Kameraad Conner Kommarov.

Op de Botermarkt voltrekt zich een tragedie met Griekse proporties. Het Grote Gelijk is uiteengevallen in een pléiade van kleine Grote Gelijkjes. De supercoalitie van de verdraagzaamheid kraakt onder de onverdraagzaamheid van zij die denken het Grootste Gelijk aan hun kant te hebben.

Ons Huis op de Vrijdagsmarkt ligt te verpieteren in de schaduw van ecologische daktuinen, bioboerderijen en  fairtrade koffieshops. De kadaverdiscipline van de ecologische achterban, die de finesse van de naamstemmen in hun groene vingers had,  en de nobele onbekendheid van de kopman van het kartel deden desastreus sloopwerk. Het Gentse socialistische bastion stuikte in elkaar als een door een Sint Bernadette schimmel vermolmd gebinte.  Doe daar een snuif arrogantie van een uittredende burgemeester en een walm Optima-parfum bij, en het resultaat was een donkergroene cocktail waarin de rode besjes ver te zoeken waren. Met 7 tegen 14 in de gemeenteraad is een opgestoken vuist alleen nog een symbool op 1 mei.

Niet te verwonderen dat de socialistische restanten van het kartel het moe worden om hun kaduuk  wagonnetje aan de nietsontziende, Groene locomotief te hangen. Pacta sunt servanda, maar als de bezoekers van de volkshuizen of de mannen en vrouwen in de refter van de Volvo niet meer luisteren wordt het lastig. De politiekcorrecte wolligheden over “Gent is wat we delen”, geveltuintjes en  warme inclusiviteit, zijn geen boodschap voor Hans en Eddy aan de hoogoven van Arcelor of voor Murat en Kurt achter de vuilkar van Ivago. Zij verkiezen een drugsvrij plein, waar hun kinderen kunnen spelen zonder schrik te hebben zich te prikken aan injectienaalden.  En of zij dan uitkijken op een groene gevel of op een gevel in crépi kan hen eigenlijk geen reet schelen.

Misschien kan een Wase bries, met een vleugje Nieuwpoorts jodium,  de Gentse ecologisch gezuiverde LEZ-lucht doen wervelen.  Gent ligt Conner Rousseau nauw aan het hart. Zijn hand-en-spandiensten voor la Freya zullen er zeker voor iets tussen zitten. In het volkse Gent zal King Connah meer matekes op zijn weg vinden dan de utopische wereldverbeteraars vriendjes in hun fietsstraat.

Menig stamboomsocialist zal hem van ganser harte tegen zijne gilet trekken en zeggen: Kom maar af, kameraad Conner!

Florian, Yente en Merel

Ik heb lang nagedacht of ik er iets zou over schrijven. Eigenlijk wil ik niet maar toch doe ik het. Er moet mij iets van het hart.

In mijn job zien we dagelijks meer niet-Belgen dan Belgen. In de bouw loopt er een bont allegaartje rond. Nederlands wordt er door onze frontoffice medewerkers nauwelijks nog gesproken, Engels en Frans des te meer. Bulgaars en Roemeens is geen optie wegens te moeilijk en Turks is geen problemen want onze Turken spreken vaak platter Gents dan wijzelf.

Dit is een fenomeen dat al vele jaren aan de gang is. Gent is een grote stad en dat brengt een gigantisch rijke diversiteit met zich mee. Naast de obligate gelukzoekers heb je ook de harde werkers die met hun vaardigheden en hun inzet een graantje komen meepikken om hier een toekomst op te bouwen voor zichzelf en hun familie. Blijkbaar is het harde leventje in de bouw iets waar veel Vlaamse jongeren hun neus voor optrekken. Barista, vapeverkoper of socio-cultureel medewerker is meer iets voor hen. Laat Boris, Murat en Mariusz de zware klussen maar klaren. En dát doen ze het met veel plezier. Dan hebben Florian, Yente en Merel tijd om hun social justice warrior petje op te zetten en te fulmineren tegen racisme en blanke mannen op leeftijd. Misschien moeten ze eens een bouwstage doen en al die Polen, Roemenen, Hongaren, Turken, Bulgaren, Indiërs, Pakistani, Togolezen en Congolezen helpen bij de ontwikkeling van hun carrière. Die mensen hebben meestal geen papa’s en mama’s die hen in staat stellen zich permanent intellectueel  superieur te voelen.

