Vernederen

Je kan best vernederend overkomen als je iemand een figuurtje noemt, als in figurantje of karikatuurtje. Het overkwam Peter De Roover in een interview met de Standaard door  zich op die manier uit te laten over Sihame El Kaouakibi. De Gentse burgemeester Mathias De Clercq nam het daarom op voor zijn partijgenote  die door de federale fractieleider van de NVA werd weggezet werd als een marketingproduct van blauwe wizzkids. Een ware vernedering voor deze ondernemende vrouw  die ooit uitgeroepen werd als één van de 10 invloedrijkste “Vlamingen met migratie-achtergrond” (Let op, ik gebruik hier de Gentse politiek correcte bewoording voor het ten grave gedragen woord “allochtoon”) Ook een vernedering als je weet dat zij master in Onderwijskunde werd zónder een nepotistisch duwtje in de rug.

Dus een beetje lomp van De Roover, maar niet noodzakelijk een uiting van een genetische afwijking. DNA-sequenties bepalen nu eenmaal niet de graad van ironie of sarcasme die een mens meeneemt in zijn communicatie, noch de arrogantie of de nood om te vernederen. Opvallend dat progressieve politici en journalisten zich het specialisme “genetica” aanmeten, als waren zij de Watson en Crick van de morele beoordeling van hun politieke tegenstanders. Blijkbaar kan de Gentse burgemeester al even goed de samenstelling van het Vlaams DNA definiëren als Bert Bultinck van Knack.

Ik vraag me af of dergelijke ”genetische opdeling” op zich zelf ook geen vorm van vernedering is. Uiteraard zal Mathias De Clercq vinden van niet omdat hij zich al enige tijd op de ongenaakbare hoogte van zijn moral high ground bevindt. Op dergelijke hoogte heeft hij de zelfkritiek achtergelaten aan de boomgrens van de redelijkheid en ademt hij enkele de zuivere lucht van zijn eigen Groot Gelijk in.

Maar laat “genetisch opdelen” nu juist een kenmerk zijn van de mensen die Mathias De Clercq zó verafschuwt. De viscerale haat jegens nationalisten is hem ingelepeld door de über-humanist, filosoof en ondertussen  éminence grise van de Open-Vld, Dirk Verhofstadt, meester-verbinder maar verwoed blocker op Twitter. Nog even en De Roover wordt om zijn sterk wijkende haargrens en groot voorhoofd frenologisch bij het politiek gevaarlijk afval van deze wereld gezet.

Maar we wijken af. Nee Sihame El Kaouakibi is geen figuurtje, eerder misschien een toekomstige grande dame van de open VLD.   Maar sedert de forse taal van Groen op de sociale media betreffende het toekomstig inclusief personeelsbeleid, ben ik er van overtuigd dat de Gentse burgemeester zelf een figuurtje is in de groene poppenkast van Gentse Botermarkt.

Baloney

Nee, het gaat niet goed met de Buffalo’s. Drie op vijftien is ronduit dramatisch. Ik heb niet het voetbalgeheugen van Filip Joos, maar wel een sterk vermoeden dat dit zo wat de rampzaligste start van de competitie moet zijn in vele decennia. De grote roerganger, voorzitter en notoir bedrijfspsycholoog vond nochtans dat zijn ploeg de enige was die Club Brugge kon bijbenen in de competitie 2020-2021. Dat deze laatste kan bijgebeend worden zal wel kloppen, maar het zal eerder door zebra’s dan door indianen zijn.

