Afscheid van een vriend

Het is geen verscheurend afscheid geweest . Het verliep rustig, pijnloos, teder zelfs. Negenenveertig jaar duurde onze vriendschap, met aantrekken en afstoten. Het begon ergens in oktober 1976. Ik leerde hem kennen als buur. Hij was toen al groot, maar vooral grijs. En weinig groen. Ik kon daar best mee leven. Vanuit Sint Amandsberg keek ik op naar hem, het grote onbekende Gent, de stad waar ik ging studeren. Op 1 januari 1977 fuseerden de gemeenten en werd ik, ongemerkt en ongewild, Gentenaar.

Ik heb mijn vrij onbezorgde jeugd in Oostende doorgebracht. In de zomer aan het strand, de rest van het jaar in het College. Zee en gezonde zeelucht waren mijn deel. In 1977 zag ik in Gent vooral verval, grauwheid, maar ook veel plezier en vriendschap. Zeven jaar vlogen voorbij. Ik deed mijn dienstplicht, ik ging aan het werk en werd ondernemer.

Ondernemen was plezant in Gent. Weinig beperkingen. De stad liet ons doen. Het heeft niet mogen duren. De 143 vergunningen om met mijn vracht- en bestelwagens de binnenstad in te rijden, alsook de lijvige set aan invuldocumenten om leverancier van de stad Gent te mogen zijn, verdreven de fun. Formulieren, bestelbonnen en facturen, ze smullen ervan. Het houdt het grootste korps gemeentelijke ambtenaren van Vlaanderen  aan de praat met een geëlaboreerde bezigheidstherapie, betaald door particulieren, ondernemers en winkeliers. Een beroemde schepen vertrouwde me toe dat de talloze trofeeën die Gent de laatste jaren verzamelde en waarvan de modale burger het bestaan  niet eens kent, enkel en alleen bestonden om net díe ambtenaren, die de trofeeën ook meestal zelf verzonnen, te belonen.

Wanneer ik hier toekwam in de “seventies” kende ik een zelfbedieningszaak als een grote winkel waar je zelf de producten in je winkelwagentje legde en ging afrekenen aan de kassa. Vandaag is Gent een zelfbedieningszaak met een bestuur die een leger gelijkgezinden uitstuurt om te gaan winkelen in een speeltuin met ideologisch lekkers waarvan de producten op voorhand betaald zijn met belastingen van de burgers en schulden bij de banken.

De erudiete burgemeester met een diploma in de rechten maar met een ruggengraat van een viandel, kent zijn klassierkers en voorzag de Gentenaar niet alleen met ideologisch lekkers maar ook met klassieke “brood en spelen”: de Gentse Feesten als het nec-plus-ultra van alcoholisch vermaak en veganistische snacks. Zelfs de 91 vechtpartijen van 2025 zal hij goedpraten als zijn ze een deel van het amusement voor de honderdduizenden toeschouwers. De bezopen bakvissen die men van de kasseien van de Vrijdagsmarkt kon schrapen zijn z’n persoonlijke perceptie van de briljante toekomst van de meest progressieve stad van België. Okay boomer, we gaan niet terug naar de feesten met Rory Gallagher en flets bier, ik hoor het u zeggen. Die komen ook niet terug en Rory al helemaal niet meer. Drank en blues, te weinig divers.

Tijd om definitief afscheid te nemen. Ik vertrek naar West-Vlaanderen. Ik keer terug naar mijn Oostendse roots. Waarschijnlijk om vast te stellen dat Oostende geëvolueerd is naar een soort Klein Gent, met een vergelijkbare schuldenberg. Een kenmerk van een liberaal en groen stadsbestuur, zoals in Mechelen?  Dat durf ik niet beweren. Oostende heeft nu een socialistische burgemeester, een doctor in de economie. Maar dat betekent ook niet alles.

De fietsers zijn hier minder agressief en de transgenders vallen niet op. De Grote Post is een flauw afkooksel van de Vier Nul Vier en het Kursaal een uit de kluiten gewassen Capitole. Ook hier zijn er fietsstraten maar je merkt er amper opgestoken middenvingers. Hier weten ze wat te doen met de stijgende zeespiegel, op de Blandijn denken ze dat ze er ter plekke gaan in verzuipen. In Oostende geen middeleeuwse burchten, noch belforten, alleen een vuur- en een watertoren. En een woontoren van waaruit ik Brugge kan zien. Daarachter ligt Gent, onzichtbaar en binnenkort een flauwe herinnering aan een prachtstad die het ooit was.