Geen gesubsidieerde VZW’tjes voor de hardwerkende migrant maar ordinaire BV’s, soms een commanditaire vennootschap of een ordinaire eenmanszaak. Maar te vaak worden ze nog slachtoffer van de politiek correcte  supporters van  #BlackLivesMatter met slogans aan het raam als #ZonderHaatstraat of #GentIsWatWeDelen die op zondag een paar Roemenen hun achterkeuken laten bepleisteren, zonder factuur. Dat BTW en sociale bijdragen de sociale zekerheid spijzen is op dat moment eerder een inconvenient truth. Als het op de portemonnee aankomt zijn slogans en raamaffiches belangrijker dan daden.

Maar goed, met de voeten te kussen van de zwarte medeburgers bouw je geen maatschappij op,  mensen met migratieachtergrond hebben meer baat bij een goede opleiding in de bouw of dergelijke  en een degelijke basiskennis ondernemerschap. Voor we het beseffen hebben zij met succes de hand aan de ploeg geslagen en zich geïntegreerd,  en staan Florian, Yente en Merel aan te schuiven voor een leefloon.

Weerbaarheid is zo veel sterker als opgefokt medelijden.

Heijn

Het was 5 jaar geleden dat Hein de Gentenaars een collectief orgasme bezorgde met de eerste landstitel in het voetbal. Hein was een Buffalo, een Gentenaar, een strop, een nieuwe Artevelde en Anseele in één persoon. Hij bevrijdde ons tegelijk van de boeren en van de nekken. Een standbeeld zou hem toekomen, een straatnaam of een plein. In Gent zijn er al een paar locaties voor mensen met diverse bevrijdingsideologieën, al dan niet bloedige. Maar ook helden hebben hun zwakke kantjes, vraag het maar aan Winnie Mandela en Stompie, voor zover we het hen nog zouden kunnen vragen. Hein vertrok naar de paarse jachtvelden. Nog steeds wentelt menig blauwwitte supporter zich in leedvermaak wanneer ze aan Heins lot chez les mauves terugdenken. Ik denk dat er nog maar weinig Buffalo’s zijn die Hein op woensdag in de Gentenaar lezen. From hero to zero?

Gent kent ondertussen een nieuwe hero Heijn. Albert Heijn, de ongekroonde koning van de vele budget-krappe Gentenaars die het centrum rijk is.  Stijgende kinderarmoede, werkeloosheid en meer leefloners, ze zijn de levensader van elk progressief bestuur. Zonder deze groeiende achterban is hun toekomst onzeker. Welvaart is schadelijk voor hun politieke toekomst. Daarom is elke prijzenbreker een welkome compagnon de route. Hun kiezers kunnen nu hun krimpend budget  Primark-gewijs al dan niet nuttig besteden om niets tekort te komen. Een welgemikte plaats tussen de Delhaize, de betere kruidenier, en de Cru, de luxekruidenier, is een godsgeschenk. Een complot is misschien te ver gezocht. De Kouter wordt “verkorenmarkt”. Binnenkort verdwijnen de bomen en komen een paar peperdure kunstpalen de historische kiosk gezelschap houden. In de ateliers van de fietsambassade zijn ze al druk bezig om fietsrekken te lassen. Benieuwd of er nog gegadigden  zullen zijn voor de resterende exclusieve appartementen van de OneFifty of de B’Eau Kouter.

Het arduin voor het standbeeld van Hein wordt gerecycleerd voor Heijn, de nieuwe volksheld. Wat  Walter De Buck was voor de culturele ontvoogding van de Gentenaar is Albert Heijn voor de onverzadigbare consumptiedrang van de minder begoede Gentenaar. Dat ze daar wortels en komkommers afzonderlijk in plastiek wikkelen is hoogstens  collateral damage.  Nieuwe volkshelden wordt veel vergeven. Oude ook, vraag het maar aan Winnie.

De 300

Ik las in ons lokaal dagblad dat nogal wat  bekende Gentenaars een open brief hebben geschreven om er bij het stadsbestuur op aan te dringen om 300 vluchtelingen die vast zitten in Griekenland, op te vangen.