Wanneer een schip op drift is kan je de kapitein vervangen, maar misschien moet je ook eens de machinekamer inspecteren, de matrozen evalueren en de reder bevragen. Nu ja, de bestuurskamer van KAA Gent is zowat heilig verklaard sinds de ploeg van ons hart een coöperatieve vennootschap met sociaal oogmerk is geworden. De ploeg is voor altijd van de Gentenaars, aldus de gevleugelde woorden van Daniël Termont. Ik weet niet of hij die uitsprak in de skybox van de stad of in de business seats, maar voor de trouwe supporters waren zijn woorden zalf voor de sportieve ziel.  Over de fiscale constructies en de faveurkes van het stadsbestuur zijn er al boeken geschreven. Ik hou mij op de vlakte, de toorn van de grote manitou zou wel eens pijnlijk kunnen zijn. Dat heeft de auteur van het betreffende boekje mogen ondervinden.  Soit, als supporter verwacht je wel meer van een super professioneel bestuur die beweren het hart en de portefeuille op de juiste plaats te hebben.  Ook de keuze van  trainer Bölöni zou wel eens kunnen uitdraaien op a lot of baloney. Voor wie  deze uitspraak niet kent, baloney is Boulogne, een worst van paardenvlees, varkensvlees en ander vettigs, ook wel door Gentenaars bloende genaamd. Een hoop smaakloze hoop nonsens dus.

Nog goed dat KAA Gent er financieel goed voorstaat en met de hulp van onder andere Simon, Kalu en David een appeltje voor de competitieve dorst heeft opzij gezet. Dat kunnen we van dat ander bestuur, het stadsbestuur niet zeggen. Voor de toename van de schuld tot één miljard euro scoort de burgemeester en de rest van de bende van de Botermarkt ook niet meer dat drie op vijftien. Het geld mag dan wel goedkoop zijn, schulden zijn schulden. Al zijn andere wollige uitleg is dan ook niet veel meer dan baloney

Nie wieder

Dat juli en augustus voor veel leerkrachten de twee voornaamste redenen zijn om voor het onderwijs te kiezen, is algemeen bekend,  maar voor mij waren het twee maanden waar de inkt in mijn pen uitdroogde. Niet zozeer door de klimaatopwarming, maar door de politieke actualiteit die meer om te huilen dan om te lachen was. Op een bepaald moment wordt het vertoon zo zielig dat een cynicus als ik er niets meer bitter of zoet kan over schrijven. Ik hoop wel dat de lezers ondertussen geen al te lange BLM-tenen hebben ontwikkeld nu ik me toch eens achter de laptop heb gezet.

De parasols van Blankenberge, de agenten van Charleroi, de belaagde hulpdiensten van Brussel, de handgranaten van Antwerpen, het ammoniumnitraat van Beiroet, de comeback van Corona, Black Lives matter, Antifa en de Amerikaanse kindertuin van Trump en  Biden. Elke commentaar zou misplaatst zijn. Niets om mee te lachen, eerder om mee te bleiten zou Lectrr zeggen. Dichter bij huis is het al niet veel beter.

In Gent begint de drugscene zich te organiseren, maar de camera’s aan de Brugse Poort worden weggehaald. Te stigmatiserend? De ingehuurde Vier-ploeg verheerlijkt het optreden van het Stropteam. Een pluim op de hoed van de burgemeester of op de hoed van de nooit-aflatende Gentse flikken?  Ondertussen verloedert de Dampoortwijk verder onder het sluikstort. Iedereen ziet het en iedereen zwijgt. De daders zullen ongetwijfeld behoren tot de kwetsbare groepen, een garantie dat het nooit opgelost wordt, de drie nieuwe camera’s ten spijt. De politieke correctheid garandeert een nieuwe soort omerta, deze keer niet onder misdadigers maar wel onder Gutmenschen.

Ondertussen staat Vivaldi in de startblokken en worden de postjes voor de liberale familie warm gehouden. Een beetje opzoekwerk leert ons dat Egbert Lachaert in oktober 2019 nog letterlijk gezegd heeft: ” Als je naar het economische programma van de Franstalige ecologisten kijkt, ligt dat heel dicht bij de PTB. Samenwerken  zal toch enkel kunnen als zij hun programma ritueel verbranden.” In september 2020 is die blauwe belofte om niet met de ecologisten in zee te gaan ingeslikt.