Het ga je goed, Mathias, beroemdste politieke kleinzoon van het land. Het ga je goed Hafsa met de beroemdste grijnslach van allochtoon Vlaanderen. Probeer alsnog mijn goede vriend niet compleet te verkwanselen. Ik wil hem graag nog eens komen bezoeken.

Middenveld

“De middenstand regeert het land”  Het waren onsterfelijke woorden van Luc De Vos. Na zijn dood is hij opgenomen in het Gentse engelenheir. Hij paste zo goed in de stad van licht en liefde, een beschrijving die ze pas veel later kreeg, na een opstand van het middenveld onder aanvoering van Wim Claeys, the next best thing, na Luc.

“Het middenveld regeert de stad” Het kluwen van particuliere organisaties in de samenleving, die verschillende groepen, meningen en belangen vertegenwoordigen is in Gent verworden tot een zelfbedieningszaak van politiek gelijkgestemden die, onder de dekmantel van het progressivisme, vermeende problemen bedienen met vermeende oplossingen, aangebracht door vermeende weldoeners, teensletsers en menswetenschappers. De eigenschap van die groep Gentenaars is dat ze voortdurend nieuwe problemen en schendingen van “de mensenrechten” vinden om die met een nieuwe karrevracht “sociaal geëngageerden” te lijf te gaan. Het stadbestuur ziet hier een opportuniteit om haar populariteit bij dat zelfde middenveld op te krikken door steeds meer organisaties toe te laten en te subsidiëren om opnieuw problemen te kunnen aanpakken  met nieuwe oplossingen. Het resultaat? De gewone burger heeft er het raden naar.

Zo wordt het middenveld een moddervet monster dat zich ophoudt in de straten, de buurthuizen, de cafés en de vzw’s. Het zuigt financiële middelen aan om zichzelf te bedienen waardoor de essentiële functies van een stadsbestuur onder druk komen te staan. De groendienst, de vuilnisophaling, de kinderopvang en de diverse  administraties moeten bezuinigen om de moloch van het middenveld te blijven voeden en een legertje politiek-gedropte vriendjes van het stadbestuur te betalen, zonder enige democratische controle.

Zo heeft Gent de laatste drie legislaturen de stad gemetamorfoseerd tot een Vlaamse PS-staat. En we weten wat er met de PS-staat gebeurd is. 

Kerstboom

Gent, de stad van het grote gelijk, haar leger ambtenaren  en haar groene botanici haalde weer eens de pers, dit keer zonder een maf fietsverhaal of een lokaal circulatieplan. Het jaar is nog maar enkele dagen ver, en de bende van de Botermarkt heeft zich al onsterfelijk belachelijk gemaakt met haar lumineus idee om uw kerstboom op te eten. Ik weet niet hoever de kennis van de bevoegde ambtenaar gaat, ik stel me alleen de vraag of die qua voedingswaarde onderscheid kan maken tussen de Nordmann (Abies nordmanniana), de Fijnspar (Picea Abies), de Blauwspar (Picea Pungens ‘Glauca’), de Servische Spar (Picea Omorika), de Canadese spar (Picea Clauca Conica) of de Fijnspar (Picea abies ‘Will’s Zwerg’). Ik vrees een beetje, Gent kennende, dat ze voor elke soort spar één of meerdere ambtenaren hebben aangeworven. Je kan er nooit genoeg hebben als je weet dat twintig procent steevast thuis zit, opgebrand door de ongetwijfeld zéér boeiende job.