Eigenlijk is de brief geschreven door voor mij compleet onbekende Gentenaars zoals Lucie Blondé, Saar Depuydt, Jeroen Robbe, Ilona Terkessidis, Frederik Van Driessche en Klaartje Van Kerckem. Bij nader toezien blijken ze heel bekend te zijn in altijd dezelfde middens van VZW’s en NGO’s zoals Artsen zonder Grenzen, 11.11.11, de federatie van Marokkaanse verenigingen, de kunstwereld en academische wereld.  Ze worden daarin gesteund door filosofen, filmmakers, theatermakers, acteurs, choreografen, academici en muzikanten. Dat zijn nu niet bepaald de middens de rekening maken, het zijn eerder de middens die hun rekeningen door derden laten betalen. Je weet wel, die derden, u en ik.

De écht bekende Gentenaars zijn dan wel Sioen, topmuzikant die zijn CD’s  aan de man liet brengen door de kinderen van  zijn KSA-groep; Herman Brusselmans, zelfverklaarde topauteur en door De Morgen verheven tot topmisogynist; Lieve Blancquaert, topfotografe en topechtgenote van Nic Balthazar, zelf top… tja, waar is die nu weer top in?

Misschien zijn die bekende Gentenaars zelf wel met 300 in totaal, om in tegenstelling tot Leonidas aan de Thermopylae, de vluchtelingen individueel te verwelkomen. Xerxes kon nog op enige weerstand rekenen, maar met déze 300 zal zijn vluchtelingenleger geen moeite hebben. Bekende Gentenaars zijn vermoedelijk ruimer behuisd dan de vele onbekende Gentenaars in Ledeberg, Sint-Amandsberg of Wondelgem. Misschien kunnen zij elk een vluchteling opnemen. Dan hoeven we geen extra woonboot aan de Rigakaai vast te meren.

Vandaag worstelen de mensen met de grootste medische dreiging die deze en vorige generaties gekend hebben. In de lockdown piekeren de tijdelijk werklozen hoe ze de eindjes aan elkaar gaan knopen op het einde van de maand. De papa’s en de mama’s met een kroostrijk gezin piekeren hoe ze de preteaching kunnen verzoenen met hun eigen thuiswerk. De zelfstandigen balanceren op de rand van het faillissement, subsidies en premies ten spijt en KMO’s moeten hun reserves aanspreken om lonen, RSZ en BTW te kunnen betalen. Allemaal problemen die de gutmenschen niet kennen. Op hun moral high ground valt het manna uit de lucht. De ellende zal nooit zichtbaar zijn in de bubbels van hun groot gelijk. Die zal enkel te zien zijn in de Brugse Poort, ná de gezinshereniging.

In #GentzonderGrenzen zullen de grenzen aan de Bargiebrug sowieso voor altijd gesloten blijven.

Oorlog

We hangen witte lakens uit onze ramen en om acht uur klappen we geestdriftig in onze handen, niet voor het klimaat deze keer, maar voor onze dokters en verpleegsters, die met  ongeziene strijdlust in de vuurlinie van de  war on Covid-19 staan en ons al weken behoeden voor een totaal debacle van de gezondheidszorg. Zo een strijdlust zien we niet vaak bij politici. Zeker niet bij onze burgemeester die niet weten wil van die andere war, de  war on drugs.

Aan de Brugse Poort zullen ze het geweten hebben. Het gedoogbeleid voor drugs, paradepaardje van Groen en hun gewillige zeloten in het stadhuis, toont in coronatijden een ongemakkelijk kantje: het werkt niet. Een imam moest de gemoederen komen bedaren. Het is nu wachten op de pastoor en de rabbijn. De wollige praatjes van de welzijnswerkers in de warme praatbarak van de gutmenschen werken even verbindend als de tegengestelde polen van een trekijzer. Het warme, progressieve hart dat van de daders onbegrepen slachtoffers maakt en van de slachtoffers verzuurde daders, is zwaar insufficiënt en bevindt zich op de rand van de complete decompensatie. Misschien moeten voor zo’n deficiënt hart wat harder zijn.

