Vegan Attack

Het lijkt de titel van een slechte B-film, maar het is me toch maar overkomen. Ik ben nog steeds herstellende van de bio-vitriool die me toe gesmeten werd. Niemand is nog veilig in Gent als je te kennen geeft liever voor de klassieke Bratwurst of voor varkensribbetjes te gaan, eerder dan voor quinoa en ander lekkers of minder lekkers dat de lokale en overzeese flora op ons bord gooien.

Ik verklaar me nader. Op 19 juli meldden diverse media dat het Botramkot op de Vlasmarkt enkel nog veganische (sic) uuflakke verkoopt. Op zich niets mis mee. Iedereen heeft het recht om zijn of haar zelf verkozen brol te eten. Maar een  eerder sarcastische opmerking van mijnentwege -ik geef toe- dat het zalig was om er niet te zijn tijdens de Gentse Feesten, en bijgevolg gevrijwaard te blijven van  al die veggietoestanden, bracht een tsunami van zure oprispingen teweeg. Hoofdzakelijk van dames (alhoewel je dat vandaag ook al niet meer met zekerheid kan zeggen) die hun viscerale walging voor een carnivore boomer met volle overgave over me uitstortten.

Eén dame was blij dat ik er niet was, op de Gentse Feesten, omdat ik het niet zou overleven. Dat ik Gentse Feesten al overleefd heb voor zij geboren was, doet voor haar allicht niets ter zake. Toen was alles nog normaal en kon je je maag overbelasten met vettige worsten en slap bier uit echte glazen. Mijn mededeling dat  ik wél al veggie en godbetert vegan geproefd heb, mocht niet zijn.  Het ongeloof dat een witte man toch geproefd zou hebben van het manna van hun eigen Utopia  zit héél diep.

Mijn zinsnede “woke noch veggie” deed nog meer verkrampen. Het was polariserend en ze raadden me aan twee keer na te denken. Dus ik denk twee keer na: als ik polariseer door te zeggen dat ik niet mee doe, is het toch even polariserend door die beslissing te verketteren? In veganland zijn er twee  polen, je eet het en je behoort tot de uitverkorenen, of je eet het niet en je bent verwerpelijke ongelovige. Ik denk meer en meer dat ik met een sekte te doen heb. Waarschijnlijk heb ik het on-Gentse DNA en hebben zij het échte Gentse DNA, zoals de burgemeester het  in zijn weekendartikel in De Morgen van 6 juli voorstelde.

Mijn keuze om niet mee te doen aan het Gentse veggie-verhaal verbant mij gewis naar een te verachten minderheid. Maar laat Gent nu dé stad par excellence zijn waar verdraagzaamheid voor minderheden de opgelegde regel is. Maar nee, verdraagzaamheid is duidelijk unidirectioneel. De groene club der zelfverklaarde verdraagzamen waant zich een eco-aartsengel Gabriël die mij met een vlammend zwaard van broccoli uit het fijne, gastvrije, veganvriendelijke, genderneutrale paradijs met het onwaarschijnlijk mooie liberaal verhaal (sic) van Mathias De Clercq wil verdrijven. Waarvan akte.

Oh ja… ik ga straks dineren in de Verde Mar, een gerenommeerd vegetarisch restaurant. Gelukkig heb ze sidedishes met tonijn of kip.