Waar hebben we dat nog meegemaakt? In het Laatste Nieuws van 17 september 2018 liet Mathias De Clercq, kandidaat-burgemeester van de Open VLD optekenen “Wij willen de knips ter hoogte van het  Rabot en de Brugse Poort weg omdat ze de wijken afsnijden van de binnenstad”.  In diezelfde krant, enkele dagen later stelt de liberale lijsttrekker letterlijk “Wij zijn geen liefhebber van het dragen van levensbeschouwelijke tekens in een schoolomgeving”.  Wat zien we als de macht lonkt? Weg beloftes! Een liberale traditie? Of is het platte collaboratie voor eigen gewin?

En weet je wat ze ooit zegden over de collaboratie? Om de woorden van de Gentse burgemeester te gebruiken: Nie wieder.

Fashionistas antifascistas

Ken je ze, de white priviliged jongeren, geboren in een warm nest van white priviliged ouders, op hun beurt omarmd door de politiek correcte wereld en overladen met overheidsopdrachten van steden met witte burgemeesters  en mediamaatschappijen met witte CEO’s?  Ze pleiten voor revolutie en nemen er gewillig alle collateral damage bij.  Vorig jaar liepen ze op vrijdag voorop in de klimaatbetogingen en voorspelden het einde van de wereld binnen de twaalf maanden. Nu die er nog steeds niet is , gaan ze die zelf veroorzaken, met de beetje professionele hulp van Extinction Rebellion of Antifa, jongens en meisjes die de kunst beheersen van alles vakkundig te vernietigen. Van dát geweld hebben de fashionistas antifascistas weinig schrik. Dat de winkel van papa en mama in de fik zouden gestoken worden hoeven ze niet te vrezen, ze hebben geen winkel en zouden ze die al hebben, was die zorgvuldig geschrapt van de fascist hitslist. En stel dat hun fiets de manifestaties niet overleeft, de volgende TV-opdracht van papa zal er voor zorgen dat er een nieuwe af kan. Of ze kunnen er één gratis afhalen bij de Fietsambassade, uit sympathie.

Sommigen spreken smalend van Gucci revolutionairen maar dat zou niet eerlijk zijn voor meneer Gucci, de brave Italiaan die tijdens de tweede wereldoorlog gewoon katoenen handtassen was gaan maken omdat het leer op was. Misschien zou Hugo Boss revolutionairen passender zijn want dat merk produceerde de werkkledij voor klanten die er vergelijkbare methoden van geweld en brandstichting op na hielden. 

Hoe je ze ook zou noemen, binnenkort worden deze jonge social justice warriors versterkt met een klein legertje corona-gediplomeerden. De hippe koffiebars, de vegan-eethuizen, de tweedehands-kindermodeboetiekjes met borstvoedingshoekje en de vintagewinkeltjes met huisgemaakte-limonade-bar  kunnen weer vollopen met briljante geesten die de perfecte toekomst gaan uitbouwen. Imperatief een toekomst zonder discriminatie, met aandacht voor het klimaat en vooral met gelijke kansen. Weer eens met gelijke kansen.   

Oh ja, ook mét uitsluiting van alle andersdenkenden. Het zijn niet voor niets de fashionistas antifascistas.

Kameraad Conner Kommarov.

Op de Botermarkt voltrekt zich een tragedie met Griekse proporties. Het Grote Gelijk is uiteengevallen in een pléiade van kleine Grote Gelijkjes. De supercoalitie van de verdraagzaamheid kraakt onder de onverdraagzaamheid van zij die denken het Grootste Gelijk aan hun kant te hebben.

Ons Huis op de Vrijdagsmarkt ligt te verpieteren in de schaduw van ecologische daktuinen, bioboerderijen en  fairtrade koffieshops. De kadaverdiscipline van de ecologische achterban, die de finesse van de naamstemmen in hun groene vingers had,  en de nobele onbekendheid van de kopman van het kartel deden desastreus sloopwerk. Het Gentse socialistische bastion stuikte in elkaar als een door een Sint Bernadette schimmel vermolmd gebinte.  Doe daar een snuif arrogantie van een uittredende burgemeester en een walm Optima-parfum bij, en het resultaat was een donkergroene cocktail waarin de rode besjes ver te zoeken waren. Met 7 tegen 14 in de gemeenteraad is een opgestoken vuist alleen nog een symbool op 1 mei.