De burgemeester belooft een structurele aanpak. Net zoals hij het opheffen van de knips beloofde? Maar hij blijft  open staan voor een diepgaande dialoog. Of wordt het weer een diarree van opgeblazen frasen en politiek-correcte koterijen.  Alle miserie zou komen door een gebrek aan sociaal weefsel. Het sociaal weefsel dat de verbindende Gentse overheid al járen weeft, vertoont ferme gaten. Maar is het wel de taak van de overheid om aan het weefgetouw te staan? Waarom kunnen de mensen het zelf niet weven? Of mogen ze niet? Is het een strijd tussen de dar al-salam en de dar al-kufr, tussen verkopers en gebruikers, tussen zij die willen praten en zij die niet willen dat er gepraat wordt. Of is het weer een lastig te nemen  stap naar  de gedroomde integratie? Misschien eens luisteren naar wat Bart Somers te zeggen heeft, of Bert Anciaux.

Ik verneem zopas van onze burgemeester dat er dit weekend  drie drugscriminelen zijn opgepakt én voor een keer aangehouden blijven. Geen draaideurcriminelen deze keer? Of zijn het illegalen die naar hun land zullen worden uitgewezen en vervolgens vakkundig tegengehouden door de Khatabbi’s van deze wereld. Of is het een zoenoffer van drie kleine garnalen voor de boze buurtbewoners, een zoethoudertje voor de pers en de oppositie?

Gent is wat we delen. Maar wat delen we eigenlijk? Deelfietsen en deelauto’s? Drugsspuiten? Methadon? Euro’s voor de burgerinitiatieven? Sussende woorden voor de slachtoffers?

De goednieuwsshow en het Grote Gelijk van de Botermarkt beginnen stilaan te beschimmelen, een andere Gentse specialiteit.

Maskerade

Met 230.000 mondmaskers zal Mathias De Clercq, onze veelgeprezen burgervader,  de pandemie een ferme pandoering geven, zoveel is zeker. De vraag blijft: is het wel genoeg? Geen nood, binnenkort gaat de Veritas open, het brei- en naaiparadijs van menig huisvrouw en een exceptionele huisman. Dan hoeven we enkel nog de website maakjemondmasker.be van de bijeen geknutselde federale regering te openen en onze Singer-, Pfaff– of Husqvarna-naaimachine van onder het stof te halen, om aan de slag te gaan. Leuke thema’s genoeg om elkaar binnenkort vriendelijk in de ogen te kijken op tram en bus: nie neute, nie pleuje of Negenduust, een lachend gezichtje, dikke Jagger-lippen  of een rij fonkelde tanden. Niemand zal nog met uw scheve muil lachen. Wel sneu voor de naaivaardige bomma’s zonder computer of de onhandige harry’s mét . Die móéten wel aankloppen bij onze communicatievaardige eerste minister om een overlevingspakketje met al dan niet afgekeurde, doch heropgeviste mondmaskers te verkrijgen. Mét een powerpointje erbij om de instructies nog wat kracht bij te zetten.

Toch een beetje wrang dat de eerste vrouwelijke premier van België het nu over het naaien van lapjes stof moet hebben. Het is alsof onze fietsende schepen van mobiliteit alle auto’s binnen de R40 zou verbieden en iedereen een handleiding voor het vervaardigen van een eigen fiets zou bezorgen. Nu ja, met de erfenis van een lege staatskas en een leeg zilverfonds is het voortdurend behelpen, dat wist Wilmès al van toe ze minister van begroting was. In een land waar we Scandinavische belastingen betalen, krijgen we al langer mediterrane dienstverlening, tenzij je in de juiste vriendenkring zit.

Dat zullen ze bij Francs Borains, de Waalse voetbalclub, vanaf volgend jaar uitkomend in 1e amateurafdeling, geweten hebben toen ze deze week Georges-Louis Bouchez, chef van de Franstalige liberalen en bijgevolg van onze premier, als kersverse voorzitter voorstelden. Na een niet-essentiële verplaatsing van Mons naar Boussu-Bois paradeerde de glamourboy van de Waalse politiek in het wat aftandse stadion als de nieuwe Balthazar Boma, maar mét de juiste connecties. Wedden dat hij er in slaagt om in een dorp met 20.000 inwoners een stadion te laten optrekken met evenveel zitplaatsen, ontworpen  door de Waalse huisarchitect Calatrava én gefinancierd met de Europese steun van zijn partijgenoot en raison d’être Charles Michel?

Ik heb altijd al gezegd dat België één grote maskerade is.

Gentse feesten 2020.