Wat is de volgende stap? Moeilijk in te schatten na deze next-level imbeciliteit. Binnen het zogenaamde ‘afsprakenkader’ van het nieuwe stadsbestuur zouden dergelijke culinaire tips geen spanningsveld mogen creëren maar of dit kader ook de meest idiote groene zotternijen afdekt is nog maar de vraag. De Gentse Arteveldehogeschool schakelt over op volledig plantaardige catering bij events vanaf 2027, las ik op de VRT nieuwssite. Allicht weer een idee van de meute  Gentse klimaatgoeroes en een uitgelezen moment om de paarse coalitiepartner te treiteren. Deze beslissing sijpelt immers zeker door naar het stadsbestuur dat zich door hun groene coalitiepartners ongetwijfeld zal laten verleiden om dit ook toe te passen op de Gentse Feesten, de Kerstmarkt (excuseer, ik volhard) en de nieuwjaarsreceptie. Misschien wordt dit de unieke gelegenheid om ‘de constructieve motie van wantrouwen’ in te roepen, dé truc van ex-minister van bestuurszaken Bart Somers om armlastige coalitiepartners naar het strafbankje (lees oppositie) te verwijzen. Ik ben pessimistisch…

Voorlopig moet de Gentse burger het doen met de schaapachtige glimlach van Mathias II en de gritterige grijnslach van Hafsa. De nieuwjaarsreceptie van zondag wordt de lakmoesproef van de populariteit van de burgemeester. Zullen de zelfde mensen die de N-VA hebben weggehoond met de obligate strijkplank, het biofruitsap en de fairtrade wijntjes voor de burgemeester komen applaudisseren, of komen ze hem uitfluiten voor zijn flirt met de Vlaams-Nationalisten?  Steken Sioen en Van den Bossche hun duimpje omhoog of omlaag? Brengen ze eieren mee? Of wordt het een klassiek queer protest voor Palestina? In Gent weet je nooit.

Eén ding is zeker, het zal bar koud zijn. We gaan meer nodig hebben dan biofruitsap of fairtrade wijn om op te warmen. Ik denk meer aan glühwein, Baileys of aan straffe jenever. Maar geen Peterman Mystic Mint. Die is groen.

Mathias de Cleynzoon en de Moraalridders van het Vredesplein.

Het zou zo maar een titel kunnen zijn uit het Harry Potter reeks van J.K. Rowling maar het is meer het bittere eindresultaat van de epische strijd van een tweederangs rode bard en een zonnepanelenprinces tegen de Vlaamse Ridders waarmee de Cleynzoon aanvankelijk een akkoord had gevonden.

Gesteund door een groene golf van verdwazing, geleid door de beruchte Philippus de Pedaalridder en Arrogantia Hopsasa, de fee van de Brugse Poort, werden de strijders voor de Vlaamse Zaak bespot, beschimpt en bespuwd, waarna ze verdreven werden naar Oostakker, één van de buitengebieden van de stad van liefde, waar enkele kilte en duisternis heerst.

Nadien werd het stil in het warme Gent, té stil. De Methusalem van de groene beweging moest de gemoederen bedaren en riep hiervoor het Enigma van Horebeke ter hulp. Met vrouwelijke zachtheid en mannelijke vastberadenheid voorzag ze haar onderhandelaars van de nodige voorraad groene vaseline om de blauwe Cleynzoon te verzadigen met extreem progressieve liefde . Met slechts zes kiesmannen op overschot slaagde hij erin om zijn levensdoel ten tweede male te bereiken: de wraak voor het onheil dat zijn Bompa was aangedaan. De wraak smaakte zelfs zoeter want hij kon de Tsjeven, de nemesissen  van opa Willy buiten het bestuur houden.

Op dinsdag 12 november kon hij triomferen met, in zijn getroubleerde ogen, het meest liberale akkoord ooit. Of zijn rood-groene kompanen dit ook zo zien, is maar de vraag. De optocht voor de pers aan de Stadshal miste enkel nog een imperiale standaard van quinoastengels en het opschrift SPQG. Het enthousiasme was groot bij Groen, iets minder bij Rood en al helemaal ver te zoeken bij Blauw.

Het valt af te wachten hoe coöperatief en verdraagzaam de zelfverklaarde verdraagzamen ter linker zijde zullen zijn wanneer het gaat over ideeën die afwijken van hun eigen narratief. Ik denk maar aan financiën, subsidies,  veiligheid, ziekteverzuim bij de stadsdiensten en 11 juli… De talloze VZW’s staan al hitsig te trappelen in de coulissen wanneer schepen Peeters zal nagaan hoeveel Winstgevende Verenigingen Zonder Doel in de “Deep State Gent” ronddolen. Ik vrees dat het eigen Departement van Gemeentelijke Efficiëntie vakkundig zal versmoord worden in het groene moeras van morele bezwaren.

