug is uitgesloten. Een lange martelgang langs de stadsring is hun deel. De gettoïsering is een feit. De knips zijn weliswaar nog geen Mexicaanse Trump Wall, geen 38e breedtegraad van Kim noch de prikkeldraad van Gaza, het zijn wel symbolen van het Groot Gelijk, de ideologisch emanatie van een imperialistisch groene wereldvisie, maar ook van de Nineteen Eighty Four van de eenentwintigste eeuw.

De heersende ecologisten erkenden het verlies van het geloof van hun multiculturele achterban in de eco-utopie van het mobiliteitsplan maar herkenden onmiddellijk de religieuze dominante tekenen van hun mono-cultureel would-be kiespubliek.  Een geste in die richting kan mogelijks de zucht naar de  zogenaamde radicale gelijkheid van Be.one een pad in de korf zetten. “Hoofddoeken welkom, stem Groen” Toegegeven, het klinkt forser dan “varkensvlees stinkt”.  Een arbre magique kan trouwens wonderen doen.

De beste burgemeester van de wereld en verzamelaar van weinigzeggende trofeeën moet het lastig hebben. Zijn ni-dieu-ni-maître linksigheid moet het afleggen tegen de dhimmitude linksigheid van zijn kartelpartner. Benieuwd wat de ruige rode dokwerker daar van denkt. Of de bandwerker bij Volvotrucks. Op café klinkt het luid en duidelijk “van dienen boer geen eieren”. Ik heb nog nooit met zoveel sympathie naar een ABVV’er staan luisteren. Misschien zullen de marxistische studenten van de meest progressieve Alma Mater te lande de godsdienstige kuiperijen van Groen wel  intellectualiseren en een plaats geven in de hun legitieme strijd tegen het kapitalisme. Hoe meer de gevestigde orde verstoord wordt door een cultuur van de feminine onderdrukking of door de disruptie van de Westerse klassieke waarden, hoe sneller de decadente democratie valt. Misschien moeten de exponenten van het hypergedemocratiseerd onderwijs eens aanschuiven aan de band van de vrachtwagenfabriek of aan de hete ovenmonden van Arcelor Mittal. Of een boterham eten in de refter van Taminco in plaats van in een fancy foodlounge met quinoa hapjes en glutenvrije broodjes met dressing van kikkererwten. Laat frikandon en samsonworst de ogen opengaan voor linzen en tofu ze sluiten.

De Queeste van de Cleynzoon

Er rommelde iets in de burcht aan de samenvloeiing van de twee grote rivieren. Mathias de Cleynzoon, ook de Welbespraakte genoemd, stak het niet langer onder stoelen of banken dat hij, en alleen hij, de nieuwe leider van de burcht zou worden. Met een verbeten enthousiasme dat niet meer was voorgekomen sinds de kruistochten, gooide hij zich in een bitste strijd om het leiderschap. Krachttermen als vrijheidsminnend, positief en fier  moesten de burchtbewoners aantonen dat het menens was. Ook het nieuwe begrip “Uyt-de-Dhose” denken, overgewaaid van de Angelsaksische eilanden, moest de burgers aanzetten om niet meer slaafs de oekazen van ridder de Roode de Mariakerque te volgen, noch zich met blindheid in de wilde avonturen van de twee koningskinderen uit het verre Westen te storten. Nadat hij de oude voorman van de stadsmilitie voor zich had kunnen winnen, een oude Baskische strijder die zich taalgewijs perfect had geïntegreerd in de burcht, was de Cleynzoon steeds meer overtuigd dat alleen hij het pleit zou winnen.