Vorig jaar deze tijd verbleven mijn vrouw en ik, voor onze zestigste verjaardag, in New York, the city that never sleeps. Eén jaar later en we zitten in ons kot, in het hart van een stad die zou moeten slapen maar dat spijtig genoeg niet doet. Of te weinig doet. Drukte in den Aldi, socializen op de Blekersdijk, gezellig weerzien op de Graslei en cafeetje spelen in Wondelgem.

Onze burgemeester haast zich, terecht, in zijn eigen bemoedigende en beladen stijl om de inwoners van zijn warme stad aan te sporen de regels te volgen. Wees blij dat wij hier slechts te maken hebben met de Muide en met Ekkergem en niet met Anderlecht of Kuregem. Maar misschien moeten we in Gent meer vrezen voor progressieve docenten communicatiewetenschappen dan voor derde generatie Vlamingen met migratie achtergrond.

Week zestien: een moeilijke, mogelijks dramatische week voor de tenoren van de Botermarkt. Er wordt deze week beslist over de Gentse feesten 2020. Alsof er nog móét beslist worden. Elke bezorgde burger weet nu al dat dit niet kan. We zullen al blij mogen zijn om rond de eenentwintigste juli oma en opa te mogen bezoeken in hun woonzorgcentrum. Laat staan dat we de binnenstad laten overspoelen door een leger ontremde hormonenbommen die na maanden drooglegging en social distancing het volks- en familiefeest veranderen in een oncontroleerbaar bacchanaal. Spaar uw pogingen om er een light versie van te maken. Zullen onze politiemensen aan de straatbarricades van de Steendam en de Rekelingestraat een triage maken en gezinnen met kinderen binnen laten en het hitsig schorem buiten. Dit kan een stad waar politieke correctheid en fatsoen op nummer één staan niet maken. Of academici van de UGent maken de burgemeester nog uit voor fascist. Geen Gentse feesten dan maar zeker?

Vanop mijn balkon kijk ik in de leegte van de stad. Enkel wandelaars, twee aan twee, netjes volgens de regels. Een ouder stel op hun elektrische fiets. Een modieus uitgedoste hipster op een veel te dure koersfiets. Gezinnetjes met kinderen, al dan niet in een fancy bakfiets van Urban Arrow. Een verliefd koppeltje, hand in hand. Hopelijk wonen ze onder hetzelfde dak.  Maar geen auto’s! Ik zou liegen: amper. Bussen, meestal lege, dat wel. En uiteraard de obligate flikkenauto’s. En een sporadische patser met open ramen en luide beats, cruisend door een leeg Gent.

Ik heb niet de gave van Greta Thunberg om CO2 te zien maar je snuift zo dat we langzaam opschuiven naar het ecologisch paradijs waar een deel, weliswaar een klein deel, van de bevolking naar streeft. Dat we daar een economisch kerkhof moeten bij nemen is voor hen slechts collateral damage, de overheid betaalt toch. Lagarde zal wel euro’s bijdrukken. Praten over de kankers die we met de LEZ mogelijks vermijden lijkt plots helemaal anders te klinken nu er tastbare doden vallen door corona. Als we ons niet meer mogen verplaatsen speelt het nog weinig rol of het met de fiets of met de salariswagen is. Thuiswerken als een verplichting lijkt met drie krijsende kinderen rond de tafel meteen minder uitnodigend dan als je het voor één dag in de week mag doen als de doetjes op school zitten. Ook ideologie is niet immuun voor een killervirus.

De exacte wetenschappers hebben hun rechtmatige plaats in de pikorde weer ingenomen: virologen, pneumologen en epidemiologen bepalen ons leven. De menswetenschappers en andere teensletsers zitten voorlopig in de covid wachtkamer. Of achter hun laptop om hun gedacht over de politiestaat te ventileren. Maar hun tijd komt terug. Binnen enkele maanden kunnen ze de dogmatische strijd weer opnemen en afrekenen met alles wat hen niet zint. Rest de  vraag of  hun publiek nog zal luisteren. Zullen globalistische wereldverbeteraars die een inleefreis bij de Oeigoeren prefereren boven een weekendje in de Vlaamse Ardennen en overtuigde boomknuffelaars die een lokaal bezoek aan de  Hevea brasiliensis stellen boven een bezoek aan de Carpinus betulus in de Voerstreek het pleit winnen. Of zullen ze teruggedreven worden naar de habitat waar alles begon, het achterafje van de parochiezaal of de mansardekamer van onthechte ideologen.