Niet te verwonderen dat de socialistische restanten van het kartel het moe worden om hun kaduuk  wagonnetje aan de nietsontziende, Groene locomotief te hangen. Pacta sunt servanda, maar als de bezoekers van de volkshuizen of de mannen en vrouwen in de refter van de Volvo niet meer luisteren wordt het lastig. De politiekcorrecte wolligheden over “Gent is wat we delen”, geveltuintjes en  warme inclusiviteit, zijn geen boodschap voor Hans en Eddy aan de hoogoven van Arcelor of voor Murat en Kurt achter de vuilkar van Ivago. Zij verkiezen een drugsvrij plein, waar hun kinderen kunnen spelen zonder schrik te hebben zich te prikken aan injectienaalden.  En of zij dan uitkijken op een groene gevel of op een gevel in crépi kan hen eigenlijk geen reet schelen.

Misschien kan een Wase bries, met een vleugje Nieuwpoorts jodium,  de Gentse ecologisch gezuiverde LEZ-lucht doen wervelen.  Gent ligt Conner Rousseau nauw aan het hart. Zijn hand-en-spandiensten voor la Freya zullen er zeker voor iets tussen zitten. In het volkse Gent zal King Connah meer matekes op zijn weg vinden dan de utopische wereldverbeteraars vriendjes in hun fietsstraat.

Menig stamboomsocialist zal hem van ganser harte tegen zijne gilet trekken en zeggen: Kom maar af, kameraad Conner!

Florian, Yente en Merel

Ik heb lang nagedacht of ik er iets zou over schrijven. Eigenlijk wil ik niet maar toch doe ik het. Er moet mij iets van het hart.

In mijn job zien we dagelijks meer niet-Belgen dan Belgen. In de bouw loopt er een bont allegaartje rond. Nederlands wordt er door onze frontoffice medewerkers nauwelijks nog gesproken, Engels en Frans des te meer. Bulgaars en Roemeens is geen optie wegens te moeilijk en Turks is geen problemen want onze Turken spreken vaak platter Gents dan wijzelf.

Dit is een fenomeen dat al vele jaren aan de gang is. Gent is een grote stad en dat brengt een gigantisch rijke diversiteit met zich mee. Naast de obligate gelukzoekers heb je ook de harde werkers die met hun vaardigheden en hun inzet een graantje komen meepikken om hier een toekomst op te bouwen voor zichzelf en hun familie. Blijkbaar is het harde leventje in de bouw iets waar veel Vlaamse jongeren hun neus voor optrekken. Barista, vapeverkoper of socio-cultureel medewerker is meer iets voor hen. Laat Boris, Murat en Mariusz de zware klussen maar klaren. En dát doen ze het met veel plezier. Dan hebben Florian, Yente en Merel tijd om hun social justice warrior petje op te zetten en te fulmineren tegen racisme en blanke mannen op leeftijd. Misschien moeten ze eens een bouwstage doen en al die Polen, Roemenen, Hongaren, Turken, Bulgaren, Indiërs, Pakistani, Togolezen en Congolezen helpen bij de ontwikkeling van hun carrière. Die mensen hebben meestal geen papa’s en mama’s die hen in staat stellen zich permanent intellectueel  superieur te voelen.

Geen gesubsidieerde VZW’tjes voor de hardwerkende migrant maar ordinaire BV’s, soms een commanditaire vennootschap of een ordinaire eenmanszaak. Maar te vaak worden ze nog slachtoffer van de politiek correcte  supporters van  #BlackLivesMatter met slogans aan het raam als #ZonderHaatstraat of #GentIsWatWeDelen die op zondag een paar Roemenen hun achterkeuken laten bepleisteren, zonder factuur. Dat BTW en sociale bijdragen de sociale zekerheid spijzen is op dat moment eerder een inconvenient truth. Als het op de portemonnee aankomt zijn slogans en raamaffiches belangrijker dan daden.