Maar achter zijn ambitie die volgens hem de diversiteit omarmde schuilde een donker geheim. Al veertien jaar ging de jongeling gebukt onder een waar familiedrama. Veertien lange jaren waren voorbijgegaan sinds de grootvader van de Cleynzoon er eigenhandig voor gezorgd had, op een Staten-Generaal van zijn clan, dat burgers, geboren in burchten, ver weg van de eigen burcht, zich kandidaat konden stellen om mede de eigen burcht te regeren. Deze beslissing met vergaande gevolgen werd een waar drama voor de jonge Mathias. Hierdoor had ridder de Roode de Mariakerque, ooit zijn progressieve mentor, de kans schoon gezien om twee frisse prinsjes uit het verre Westen aan de borst te drukken. Deze twee inwijkelingen, vreemdelingen zeg maar, hadden zich ontwikkeld tot vooruitstrevende bestuurders met frisse, maar voor veel burgers waanzinnige ideeën, iets wat de ridder wel kon smaken. Deze laatste kon het zich zelfs  permitteren de Cleynzoon opzij te schuiven als troonopvolger en de stad over te laten aan de utopieën en de luchtkastelen van de prinsjes. De dag dat ridder de Roode de Mariakerque proclameerde dat de luchtwegen de belangrijkste wegen waren voor de inwoners van de burcht, wist de Welbespraakte dat hij het ging moeten opnemen tegen de gebakken lucht van de heersende Burcht Brigade.

Daarom ging hij furieus op zoek naar concrete succesverhalen: de haven, de vele startende ondernemingen, de samenwerking met de naburige landen… deze werden zorgvuldig neergepend in het blauwe boek van zijn verwezenlijkingen. Hij kreeg zelfs de hulp van Willem Met den Gespleten Tandt, een oude krijger van vele oorlogen. Dat deze aan de wieg stond van mededingingsrecht voor vreemdelingen was geen bezwaar. Het doel heiligt, ook in de donkere dagen van de burcht, de middelen.

Engagement en deskundigheid waren het ultieme wapen tegen de frivole fabels  van de heersende klasse. Suiker en zeem verving Mathias de Welbespraakte door  peper en  zout. Het moest hem het aureool van kracht en onoverwinnelijkheid geven, maar het moest er hem er ook elke dag aan herinneren dat de wonden van het verleden zijn ultieme drijfveer zijn om de eindzege te behalen.  Dan pas zou zijn queeste ten einde komen.

Zombie

Wie geniet er niet van de harde techno-beats van Zombie Nation telkens wanneer de Buffalo’s in de Ghelamco Arena een doelpunt maken? Ik weet het, voor luttele FCB fanatici ter stede klinkt het meer als een treurmars maar voor de modale KAA Gent supporter zijn het celeste klanken. Ook voor het triomferende stadsbestuur in de skybox. Of op nog duurdere plaatsen, inclusief de sterrenkeuken van Horseele. Maar vooraleer de groene excellenties tijdens hun kiescampagne opspringen in voetbalextase bij een doelpunt van de Oekraïner Roman Yaremchuk moeten ik ze wel duidelijk maken  dat het nummer dat uit de boxen dreunt Kernkraft 400 heet. En Tsjernobyl ligt in Oekraïne. Misschien keren de West-Vlaamse schepenen, diep teleurgesteld in de Gentse ode aan de kernenergie, terug naar hun heimat waar ze in alle rust verder, maar dan openlijk, voor Club Brugge kunnen supporteren.

Had de bende van de Botermarkt ooit gedacht dat de teraardebestelling van het woord allochtoon in 2013 zou kunnen evolueren in een heuse Z-war? Ik las deze ochtend in de Het Laatste Nieuws dat een bekende restauranthouder, een Gentenaar met migratieachtergrond om het politiek correct te houden,  aansloot bij Be.One, de partij van de Belgisch-Libanese brulboei Dyab Abou Jahjah en doorn in het oog van menig progressieve stadscoalitie. “Je kan woorden begraven maar geen problemen” aldus Osman Gök. Die begraven allochtoon zou nog serieus kunnen spoken aan de Botermarkt. Ik loop nu en dan door de Sleepstraat. Over de utopisten van Groen hoef je daar niet te beginnen. Bakfietsen rijden best een blokje om. Om de luchtwegen geven de Turken ook niet zoveel. Dat moet Termont toch geweten hebben. In zijn geliefde Gentse taal is “ruuke gelijk nen Turk” een redelijk ingeburgerd begrip. Ook de talloze BMW- en Mercedesdiesels waren duidelijke hints. Maar nee, zijn mobiliteitspaus wist beter. Wat hij niet wist is dat hij met de uitvoering van zijn boude plannen een regelrechte Zombie War had ontketend.