Misschien toch even de exacte wetenschappers volgen, zelfs Marc Van Ranst. Dus, beste Mathias, schrap de Gentse feesten van 2020. Echte Gentenaars zoals ik zullen er niet rouwig om zijn, daarvoor zien we onze stad en onze mensen té graag.

Himalaya

Vorige week vrijdag las ik over het fameuze burgerbudget het volgende in de Gentenaar, onze lokale Pravda:

In totaal verdeelt de Stad 6,25 miljoen euro over 25 Gentse wijken. Hoeveel elke wijk krijgt, kon schepen van Participatie Astrid De Bruycker (SP.A) vrijdag bij de voorstelling nog niet zeggen. “Elke wijk krijgt een substantieel budget. Voor de verdeling wordt rekening gehouden met het aantal bewoners en de aanwezigheid van kwetsbare groepen in de wijk.”

Het valt me op dat de verdeling van het budget in nevelen gehuld is. Wie wat krijgt zal vermoedelijk afhangen van de eed van trouw aan het Gentse regime, een groene geloofsbelijdenis en de absolute afwezigheid van Vlaamse accenten. Ik durf wedden dat een wandelend bos, ontsproten uit de verbeelding van een VB’er, er nooit was gekomen. Een Vlaamse-nationale vendelparade door de binnenstad evenmin. Kortom, wie het Grote Gelijk niet aanhangt, kan het wel schudden.

En wie kan er nu nog op tegen de immense hoogte van de moral highground van ons stadsbestuur? Wie zich keert tegen de lage emissiezone is de facto een voorstander van kanker. Wie vindt dat zijn auto zijn vrijheid is, wordt afgeschilderd als een zieke geest. Wie zich onveilig voelt door de aanwezigheid van mensen voor wie oorlog en vergelding de normaalste zaak van de wereld zijn, wordt weggezet als fascist. En wie zich vragen stelt bij het hoge patsergehalte van sommige medeburgers in opvallende en gepersonaliseerde zware Duitse luxeauto’s, wordt gebrandmerkt als een verzuurde, onverdraagzame witte man, ook al zijn het euro-3’s. De moral highground wordt stilaan een moral Himalaya. De machthebbers verzekeren zich subtiel van een verlengd verblijf in hun Shangri-La van eigen lof.

Het probleem van een leven op de eenzame hoogtes van die morele Himalaya is dat het deugsysteem wel eens topzwaar kan worden. Als de basis met een massale landslide de ivoren torens  onderuit haalt, zal de val  lang, hard en pijnlijk zijn.   Een fietshelm zal weinig soelaas brengen.

LEZ? Take it … or leave.

Nog een chance dat de Gentse binnenstad tijdens de vorige legislatuur verkeersvrij gemaakt werd. Er is voor het samenwerkingscollege nu plenty plaats om vechtend over straat te rollen zonder het risico door een vervuilende diesel overreden te worden. De mogelijke blauwe plekken veroorzaakt door een bakfiets zullen alvast minder erg zijn dan de hematomen van de welgemikte ideologische uppercuts die zowel vóór als achter de schermen worden uitgedeeld. De commentaren in de pers verraden een serieuze Mexican standoff van de zogenaamd gelijkgezinden. Na de battered wives, de battered coalition.

Als het kaviaarsocialisme nu nog vervangen wordt door een wereldvreemde vorm van veggie-socialisme, zullen de gepensioneerde arbeider en de gesyndiceerde poetsvrouw  snel de weg naar de extremen vinden. De nieuwe armen zullen er met open armen ontvangen worden. De manier waarop het stadsbestuur met zijn burgers omgaat, begint meer en meer op pestgedrag te lijken.  Een Gentse Stip It actie dringt zich op: iedereen vier stippen op de hand.

Als het zo verder gaat zal de lokale Vivaldi coalitie een nieuwe dwangburcht mogen bouwen zoals Keizer Karel in 1545 deed om de opstandige Gentenaars in toom te houden. De 2500 soldaten trokken toen het Spaans Kasteel  binnen en richtten hun kanonnen op de Gentse binnenstad. Iedereen die het niet eens was met de machthebbers zou het geweten hebben.  Binnenkort kunnen de dwingelanden van het Grote Gelijk van de Botermarkt samen met hun leger stadsambtenaren en werknemers van de talloze VZW’s en intern verzelfstandigde agentschappen, hun ideologische pijlen richten op de teleurgestelde  Gentenaars  die steeds minder het gevoel hebben dat hun verkozenen hen leiden,  maar steeds meer de zekerheid krijgen dat ze hen willen zien lijden.