Maar goed, met de voeten te kussen van de zwarte medeburgers bouw je geen maatschappij op,  mensen met migratieachtergrond hebben meer baat bij een goede opleiding in de bouw of dergelijke  en een degelijke basiskennis ondernemerschap. Voor we het beseffen hebben zij met succes de hand aan de ploeg geslagen en zich geïntegreerd,  en staan Florian, Yente en Merel aan te schuiven voor een leefloon.

Weerbaarheid is zo veel sterker als opgefokt medelijden.

Heijn

Het was 5 jaar geleden dat Hein de Gentenaars een collectief orgasme bezorgde met de eerste landstitel in het voetbal. Hein was een Buffalo, een Gentenaar, een strop, een nieuwe Artevelde en Anseele in één persoon. Hij bevrijdde ons tegelijk van de boeren en van de nekken. Een standbeeld zou hem toekomen, een straatnaam of een plein. In Gent zijn er al een paar locaties voor mensen met diverse bevrijdingsideologieën, al dan niet bloedige. Maar ook helden hebben hun zwakke kantjes, vraag het maar aan Winnie Mandela en Stompie, voor zover we het hen nog zouden kunnen vragen. Hein vertrok naar de paarse jachtvelden. Nog steeds wentelt menig blauwwitte supporter zich in leedvermaak wanneer ze aan Heins lot chez les mauves terugdenken. Ik denk dat er nog maar weinig Buffalo’s zijn die Hein op woensdag in de Gentenaar lezen. From hero to zero?

Gent kent ondertussen een nieuwe hero Heijn. Albert Heijn, de ongekroonde koning van de vele budget-krappe Gentenaars die het centrum rijk is.  Stijgende kinderarmoede, werkeloosheid en meer leefloners, ze zijn de levensader van elk progressief bestuur. Zonder deze groeiende achterban is hun toekomst onzeker. Welvaart is schadelijk voor hun politieke toekomst. Daarom is elke prijzenbreker een welkome compagnon de route. Hun kiezers kunnen nu hun krimpend budget  Primark-gewijs al dan niet nuttig besteden om niets tekort te komen. Een welgemikte plaats tussen de Delhaize, de betere kruidenier, en de Cru, de luxekruidenier, is een godsgeschenk. Een complot is misschien te ver gezocht. De Kouter wordt “verkorenmarkt”. Binnenkort verdwijnen de bomen en komen een paar peperdure kunstpalen de historische kiosk gezelschap houden. In de ateliers van de fietsambassade zijn ze al druk bezig om fietsrekken te lassen. Benieuwd of er nog gegadigden  zullen zijn voor de resterende exclusieve appartementen van de OneFifty of de B’Eau Kouter.

Het arduin voor het standbeeld van Hein wordt gerecycleerd voor Heijn, de nieuwe volksheld. Wat  Walter De Buck was voor de culturele ontvoogding van de Gentenaar is Albert Heijn voor de onverzadigbare consumptiedrang van de minder begoede Gentenaar. Dat ze daar wortels en komkommers afzonderlijk in plastiek wikkelen is hoogstens  collateral damage.  Nieuwe volkshelden wordt veel vergeven. Oude ook, vraag het maar aan Winnie.

De 300

Ik las in ons lokaal dagblad dat nogal wat  bekende Gentenaars een open brief hebben geschreven om er bij het stadsbestuur op aan te dringen om 300 vluchtelingen die vast zitten in Griekenland, op te vangen.

Eigenlijk is de brief geschreven door voor mij compleet onbekende Gentenaars zoals Lucie Blondé, Saar Depuydt, Jeroen Robbe, Ilona Terkessidis, Frederik Van Driessche en Klaartje Van Kerckem. Bij nader toezien blijken ze heel bekend te zijn in altijd dezelfde middens van VZW’s en NGO’s zoals Artsen zonder Grenzen, 11.11.11, de federatie van Marokkaanse verenigingen, de kunstwereld en academische wereld.  Ze worden daarin gesteund door filosofen, filmmakers, theatermakers, acteurs, choreografen, academici en muzikanten. Dat zijn nu niet bepaald de middens de rekening maken, het zijn eerder de middens die hun rekeningen door derden laten betalen. Je weet wel, die derden, u en ik.