“We zijn de mensen van de Sp.a beu” gaat de geïnterviewde verder, “ Ze beloven veel als de verkiezingen komen, daarna zien we ze niet meer”. Is dat nu net het basiskenmerk van alle politici? Beloven en verder niets doen? Als er dan al eens, in het verre Amerika of het meer nabije Oostenrijk en Italië, politici zijn die het wél doen, dan staat de hele politiek correcte goegemeente op zijn achterste poten.

Maar zullen de talrijke Gentse partijen, oudgedienden én nieuwlichters,  hún beloften waarmaken. Zal inspraak ook échte inspraak zijn? Zal men de woningnood verhelpen of eerder de bouwmagnaten helpen? Zal het fijn stof dalen of zullen de testresultaten normaliseren? Zal de kinderarmoede uit de wereld geholpen worden of zal er nieuwe geïmporteerd worden, kwestie van de electorale slagkracht voor 2024, dus de eigen bestaansrede niet te verliezen? Zullen we mogen out-of-the-box denken, of verdwijnen de keizers na 14 oktober terug in-the-box? Als Be.One radicale gelijkheid belooft dan komen de fietsers en de automobilisten in Gent op gelijke voet te staan, dan zullen alle restaurants hun witte kassa gebruiken en alle rekeningen van bouwmaterialen inclusief BTW zijn. Ik ben voor. Zombies on the rise!

Rechtvaardige Rechters

“Ventje, de Rechtvaardige Rechters!” roept mijn vrouw vanuit de keuken. Hebben ze die nù al gevonden? Dat zou vroeg zijn. Gisteren lag de Kalandeberg nog dicht. Mijn teleurstelling is groot als ik verneem dat ze het over het komisch radioprogramma heeft. Let wel, geen slecht woord over dit uiterst onderhoudend programma op radio 2. Ze mogen mij ook eens uitnodigen.

“The show must go on”… en liefst tot aan de verkiezingen,  moet de burgemeester van Gent gedacht hebben wanneer hij bij de voorstelling van het nieuwe boek van Marc de Bel, de Veertiende Brief, de inleiding gaf. Een beetje extra publiciteit voor de sperperiode kan geen kwaad. “Geen graafwerken!”, beval de burgemeester. Wedden dat het plein pas begin oktober wordt opengelegd? Voorkennis is geen misdaad bij verkiezingen. Stel je voor dat Termont de geschiedenis kan ingaan als dé burgemeester die het paneel van de Rechtvaardige Rechters terugvond. Eeuwige roem! Niemand die nog over Optima of de Rubeccan spreekt. Gheysens, wie is dat?  SOgent? Publipart? Faits divers! Termont, de redder van Van Eyck! In 2029 zien we hem gegarandeerd vijf keer per dag op National Geographic.  Misschien noemen ze later nog een grote sport- en evenemententempel naar hem. Stel je voor: de Termont Arena.

De coalitiepartners moeten groen van afgunst zien bij al die publiciteit. Nochtans hebben zij hier niets bij te winnen. De Rechtvaardige Rechters zitten duidelijk op paarden en niet op bakfietsen, en het zijn allemaal blanke mannen. Het enige bruin is het bruin van de paarden.  Het werk van de gebroeders van Eyck is geen reclame voor het mobiliteitsplan, noch voor het gelijkekansenbeleid. En kindjes staan er ook al niet op. Het kunstwerk mag gerust geklasseerd worden als kindonvriendelijk, ergo on-Gents.  De Rechters mogen verder wegschimmelen in de geheime gang onder de Kalandeberg als het van Groen afhangt. En het plein openbreken zou ook al geen teken van goodwill zijn voor de talloze Gentse fietsers, ook niet voor de hardnekkige, tussen 11 uur en 18 uur. Vooral die laatsten mogen ze niet verliezen op 14 oktober.

Blijkbaar zijn er al honderden theorieën rond de Stoutmoedige Diefte. Wie ligt er dan nog wakker van Termonts hoop op eeuwige roem. Vandaag gaat het over voetbal. Panama is de eerste struikelsteen op weg naar de eeuwige roem van de Rode Duivels en die hebben me dunkt meer supporters dan onze burgervader. Alleen al Kevin De Bruyne heeft  25 keer meer volgers op twitter. En die is toch van Drongen. Misschien wordt hij wel het witte konijn van de burgerpartijen. KDB for mayor! Hopelijk trapt hij ons eerst naar de WK-finale met zijn rechtvaardige rechter.