We kunnen alleen maar hopen dat de Moraalridders van het Vredesplein de Blauwe Leider geen morele hakbijl in zijn lijf drijven zoals zijn illustere voorganger Jacob van Artevelde moest ondervinden op 24 juli 1345. Hij zou dan kunnen roepen “tu quoque Philippi” maar ook dit zal hij achterwege laten want hij weet dat de ultieme wraak zijn eigen standbeeld op het Vredesplein wordt met het onderschrift “VOOR U, BOMPA”

Mossel of wortel

Wordt het een smaakloze mossel of een harde wortel? Of wordt het toch sauerkraut,  of borsjtsj, of gewoon halal?

De nieuwe menukaart van de Gentenaar wordt op 13 oktober bepaald maar de prijs staat nu al vast: onbetaalbaar. Als de koks van de voorbije legislatuur zes jaar ruziënd over de Botermarkt hebben gerold,  zal de dagelijkse kost van dezélfde culinaire kemphanen niet te vreten zijn. Ik denk niet dat Mathias De Clercq Filip Watteeuw nog in zijn keuken wil, maar de lokroep van een mogelijke Michelin ster zou hem wel eens kunnen overtuigen de groene sous-chef verantwoordelijk te stellen voor de slaatjes en de route die de kelners bij de klanten moet brengen. De kans dat de consument koud eten zal krijgen wegens de talloze knips en de onverteerbare circulatieplannen in het Gentse restaurant, zal hij er wel bij nemen.

Moeten we dan een nieuwe chef in de keuken krijgen? Eén die sauerkraut en bratwurst serveert, of één die ons borsjtsj en rode biet leert eten? Samen zie ik ze niet de keuken te delen, na Ribbentrop en Molotov smaakt deze mix altijd verbrand. Misschien kiezen voor Maghrebijnse kost, met méchoui en couscous? Of toch maar gaan voor Vlaamse stoverij met frieten?

Ik denk dat ik ga kiezen voor Oostendse garnaalkroketten. In de koningin der  badsteden is de menukaart even prijzig, maar de lucht is er beter.

De gewone man

“Hela, hela, hela!”

Het was de warme groet van een Gentse fietser, die zich nog door een klein gaatje op het voetpad van de Ajuinlei probeerde te wurmen en deze boomer op zijn weg vond. Mijn halfingeslikte opmerking keerde terug als een boze boomerang dat ik uit mijn doppen moest kijken.  De fietser, zeker de iets oudere fietser zoals ik hem al beschreef in 2019,  is hier de keizer van de openbare weg. Dat was bij deze duidelijk. De toon was gezet.

Enkele tientallen meters verder wees een fietsende krullenbol met bloemen aan het stuur van haar longtail fiets, duidelijk fel geïrriteerd, dat ik op háár fietsstraat wandelde. Je kent ze, die roodgeverfde stroken waar fietsen en  steps heersen en de automobilist nederig het hoofd moet buigen. Die privileges, die met goede bedoeling werden toegekend aan de fietsende Gentenaars, zijn in de jaren van ver doorgeschoten vélofiel bestuur gemuteerd tot een zekere arrogantie in een sfeer van “ne me touche pas, want ik ken de schepen van mobiliteit”.

Dat laatste vind ik geen argument want wie kent hem niet? Wanneer hij bij elke gemeenteraad de kop van jut is en in het verslag van de Gentenaar als de meest geviseerde schepen van de stad gebrandmerkt wordt, dan moet je al erg je best doen om hem niet te kennen.  Lokale circulatieplannen, knips, paaltjes, boetelawines… het hele verknipte arsenaal om de ecofiele tweeverdieners, donkergroene universitairen, sociaal geëngageerde veganisten  en hippe IT’ers te behagen, en de gewone man op stang te jagen, komen uit zijn brein en dat van zijn fel gekoesterd leger van diverse medewerkers dat zich telkens weer mag verkneukelen aan de vele fietstrofeeën die de stad Gent binnenrijft.