De écht bekende Gentenaars zijn dan wel Sioen, topmuzikant die zijn CD’s  aan de man liet brengen door de kinderen van  zijn KSA-groep; Herman Brusselmans, zelfverklaarde topauteur en door De Morgen verheven tot topmisogynist; Lieve Blancquaert, topfotografe en topechtgenote van Nic Balthazar, zelf top… tja, waar is die nu weer top in?

Misschien zijn die bekende Gentenaars zelf wel met 300 in totaal, om in tegenstelling tot Leonidas aan de Thermopylae, de vluchtelingen individueel te verwelkomen. Xerxes kon nog op enige weerstand rekenen, maar met déze 300 zal zijn vluchtelingenleger geen moeite hebben. Bekende Gentenaars zijn vermoedelijk ruimer behuisd dan de vele onbekende Gentenaars in Ledeberg, Sint-Amandsberg of Wondelgem. Misschien kunnen zij elk een vluchteling opnemen. Dan hoeven we geen extra woonboot aan de Rigakaai vast te meren.

Vandaag worstelen de mensen met de grootste medische dreiging die deze en vorige generaties gekend hebben. In de lockdown piekeren de tijdelijk werklozen hoe ze de eindjes aan elkaar gaan knopen op het einde van de maand. De papa’s en de mama’s met een kroostrijk gezin piekeren hoe ze de preteaching kunnen verzoenen met hun eigen thuiswerk. De zelfstandigen balanceren op de rand van het faillissement, subsidies en premies ten spijt en KMO’s moeten hun reserves aanspreken om lonen, RSZ en BTW te kunnen betalen. Allemaal problemen die de gutmenschen niet kennen. Op hun moral high ground valt het manna uit de lucht. De ellende zal nooit zichtbaar zijn in de bubbels van hun groot gelijk. Die zal enkel te zien zijn in de Brugse Poort, ná de gezinshereniging.

In #GentzonderGrenzen zullen de grenzen aan de Bargiebrug sowieso voor altijd gesloten blijven.

Oorlog

We hangen witte lakens uit onze ramen en om acht uur klappen we geestdriftig in onze handen, niet voor het klimaat deze keer, maar voor onze dokters en verpleegsters, die met  ongeziene strijdlust in de vuurlinie van de  war on Covid-19 staan en ons al weken behoeden voor een totaal debacle van de gezondheidszorg. Zo een strijdlust zien we niet vaak bij politici. Zeker niet bij onze burgemeester die niet weten wil van die andere war, de  war on drugs.

Aan de Brugse Poort zullen ze het geweten hebben. Het gedoogbeleid voor drugs, paradepaardje van Groen en hun gewillige zeloten in het stadhuis, toont in coronatijden een ongemakkelijk kantje: het werkt niet. Een imam moest de gemoederen komen bedaren. Het is nu wachten op de pastoor en de rabbijn. De wollige praatjes van de welzijnswerkers in de warme praatbarak van de gutmenschen werken even verbindend als de tegengestelde polen van een trekijzer. Het warme, progressieve hart dat van de daders onbegrepen slachtoffers maakt en van de slachtoffers verzuurde daders, is zwaar insufficiënt en bevindt zich op de rand van de complete decompensatie. Misschien moeten voor zo’n deficiënt hart wat harder zijn.

De burgemeester belooft een structurele aanpak. Net zoals hij het opheffen van de knips beloofde? Maar hij blijft  open staan voor een diepgaande dialoog. Of wordt het weer een diarree van opgeblazen frasen en politiek-correcte koterijen.  Alle miserie zou komen door een gebrek aan sociaal weefsel. Het sociaal weefsel dat de verbindende Gentse overheid al járen weeft, vertoont ferme gaten. Maar is het wel de taak van de overheid om aan het weefgetouw te staan? Waarom kunnen de mensen het zelf niet weven? Of mogen ze niet? Is het een strijd tussen de dar al-salam en de dar al-kufr, tussen verkopers en gebruikers, tussen zij die willen praten en zij die niet willen dat er gepraat wordt. Of is het weer een lastig te nemen  stap naar  de gedroomde integratie? Misschien eens luisteren naar wat Bart Somers te zeggen heeft, of Bert Anciaux.