Trofeeënkast

Ze mogen er weer één bijschuiven, een beker in de trofeeënkast aan de Botermarkt. Gent is, na 2015,  voor de tweede maal op rij uitgeroepen tot Fietsstad van Vlaanderen. De wilde weldoener van dienst is de Vlaamse Stichting Verkeerskunde. De laureaat, Gent dus, werd gekozen uit 35 kandidaten die hun concrete realisaties en toekomstplannen op het vlak van fietsbeleid mochten toelichten. Het zal wel geen toeval zijn dat het enige beleid dat Gent nog lijkt te voeren een fietsbeleid is. Woonbeleid? Armoedebeleid? Allemaal de fiets op. Gent won trouwens ook, tot groot genoegen van onze mobiliteitspaus, de publieksprijs én de deelawards voor ‘fietsinfrastructuur’, ‘fietsparkeren’ en ‘veilige fietsnetwerken’.  Of de trofeeënwoede van de stad Gent de Gentse Burgers nog enigszins kan beroeren is een groot vraagteken. Een enthousiast twitterende burgemeester van een stad van 260.000 inwoners met 60.000 volgers op twitter, haalde met zijn tweet over deze elvendertigste stadstrofee 147 likes en 10 lauwe reacties.       De schepen van mobiliteit met 5.900 volgers haalde met zijn aankondingstweet 125 likes en eveneens 10, zij het iets positievere commentaren. Blijkbaar heeft hij beleefdere volgers dan de burgemeester. Dat moet voor hem perspectieven openen in oktober.

Zou er ook zoiets bestaan als een nominatiekast? Gent is genomineerd om de European Green Capital te worden in 2020.  Leuk, denk ik toch.  Gent wàs ook genomineerd voor de Cavaria Award 2018 maar greep naast de prijs. Die ging naar Ketnet met de dokter Bea show en naar Piet De Bruyn die de Cavaria Campaign Award kreeg voor zijn werk als algemeen rapporteur voor de rechten van LGBTI-personen in de Raad Van Europa. Dat de immer sympathieke  Eva Van der Gucht die gestalte geeft aan de vrolijke dokter Bea, de prijs wegkaapte mag voor onze burgemeester een magere troost zijn maar dat uitgerekend een Vlaams nationalist als Piet De Bruyn een award kreeg moet in de catacomben van de Botermarkt hard zijn aangekomen. De erfvijand die een prijs wint waar je als stad van vindt dat je met je “Hij/Zij Voorbij” campagne er zelf recht op hebt, dat doet zeer, écht zeer. En tegen Piet De Bruyn kan Termont moeilijk fulmineren dat hij beschaamd moet zijn.

Misschien kan het stadsbestuur met hun initiatief voor herbruikbare bekers op de Gentse Feesten volgend jaar de “Award voor Herbruikbare Bekers“ winnen. Als die nog niet bestaat organiseren ze hem zelf wel. Het Gentse progressieve bestuur kan zich alvast optrekken aan de steun van de Vlaamse milieuminister die een algemeen verbod op plastiek wegwerpbekers voorstelt. Steun van de tsjeven, dan kan nog er nog juist door. Misschien hebben ze straks Mieke Van Hecke broodnodig om net niet gewipt te worden uit het stadsbestuur. Een beetje overeenkomen kan dus helpen. De stad besliste om in zee te gaan met de firma  EcoCup uit Grâce-Berleur bij Luik om 500.000 herbruikbare drinkbekers in te zetten op de Gentse Feesten. Precies 151 kilometer verwijderd van het hart van de Feesten worden de cups dagelijks ecologisch gewassen, gedroogd en teruggestuurd over de weg, met een vrachtwagen op CNG. Compressed Natural Gas, dé vrijgeleide om elk ecologisch initiatief  groen licht te geven en subsidies toe te kennen. Maar toch een goede zet me dunkt. Als centrumbewoner kan ik het appreciëren om ’s morgens rond 8 uur niet door een vuistdik tapijt van stinkende plastiekbekertjes naar mijn werk te moeten stappen. Maar of de drinkbekers aan 1 euro waarborg dé oplossing zullen zijn,  valt af te wachten. Ik vrees dat Ikea voor geruime zijn voorraad Pokal-glazen aan 0,59 € uit het assortiment mag nemen, want voor studenten die in een tiental dagen voor  een paar honderd euro’s pinten en trendy cocktails achterover kappen is 6 euro voor een setje fancy drinkbekers waarlijk géén geld. Ook iets voor op kot, in hún trofeeënkast.