Uiteraard behoort die gewone man tot de luide en grofgebekte minderheid in de ogen van zij die zich het alleenrecht op “het Groot Gelijk” toe-eigenen.  Op 9 juni heeft het Petra-De-Sutter-effect hun gevoel van superioriteit nog versterkt. Maar laat de veroordeling tot die “minderheid” nu juist voor de gewone man een opportuniteit wezen. In het inclusieve Gent van schepenen El-Bazioui en Heyse worden minderheden gekoesterd, gesoigneerd en gepamperd. Misschien kan de gewone man subsidie krijgen om zijn luidheid en grofgebektheid te ontwikkelen tot een meer eloquent wapen in de strijd tegen de allesbepalende dictatoriale meerderheid. Maar ik vrees dat de Groot-Gelijkers van de Botermarkt Macron-gewijs, alles in het werk zullen  stellen om de die luide en grofgebekte minderheid te marginaliseren, erger nog, te ridiculiseren.

Benieuwd of de voluntaristen van Voor Gent oor zullen hebben naar de verzuchtingen van de gewone man en of die gewone man na 13 oktober nog uit zijn voordeur zal kunnen  stappen zonder overhoop gereden te worden door een voetpadpiraat op twee wielen.

Ornithologie 2.0

Daags na de verkiezingen ging ik wandelen in de Bourgoyen. Even bekomen van de uitslag. Niet zozeer van de ruk naar rechts maar van de uitslag in ons geliefde Gent. Groen en Rood bleken hardnekkig stand te houden te midden van het geel-zwarte geweld in de rest van Vlaanderen. Gent is me plots een stuk minder geliefd, maar dat ligt volledig aan mij, witte, cisgender en  SUV-rijdende boomer. Op die mijmerwandeling kwam ik toch wel mijn ornithologe tegen! Je weet wel, Sophie,  kenner van de Gentse vliegende fauna, met wie ik enkele jaren geleden  een ontmoeting had, zoals ik die beschreven heb in Ornithologie, één van mijn columns uit 2019. Haar observatie van de Blauwe Wauwel, de Groene Knipeend en de Rosse Krulpatreel (die haar biotoop ondertussen verlaten heeft) heeft menig lezer geplezierd. Maar nu kwam Sophie voor de pinnen met een nieuwe observatie. De resultaten zijn prematuur maar niet minder zorgwekkend.

Het schijnt, volgens Sophie, dat in de mega-volière die Gent is, de komst van de Horebeekse Kapoen aangekondigd is. Voorbarig, maar niettemin belangrijk voor familie van de Anatidae. De voorgenoemde kapoen zou wel eens een grote invloed kunnen hebben op  de veelkleurige en geringde Gentse kwartels die zich identificeren als renkoekoek of  kakapo. Ook de non-binaire piepkuikens (16 tot 18 jaar) die zich bewust zijn dat ze noch mossel noch vis zijn, zouden ook wel eens de zijde van Zuid-Oost-Vlaamse  exoot kunnen kiezen. Blijven dan enkel de fietsende papegaaien over, die nog steeds in overtal aanwezig zijn in de straten van Gent. Zij kunnen het lot van de Groene Knipeend alsnog in gunstige zin bepalen, tenzij ook zij ondertussen de transitie gemaakt hebben naar progressieve wokevogels.

Hoe dan ook, de Blauwe Wauwel zal scherp moeten zijn in oktober. Maar laat zijn scherp-zijn nu niet bepaald zijn sterkte zijn. De drang naar het leiderschap van de volière is groot, de drang van zijn kwetterende (ex-) aanhangers  is dat veel minder. Zijn nieuwe vleugeladjudant, de Fiere Boschfluiter, zou de Wauwel wel eens kunnen overvleugelen en hem koekoeksgewijs uit zijn magenta nest duwen. Misschien kan hij dan vluchten naar de Bourgoyen, een broedplaats voor meerdere rare vogels. Of naar Brakel, om samen met  de Opperwauwel te treuren over hun beider droeve lot.

Lokfiets

Mijn vrienden fietsers, er zijn er niet zoveel, hebben weer hoop. Het gelobby van burgemeester De Clercq heeft geholpen, de minister van Justitie heeft de lokfiets uit de BOM-wetgeving gehaald. Wie hierbij aan Bewust Ongehuwde Moeders  denkt, zit fout. Het zijn de Bijzondere Opsporingsmethoden. Misschien zijn Bewust Ongehuwde Moeders wel fervente fietsers of beter, bakfietsers, maar het een heeft met het ander niets te zien.