Ik verneem zopas van onze burgemeester dat er dit weekend  drie drugscriminelen zijn opgepakt én voor een keer aangehouden blijven. Geen draaideurcriminelen deze keer? Of zijn het illegalen die naar hun land zullen worden uitgewezen en vervolgens vakkundig tegengehouden door de Khatabbi’s van deze wereld. Of is het een zoenoffer van drie kleine garnalen voor de boze buurtbewoners, een zoethoudertje voor de pers en de oppositie?

Gent is wat we delen. Maar wat delen we eigenlijk? Deelfietsen en deelauto’s? Drugsspuiten? Methadon? Euro’s voor de burgerinitiatieven? Sussende woorden voor de slachtoffers?

De goednieuwsshow en het Grote Gelijk van de Botermarkt beginnen stilaan te beschimmelen, een andere Gentse specialiteit.

Maskerade

Met 230.000 mondmaskers zal Mathias De Clercq, onze veelgeprezen burgervader,  de pandemie een ferme pandoering geven, zoveel is zeker. De vraag blijft: is het wel genoeg? Geen nood, binnenkort gaat de Veritas open, het brei- en naaiparadijs van menig huisvrouw en een exceptionele huisman. Dan hoeven we enkel nog de website maakjemondmasker.be van de bijeen geknutselde federale regering te openen en onze Singer-, Pfaff– of Husqvarna-naaimachine van onder het stof te halen, om aan de slag te gaan. Leuke thema’s genoeg om elkaar binnenkort vriendelijk in de ogen te kijken op tram en bus: nie neute, nie pleuje of Negenduust, een lachend gezichtje, dikke Jagger-lippen  of een rij fonkelde tanden. Niemand zal nog met uw scheve muil lachen. Wel sneu voor de naaivaardige bomma’s zonder computer of de onhandige harry’s mét . Die móéten wel aankloppen bij onze communicatievaardige eerste minister om een overlevingspakketje met al dan niet afgekeurde, doch heropgeviste mondmaskers te verkrijgen. Mét een powerpointje erbij om de instructies nog wat kracht bij te zetten.

Toch een beetje wrang dat de eerste vrouwelijke premier van België het nu over het naaien van lapjes stof moet hebben. Het is alsof onze fietsende schepen van mobiliteit alle auto’s binnen de R40 zou verbieden en iedereen een handleiding voor het vervaardigen van een eigen fiets zou bezorgen. Nu ja, met de erfenis van een lege staatskas en een leeg zilverfonds is het voortdurend behelpen, dat wist Wilmès al van toe ze minister van begroting was. In een land waar we Scandinavische belastingen betalen, krijgen we al langer mediterrane dienstverlening, tenzij je in de juiste vriendenkring zit.

Dat zullen ze bij Francs Borains, de Waalse voetbalclub, vanaf volgend jaar uitkomend in 1e amateurafdeling, geweten hebben toen ze deze week Georges-Louis Bouchez, chef van de Franstalige liberalen en bijgevolg van onze premier, als kersverse voorzitter voorstelden. Na een niet-essentiële verplaatsing van Mons naar Boussu-Bois paradeerde de glamourboy van de Waalse politiek in het wat aftandse stadion als de nieuwe Balthazar Boma, maar mét de juiste connecties. Wedden dat hij er in slaagt om in een dorp met 20.000 inwoners een stadion te laten optrekken met evenveel zitplaatsen, ontworpen  door de Waalse huisarchitect Calatrava én gefinancierd met de Europese steun van zijn partijgenoot en raison d’être Charles Michel?

Ik heb altijd al gezegd dat België één grote maskerade is.