Babylon aan de Leie

Het wordt lente. Aan de temperatuur zou je het niet zeggen. Die verdomde vulkaanuitbarstingen gooien nog steeds roet in het eten en in de lucht. Het blijft kil. Het leven in de stad is hard voor bejaarde mensen. Er zijn niet alleen de terugkerende stroomonderbrekingen en het tekort aan gesubsidieerde houtpellets, zelfs aan eten geraken is geen makkie. Bij de stadsboerderijen verstaan de  verkopers mij amper nog, of ik hen niet. Dat laatste kan ook aan mijn hardhorigheid liggen. Als ik dan eens een thuismaaltijd bestel, wanneer mijn rollator met ingebouwd-hoogrendement-biogas-micromotortje-met-recuperatiefilter het laat afweten, is het ook behelpen aan de telefoon. Dat de Bikeroo’s al lang geen Nederlands meer praten, is gekend. Zolang ze mijn adres terugvinden ben ik al heel tevreden.

Maar vorige week, op maandag 28 mei 2029,  kreeg ik een vervelend bericht in de bus. De Koningstraat waar ik al 14 jaar woon verandert van naam. Deze keer was het geen  initiatief van een duister clubje SJW’ers die de wandaden van één of andere Belgische koning wil verketteren. En sinds de degradatie van koningin Elisabeth tot ceremonieel staatshoofd  in 2025 wordt er met het Belgisch koningshuis nog weinig rekening gehouden. So, who cares? De Koningstraat wordt gewoon: Sector 2, straat 18. Geïnspireerd op het oude Sint-Lucas ziekenhuis, dacht ik nog. Kwatongen beweren echter dat het komt omdat de meeste Gentenaars geen Nederlands meer kunnen lezen. Spreken deden ze al een tijdje niet meer.  Sinds de afschaffing van het Nederlands als verplichte spreektaal op school werd het moeilijk om nog een zinnig gesprek aan te gaan met een deel van de buren. Met de meeste politici was dat al meer dan een decennium niet meer mogelijk.  Maar na de afschaffing van het Nederlands als leestaal in 2021, was het hek helemaal van de dam. De bedrijven hadden het al moeilijk om nog Vlaamstalige werknemers te vinden, de laatste jaren is het een complete ramp. Mijn zoon vindt zelfs geen enkele magazijnier meer die onze landstaal voldoende machtig is. De anderstalige bedrijfjes groeien en bloeien nochtans en dit tot grote vreugde van het Directoraat van de stad. De oorspronkelijke Gentse ondernemers worden nu verplicht zich aan te passen en Turks, Bulgaars, Arabisch, Pools of één of andere Servo-Kroatische taal te leren. Moeilijk gaat ook. De meeste mensen passen zich dan ook aan. We moeten wel, dat heeft de democratie beslist. Ook aan de abrupte afkoeling van de aarde hebben we ons aangepast. Maar dat aanpassen aan al die vreemde talen wordt voor ons bejaarden steeds lastiger. In het dienstencentrum zijn er nu gelukkig twee volle dagen voorzien voor Nederlandstaligen. Na protest en lang aandringen van de burgerbewegingen is er uiteindelijk een halve dag bijgekomen.

Binnenkort wordt tijdens de Gentse Spartakiade in de Termont Arena de 150.000-ste anderstalige Gentenaar gevierd. Een jongeman uit Luxemburg die enkel het Lëtzebuergesch spreekt. Prompt zullen door het Opperste Onderwijsorgaan  klassen ter beschikking gesteld worden aan de volgmigranten voor taallessen Lëtzebuergesch, betaald door het Luxemburgs Junckerfonds, ter promotie van de taal, de politiek en de cultuur van ons buurland. Benieuwd of het initiatief van de Luxemburgers evenveel bijval zal hebben als dat van president Erdoğan destijds.

