Het sprookje van prinses Cruyllebol en prins Filobel

Er was eens een heel oude en machtige burcht aan de samenvloeiing van twee grote rivieren. Al jaren heerste ridder de Roode de Mariakerque als een verlichte despoot over zijn burcht. Om de burchtbewoners te paaien gebruikte ridder de Roode de Mariakerque de hand- en spandiensten van zijn trouwe rechterhand Christophorus Den Blauwen. Met gewiekste truukjes en de hulp van geslepen gerechtsgeleerden overspoelden zij samen sinds jaren de burchtbewoners met brood en spelen. En iedereen in de burcht was dik tevreden.

Maar enkele jaren terug streken uit het verre Westen twee koningskinderen neer. Zij waren de dochter en de zoon van koningin Myriam, de groene koningin van het grote Geluk, die in het kille en vreemdelingenonvriendelijke Noorden de alleenheerschappij van de nietsontziende baljuw Bartholomeus probeerde te breken. Ondertussen bakten haar twee schattige spruiten, prinses Cruyllebol en prins Filobel zoete broodjes met ridder de Roode de Mariakerque. Ze slaagden er zelfs in om, met steun van de vele Westerlingen die zich in de burcht gevestigd hadden, aan de Ronde Tafel van Ridder de Roode de Mariakerque aan te schuiven. Zo konden de prinses en de prins hun hartje ophalen en ferm hun goesting doen in de oude machtige burcht.

Prins Filobel weerde meteen alle paarden- en ossenkarren uit de burcht omdat paarden en ossen stinkende scheten laten waardoor de burcht veel te snel opwarmde, en met hun hoeven veel te veel fijn stof lieten rond dwarrelen waardoor de arme kindjes te kort aan adem kregen. Daarom moesten alle paarden- en ossenkarren langs de buitenmuren de burcht rond rijden. De arme stakkers van onder meer de oostelijke akkers, de bergen van Amandus en Lede, het land van de Zwijnen en allen die buiten de muren leefden,  kregen alle stinkende winden en alle keutels van de trekdieren over zich heen. Om goed te zien dat alleen nog voetgangers door de burcht mochten trekken liet prins Filobel alle straten met stoepkrijt rood maken. Dat was slim gezien van de prins want rood was ook de favoriete kleur van ridder de Roode de Mariakerque. Dat de neringdoeners nu aan hun marchandise niet geraakten was voor prins Filobel geen probleem. Koningskinderen zijn nooit gewoon geweest te werken om den brode, laat staan dat ze wisten wat neringdoen écht betekende.

Prinses Cruyllebol mocht zich van ridder de Roode de Mariakerque bezig houden met alle schooltjes van de burcht. En dat waren er een pak, zowel van de paters en de nonnetjes als van de poorters. Om de vele kinderen van de burcht en omstreken een plaatsje te geven deed ze beroep op de geleerde magiërs van de Universele School, die in het hele land gekend stond om haar fantasierijke doch vaak onuitvoerbare toekomstbeelden. Uit die school kregen de prinses en de prins ook heel veel steun. De leerlingen van de magiërs waren verzot op stappen, haatten paarden- en ossenkarren  en organiseerden feesten net over de poorten van de burcht waar ze zich te buiten gingen aan wilde bacchanalen en zatternijen, dit tot grote woede van ridder de Roode de Mariakerque. Ook trokken ze op zaterdagen en zondagen en op alle warme lente- en zomerdagen naar de oude binnenhaven waar ze dagen- en nachtenlang feestten, fuifden en vuiligheid achterlieten, die jonkheer Ivanho en zijn gele kornuiten dan maar moesten komen opruimen.