De lokfiets, een liberale overwinning! Het moest wel. In 2023 werden er in Gent 2.942 aangiften van fietsdiefstal gedaan. Er werden ook veel diefstallen niet aangegeven, misschien omdat die fietsen zelf gestolen waren. In Gent, het Walhalla van het progressivisme, hadden Groen en Vooruit liever gezien dat het woord “diefstal” begraven werd, zoals eerder al gebeurde met het woord “allochtoon”. Nu de socialisten zich vastgeklikt hebben aan Voor Gent, door heel wat Gentenaars tot “Voor Mathias” omgedoopt, zullen ze deze droom moeten overlaten aan de groene collega’s.  

De woke versie van stelen is “ontlenen”. Laat ons daarom spreken over de ontleencultuur van hen die zich dringend moeten verplaatsen over korte afstand. Dat er ook fietsen gejat worden door drugsverslaafden is niet relevant. Dat zijn geen daders, het zijn slachtoffers. Daarnaast heb je ook de dievenbendes die met camionnetjes fietsen opladen, maar die zijn niet te klissen. Een fiets terughalen uit Florești, daar is geen enkele flik tegen opgewassen. En eens de boeven op pad gaan, moeten de politiediensten vanaf 1 februari aanstormen met loeiende sirenes, kwestie van de misdadigers tijdig te verwittigen. Dit komt uit de koker van Ecolo-icoon Gilkinet. Om de kwetsbaren uit de maatschappij die node een fiets willen stelen/ontlenen te beschermen? Diefstal als de ultieme herverdeling?

En nu nog een rechter vinden die dit ernstig neemt. Van Tichelt had het over afspraken met het parket. Niet evident in Gent. Misschien moeten de gedupeerden meester Rieder nemen, die maakt altijd indruk. Hij kan dan in de rechtbank een fietshelm opzetten. Straffen, zo beloofde de minister, zullen niet min zijn: tot 400 euro. Ik denk dat een speedpedelec meer opbrengt. Toch zouden Gentse rechters best streng mogen zijn. In België worden per dag 85 fietsdiefstallen aangegeven, in Gent 8. Dit is 9,5% van alle diefstallen, dit voor 2,2% van de Belgische bevolking. “L’occasion fait le larron” zou mijn vader zaliger gezegd hebben. Waar veel te stelen valt, wordt veel gestolen.

Sterspeler

Freya, het zonnepanelenorakel van Gent heeft gesproken, Conner kan zijn comeback maken. Een “conback” als het ware, van de grootste “con” die de recente politieke geschiedenis heeft voortgebracht. De seksistische opmerkingen raken Freya’s kouwe kleren niet en dat van die Roma’s was eerder al afgedekt door Louis Tobback. De doorsnee racist met een lidkaart van Vooruit kan op beide oren slapen: hij mag verder vettige praat vertellen op café. Of op de voetbal. Zeker als ze zat zijn.

Onze sterspeler, zei ze, zet je niet op de bank. Een normaal mens zou dergelijke speler liever ín de rechtbank zetten, maar niet zo bij de socialisten. Socialisten geraken nu eenmaal moeilijk in de gevangenis, behalve Mangé en Wallyn, maar dat waren nu ook niet de vetste vissen. Echt vette vissen zijn te glibberig om te pakken.

Trouwens, Materazzi, dat was zo’n sterspeler. Zijn uitspraak over de zus van Zidane was er los over. Net zoals de franc-parler van Rousseau over zijn lokale vriendin. Er is dus enige gelijkenis, Materazzi belandde ook niet op de bank, toch niet lang, twee weken. Dante Van Zeir daarentegen heeft het serieus mogen voelen in New York Woke City. Al belande deze laatste wél op de bank: zes weken. Hij is dan ook niet de sterspeler die Materazzi was, of Rousseau.