Korte Keten

Zelden heb ik écht zin in groenten. Mijn ouders waren dan ook pure carnivoren. Elke week minstens twee maal biefstuk, in de échte boter gebakken, twee maal worst, één- of tweemaal vis, we woonden in Oostende, en dan nog wat zelfgemaakte stoverij of lekkere vol au vent. Hamburgers, boomstammetjes en Ardeense schijven bestonden nog niet. Mayaworst evenmin.  En telkens met veel aardappelen. Groenten waren garnituur. En het smaakte, keer op keer, de occasionele spruiten of witloof ten spijt. ’s Avonds américain bij de boterham of een schel boerenhesp. Mét zwoerd. Mijn vader heeft honger gekend in de oorlog en ík moest dan het zwoerd opeten. Vet.

Elke vegetariër of godbetert veganist, en zo leven er wat in Gent,  moet nu staan gruwen en zonder enige vorm van mededogen mijn ouders beschuldigen dat ze de gezondheid van hun zoon blootgesteld hebben aan onaanvaardbare gezondheidsrisico’s zoals een marginaal verhoogde cholesterol en een aan de hoge kant uitgevallen BMI. Duvel ben ik pas beginnen drinken toen ik het huis uit was, maar dat zullen ze for the sake of argument niet vermelden. Misschien denken ze wel dat hun vroege dood een politiek correcte straf is voor hun ongezonde levensstijl die ze bovendien aan hun nakomeling met wrede genoegzaamheid hebben opgedrongen. Ik verwacht van vegetariërs of veganisten geen factcheck maar ik kan hen zwaar teleurstellen met de kennis dat mijn ouders, 87 en 88 jaar oud, nog in prima gezondheid zijn, alle dierlijke eiwitten en vetten ten spijt.

Maar áls ik dan toch eens zin heb in groenten ga ik om de hoek bij Bayram. De immer sympathieke Gentse Turk moet zowat de lekkerste groenten en het sappigste fruit uit de buurt hebben. Hiervoor moet ik geen 100 meter stappen dus dacht ik dat ik hiermee in de kaart speelde van Team Gent en een levend voorbeeld was voor de korte keten. Bij nader inzien merkte ik op dat zijn aardbeien uit Hoogstraten kwamen en dat ligt volgens Google Maps toch zo een kleine 100 kilometer hier vandaan. Enig opzoekwerk leerde mij dat de korte keten dan ook iets anders is. Op de website van Stadslandbouw Gent lees ik dat landbouw en politieke filosofie (of lees ik hier onwrikbare overtuiging?) heel kort bij elkaar staan. Op de website van Gent Klimaatstad lees ik dat het beter is om de productie en de consumptie dicht bij elkaar te houden én dat Gent weer eens genomineerd is voor een zoveelste award. Maar dit laatste doet niet ter zake. Op de website van de stad Gent zelf lees ik dat de stad begaan is met voedsel. Gent en Garde, dat een tactisch masterplan om het voedselsysteem in Gent te verduurzamen nastreeft, verwijst naar een door de stad Gent bestelde studie  die  de noodzaak van de korte keten aantoont. De politieke filosoof van de werkgroep stadslandbouw schrijft het rapport dat stadslandbouw aanbeveelt. Klinkt als: wij van WC-eend adviseren WC-eend. Misschien is het dat wat de Gentse politiek bedoelt met de korte keten.

Buiten de stadslandbouw vind je dit ook terug in andere domeinen, denk maar aan Stadsontwikkeling.  Projecten toekennen kan evengoed in een korte keten. Vandaag ontwikkel ik, morgen ben ik jurylid. Het volgende project andersom. Scratch my back, I’ll scratch yours. De korten keten dus. Op zaterdag ben ik, zoals steeds, wat gemakzuchtig maar gelukkig is er Bert Staes, de fiabele scribent van het stadsbestuur, die een en ander duidelijk maakt over de stappen die enkele partijen in de soap rond Sogent ondernemen. Nu de stad naar het parket stapt denk ik dat ook hier de korte keten gevonden is. Misschien was een coöperatieve parketmagistraat met een groot voetbalhart aanwezig was op een ongedocumenteerd avondje skyboxen, of liep er toevallig een bereidwillige procureur in de vochtige kamer rond? In Italië heeft de nieuwe regering alvast een ban op de verenigbaarheid van ministerschap en lidmaatschap van de loge afgekondigd. Een los ideetje voor de volgende gezagsdragers in Gent? Het zou wel heel wat afbreuk doen aan het principe van de korte keten.