De prinses en de prins lieten hun volgelingen begaan en hun goesting doen. Binnenkort zou ridder de Roode de Mariakerque op welverdiende en tevens broodnodige  rust gaan,  en heimelijk hoopten ze dan zelf aan de macht te kunnen komen. Hun mama zou zeer fier zijn, te meer dat ze dan de trouwe vriendin van de wrede baljuw Bartholomeus, Anna Lena, die uit de Melse bossen kwam, zouden verslaan. Daarom hadden  prinses Cruyllebol en prins Filobel alle steun nodig van de feestende leerlingen van de magiërs. Trouwe huisdienaren van de prins en de prinses gingen zélf de boorden van de binnenhaven opkuisen om hun fervente aanhangers, vaak door de eenvoudige burchtbewoners die al generaties lang de burcht bevolkten de Arrogenten genoemd,  geen strobreed in de weg te leggen.

Prinses Cruyllebol en prins Filobel konden de  trouwe ondersteuning van de jongeren goed gebruiken want er was een kaper op de kust, namelijk de ooit gedoodverfde dauphin van ridder de Roode de Mariakerque, de welbespraakte Mathias de Cleynzoon, telg uit een succesvolle plaatselijk blauwe familie. Nadat Mathias de Cleynzoon  uit de gratie was gevallen bij ridder de Roode de Mariakerque, had deze de strijd aangebonden om alleen kasteelheer te worden van de machtige burcht aan de samenvloeiing van de twee rivieren. Daar de neringdoeners, ambachtslieden en herbergiers het niet zo begrepen hadden op de lichtzinnige en vaak onbezonnen toekomstbeelden van de prinses en vooral van de prins, probeerde Mathias de Cleynzoon  hen voor zich te winnen door succesverhalen te vertellen over hoe goed en hoe sterk de burcht wel was. Dat de oude haven zich nu zelfs uitstrekte tot ver in het buitenland was zijn verwezenlijking en iedereen moest het horen. Het stoepkrijt zou dra verdwijnen en de neringdoeners en de herbergiers zouden binnenkort hun handelswaar en hun bier weer kunnen aanzeulen met paard en os. De ducaten zouden rollen.

Met Siegfried, de oude aanvoerder van het leeuwenlegioen, uit de brakke landen van Mol en omstreken, door zijn oude strijdmakkers ook nog Valère genoemd,  hield niemand nog rekening. Door schaamte verdreven, nadat hij de bitse woordenstrijd verloren had van ridder de Roode de Mariakerque over een onbestaande zak goudstukken, had hij het roer overgelaten aan de reeds vernoemde Anna Lena uit de Melse bossen. Welbespraakt als ze was nam ze het op tegen de BurchtBrigade van Rudolphus, de leider van de armenkamers en de godshuizen,  de twee prinsjes, Mathias de Cleynzoon en de godvruchtige Maria, ooit onbetwiste aanvoerster van de christelijke scholen en door de plaastervanger van Jezus in Vlaanderen, in haar oude dagen in de strijd om de Ronde Tafel geworpen. De inzet was groot, de kamp beloofde intens en heet te zijn, de uitkomst onduidelijk.

Nu is het wachten op de komst van een nieuwe, nog onbekende voorman en leider van de burchtbewoners, aangekondigd door de onzichtbare krachten van het geheime genootschap dat zich Burcht word Wakker noemde. Velen staan dagelijks op de uitkijk om te zien of de vreemde voorspelling bewaarheid wordt. De oude families die al jarenlang de burcht bewonen, de neringdoeners, ambachtslieden en herbergiers, de ouderen en zij die moeilijk te been zijn, de bewoners van de dorpen buiten de muren, de jonge lieden die niet door de magiërs betoverd werden, de mensen met een greintje gezond verstand, allen stellen zich de vraag of de profetie zal uitkomen.

Maar hiervoor is het nog wel even wachten. Het geduld wordt op de proef gesteld, maar bij elke nieuwe tijding zal uw trouwe dienaar de ganzenveer ter hand nemen en zijn taak als verslaggever met toewijding verder zetten.

Een gedachte over “Het sprookje van prinses Cruyllebol en prins Filobel

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s