Als de argeloze burger het fabeltje van het eco-paradijs begint te percipiëren  als een eerste teken van een soort groeneboordcriminaliteit, mogen we de komende vier jaren nog een boeiend kijkspel verwachten. Pierke Pierlala mag dan met pensioen zijn, de échte puppetmaster van Gent laat zijn burgemeester dagelijks een geforceerd toneeltje opvoeren met als thema “allemaal dikke vriendjes”. De  Gentenaars worden de gegijzelde toeschouwers van een soap vol opgeklopt voluntarisme en minachting voor het eigen volk.  In Gent reikt de moral high ground van de heersende klasse tot in de hemel,  als een soort toren van Babel, waar gutmenschen een kakafonie van politiek correcte statements debiteren over samenwerken, verbinden en delen. En aan de voet van die vierde stadstoren staan de gewone Gentenaars,  en trekken hun schouders op. Na het circulatieplan voelen ze de LEZ als een straffe Gods.  De oekaze van de Botermarkt is duidelijk, take it … or leave!  Wie het niet leuk vindt, kan opkrassen. Ik weet niet of ze in West-Vlaanderen een mondje Frans spreken maar de volgende uitdrukking moeten ze toch kennen: Quand tous les dégoûtés s’en vont, il ne reste que les dégoûtants.

Ik blijf nog wel even en leg extra inktbuisjes voor mijn vulpen klaar. Ik heb het gevoel dat ik voor 2025 nog wel wat columns bij elkaar zal kunnen pennen.

Heysa

Het heeft iets meer dan één jaar geduurd: het samenwerkingscollege van de Botermarkt heeft de meest verbindende daad gedaan die verbinders kunnen doen,  namelijk een verbinding maken met de door hen meest verguisde groep Gentenaars. Dankzij hen kan de schepen van ondernemen, economie, handel en haven, dus van de dingen die écht geld opbrengen, in februari op inspiratietrip met VOKA naar het Beloofde Land.

En daar kennen ze wel iets van beloven: de beloftevolle Tech-ondernemingen schieten er als paddenstoelen uit de vruchtbare potgrond van Silicon Wadi. Met het Technion van Haïfa hebben ze daar een universiteit die de vergelijking aan kan met het Massachusetts Institute of Technology. De Medtech in Jeruzalem is van wereldniveau en de environmental and waste technology gooit er hoge ogen. Echt iets voor een zelfverklaarde Tech stad als Gent. En wat te zeggen van de Tel Avif Pride, een LGTBQ-festijn waar een homovriendelijke stad als Gent een punt kan aan zuigen.

Is er nu boel in de swingende Vivaldicoalitie? Only time will tell. Het is enkel nog wachten op de uitbreiding van het circulatieplan en de lage emissie zone naar de randgemeenten. De niet-groene, wèl donkerrode arbeiders en gepensioneerden  denken er het hunne van. Zelfs met een aangekondigd pensioen van duizend vijfhonderd euro kan men geen Citroën C-Zéro kopen. Zou nu ook in Gent de democratie van de wisselmeerderheden werken, ooit zo geprezen door de progressieve politici in het post-Zweedse tijdperk van federaal geklungel?

“Gent is wat we delen”, de slogan van het rood-groene kartel, kan nu geactualiseerd worden in “Gent is wat we verdelen”. Geforceerde liefde werkt niet, ook al wordt die overgoten door een allesoverheersend en dwingend eco-geloof.  Partnergeweld hebben we nog niet geconstateerd, maar de wittebroodsweken lijken voorbij. Swingen krijgt nu wel een heel bijzonder betekenis. Als de krenten uit de pap zijn, smaakt de Gentse bio-pap wat zurig. De caffé latte proeft terug naar banale koffie verkeerd en het wandelend bos zijn weer gewone  grote bloembakken met een boom in. Een droomhuwelijk is plots een schijnhuwelijk. Of wat een beetje heysa over een studiereis allemaal kan veroorzaken.