En wedden dat de korte keten net één van de verkiezingsthema’s van Team Gent wordt?

Coyendans met Castro

De Centrale, het spraakmakende intercultureel centrum, troetelkind van het progressief Gents stadsbestuur, organiseerde op 19 mei het gratis wijkfestival Goûts de Gand in het Coyendanspark. Ik ging kijken.

Nadat ik de zee van fietsen had getrotseerd kwam ik via de toegangspoort op een leuke, warme en samenhorige binnenplaats. Schattig. Veel kindjes, veel kraampjes, veel wereldmuziek. Klinkt mega superwijs voor velen, maar voor mij dat is gewoon folk van den Aldi. Rock’n Roll is denkelijk té blank, of té wit, of té crèmekleuring?

Ook veel lekkers uit Afghanistan, Palestina, Indië, Bangladesh, Japan, Bulgarije, Roemenië. Maar weinig hoofddoekjes, het was nu eenmaal Ramadan (of Ramazan voor de Turkse lezers) en sneukelen zat er dus niet in. Ze moesten wachten tot 21.31 uur, zonsondergang in Gent. Dus slechts 29 minuten om te schransen. Dergelijke festivalletjes sluiten blijkbaar om 22 uur. Misschien moet De Centrale de timing volgend jaar beter in de gaten houden.

Verzameld links aan de bonnetjesstand. Mama’s met kindjes, veel kindjes, mogelijks ook van de buren maar dat was er niet aan te zien. Altijd herkenbaar aan hun donkergroene collants, halfhoge bruine cowgirllaarsjes, overhangend versleten rokje en tweedehands lederen vestje. Als je ze ziet is de bakfiets nabij. En de kindergrime. Papa’s met de vaporiser, baardje van een paar dagen en bio-pintje in de hand. Cool. De wat oudere dames, volledig schmink- en manvrij, meestal met hennagekleurd en gemillimeterd haar, keken mij, zoals steeds, wantrouwend aan. Ik moet geboren zijn met die conservatieve oude-venten-blik in de ogen. Zoveel is zeker.

Bon, niets dan goed over dit multicultureel festijn. Ouders paffen hun zelfgerolde shags, al dan niet verrijkt met goedkope wiet. Maar ze doen het tenminste niet in de auto.

Alleen begreep ik de aanwezigheid van een standje diehard Cubafans niet. Okay, Peruaanse muziek, Braziliaanse zoetigheden, Mexicaanse drankjes… maar de beeltenis van Ché, de vergane linkse glorie, nog enkel goed om de T-shirts te tooien van een paar overjaarse hippies of Madurofans? Ik zocht tevergeefs naar een standje met Chilifans en Pinochet T-shirts. Een beetje zuidelijke Andescultuur zou niet misstaan. Of gaat het over wie de grootste moordenaar in zijn rangen heeft? Wat telt er meer: helikopters of standrechtelijke executies? Of is het laatste dan iets meer multicultureel dan het eerste?

Terwijl ik me weer op weg naar huis begaf, bleef die vraag spelen. Wie de grootste moordenaar is wordt meestal bepaald door geschiedenis van de overwinnaars en de verliezers. Montgomery stuurde per vergissing duizenden soldaten de dood in, maar hij zat langs de goede kant. Langs welke kant Ché zich nu bevindt wordt niet bepaald door de geschiedenis maar door het verhaal van wie het hier voor het zeggen heeft.

De Zevende Dag

Ik moet ootmoedig toegeven, de Zevende Dag is al lang geschrapt van mijn zondags verlanglijstje. Ik ruil graag deze twee uren van politiek activisme in voor een gezonde wandeling door de op dat uur vaak lege binnenstad van Gent. Of voor de elfurenmis in onze prachtige Sint Baafskathedraal. Een oase van rust en contemplatie waar we met zekerheid geen Gentse politici tegen het lijf zullen lopen, behalve Mieke Van Hecke, maar sommigen beweren dan ook dat zij geen politica is. Soit, een aanrader, zeker in de komende maanden.