Alle andere partijen zijn nu ook op zoek naar sterspelers, bij gebrek aan scorende spitsen. De CD&V haalde bij FC Brugge al Dehaene, en Schauvliege bij KFC Evergem Center. Het Vlaams Belang had al een aanvaller van Torpedo Moskou op  de loonlijst, tijdelijk uitgeleend aan Beijing Guoan. Bij de Open VLD zijn de meeste spelers opgeviste reservisten. In juni weten we of ze een echte kampioeneploeg zijn geworden of eerder een FC de Kampioenenploeg.

En laat net nu een Europese topper terug keren naar de Belgisch competitie. Charles Michel laat zijn voorzitterschap van de Raad van Europa voor wat het is en komt spelen in de ploeg van Georges-Louis Bouchez. Ik vrees dat “de Charles” niet eens de bank van Francs Borains haalt, voorlaatste in de Challenger Pro League.

Ik weet dat onze grootste Belgische sterspeler, spelverdeler van  Olsa Brakel en van de Melsenstraat, het niet leuk vindt dat zijn welopgebouwd Europees blazoen besmeurd wordt door de vaandelvlucht van zijn spitsbroeder. Maar ook zijn logo-ontwerper heeft alfamannetje Alexander geen dienst bewezen. Na enkele maanden pedant en drammend voorzittertje van de Raad van de Europese Unie spelen, zal iedereen op 9 juni nog enkel dít herinneren: Be.eu

Roesoesoe

Het was me weer wat, hé. De blauwvoet was amper geland of daar kwamen de roodborstjes aan gefladderd. Een kwetterende en kakelende politieke volière. Op 1 december 2019 had ik het al eens over de politieke ornithologie van Gent met de Blauwe Wauwel en de Groene Knipeend. Hiermee dacht ik uitgezongen te zijn als het gaat over vreemde vogels.

Maar na de hele heisa bij de Open VLD en de deconfiture bij de Vooruit, moet ik mijn verrekijker en rubber laarzen misschien weer eens bovenhalen en mijn observatiepost in de Gentse Bourgoyen inruilen voor een uitkijktoren in de Vlaamse Ardennen of in Harelbeke en omstreken.

De vogeltrek van de Blauwe Grutto was een retourtje Brussel – Aarschot van amper één weekje. Principes werden ingeslikt als waren het regenwormen. De lokroep van het postje dat de Mechelse Koekoek in de hoofdstad had achtergelaten bleek sterker dan de trouw aan het eigen nest. De Mechelaar deed zijn soortnaam alle eer aan en duwde Alexander Vandersmissen uit het stedelijk nestkastje, recht de Dijle in. De Kortrijkse Baardvogel paste deze techniek al succesvol toe met de defenestratie van Ruth Vandenberghe. Blauwe kuikens zijn hierbij gewaarschuwd.

Maar hoe het in de vogelkooi van de beduchte Roodkopgier, de zelfverklaarde koning van al het progressief gevogelte, aan toe ging, tartte alle verbeelding. Met zijn zatte kreten tegen exoten allerhande zoals de Gelekuifkaketoe of de Roemeense Bruine Bos Eend, dacht hij zijn habitat, Sint-Niklaas en bij uitbreiding het Waasland, te bevrijden van matrassendumpers en excentriek gevederde anachronismen. Hij dacht de hulp te krijgen immer aanwezige stadsmussen met matrak, maar spijtig genoeg ook met bodycam. Die hadden het niet zo begrepen op de god der roofvogels. Hun uitgelekt getsjilp bleef de media beroeren.  Groene aasgieren troepten samen aan de horizon. De zenuwachtige roodborstjes bleven de bedenkelijke kreten van hun leider vergoelijken als ware het goddelijke gezangen van een Japanse nachtegaal. Negentig percent van de rode volière leek het niet eens zo erg te vinden. Tot de Roodkopgier het zelf voor bekeken hield. Zelfs de moederkloek werd te elfder ure opgevist om in de Zevende Dag om haar weerbarstig jong te vergoelijken. Achtenveertig uur later veranderde het progressieve kiekenskot van mening: negentig procent vond de gierkreten dan toch maar niet okay. Kaketoes en Bos Eenden moeten nog gaan stemmen in 2024. Toch?

Zeventien november2023 zal de geschiedenis ingaan als het moment waarop  ornithologen de Roodkopgier schrapten uit de nomenclatuur van het politieke dierenrijk en vervingen door de Rode Roesoesoe.