Vorige week maakte ik graag een uitzondering. Onze groene mobiliteitspaus Watteeuw kruiste de degens met het duracell konijn van de NVA Ben Weyts, bij de trouwe kijkers van Villa Politica ook de Flemish Fainter genoemd. Uiteraard ging het over mobiliteit en kwaliteit van het openbaar vervoer. Het bijhorend filmpje was best onderhoudend. Men interviewde enkele argeloze wachtenden aan de Zuid. De opmerking van een felle mevrouw die niet kontent was over de vertragingen maar wel over de bereikbaarheid van haar bestemming “als de vakbonden niet staken”, werd door de regisseur niet weggeknipt. Een onachtzaamheid van een omnipresente VRT-syndicalist, of een stiekeme NVA’er achter de knoppen die toch bij de VRT is binnengeraakt? Ook de opmerking van de gepensioneerde man die zijn abonnement van 53 euro per jaar eigenlijk veel te goedkoop vond bleef ongecensureerd. Steve Stevaert draait zich om in zijn graf. Uiteindelijk mocht de studente die 209 euro voor 365 dagen met bus of  tram rondrijden te duur vond,  toch het vaandel van de kritische jeugd hoog houden. 238 euro voor 4 dagen Rock Werchter was in deze context geen issue.

Terug naar het gesprek van de twee tenoren. Ben Weyts probeerde ADHD-gewijs de zoals steeds stekelige vragen van Phara De Aguirre over de tanende tevredenheid te counteren door aan te tonen dat De Lijn een traag kerende tanker is. De verminderde stiptheid, de gebrekkige reizigersinformatie, de geschrapte diensten… allemaal de schuld van de gigantische inertie van een groot zeeschip. Je zou denken dat niet Philippe De Backer maar Ben Weyts staatsecretaris voor de Noordzee was.

Watteeuw verraste dan weer vriend en vijand door toe te geven dat hij achter het idee voor een Antwerpse mobiliteitsnet van NVA-schepen Koen Kennis stond. Les extrêmes se touchent? Toch als het op openbaar vervoer aankomt. Misschien was Siegfried Bracke beter over trams dan over Publipart begonnen. Er kon iets moois gegroeid zijn in Gent.

Terug naar de blauw-gele MIVG bussen? We hebben al bleekblauwe wandelbussen. Een streepje geel erbij en we zijn er. Over het budget van 400.000 euro kan gediscuteerd worden. Over de tevredenheid ook. Dat de geestelijke vader deze laatste niet in twijfel trekt kan ruiken naar een flinke dosis vooringenomenheid. Maar dat hij de beperkte bevoegdheden van de stadsbesturen in het kader van de regionalisering bij De Lijn wél in twijfel trekt,  kan ik gerust inkomen. Indien de beslissingsmacht enkel bij de belbus ligt is het idee van de 15 vervoersregio’s a priori een verloren zaak.

Het valt wel op dat Watteeuw met zijn vraag naar opsplitsing van De lijn in kleinere, flexibele stadsmaatschappijen in gaat tegen de omgekeerde beweging van groene brulboei Calvo die in zijn boek Leve Politiek pleit voor één parlement in plaats van zes. Meer groene centralisatie dus. Dat hij in zijn naïviteit nog een paar parlementen vergeet is munitie voor zijn tegenstanders.  Maar over nationale politiek zwijgen we in Gent en meer zedig.

Dat bij de verbrokkeling van het Vlaamse openbaar vervoer in kleinere stads- en regionetten de vakbonden minder greep zullen hebben op de werking er van en het hele land moeilijker kunnen platleggen zullen ze bij de rode broeders van Team Gent niet graag horen. Zou Watteeuw met zijn pragmatische kijk op de lokale mobiliteit dan toch niet lekker liggen bij de collectivistisch geschoolde collega’s op zijn lijst? Velen zullen het heimelijk hopen. Over het circulatieplan kan immers achteraf nog gediscuteerd worden, op een pragmatische wijze.