Goeje Fieste

Dit weekend start het bacchanaal van bier en vette hamburgers, minder van tofuburgers en matcha. De hoogmis van de multidiversiteit rolt zich uit over de enige stad van licht en liefde. Op feesten wordt niet bespaard. Gent heeft zelfs een schepen van plezier. Het paradepaardje van de politieke upperclass is in volle voorbereiding, tenzij de vakbonden op professionele wijze roet in het eten gooien. Hun eerste poging tot actie op maandag 14 juli bracht slechts 20 man op de been. Schrik voor Burak Nali die duidelijk was: wie niet komt opdagen wordt niet betaald. Weinig liefde, toch?

De Gentse spilzucht is de laatste maand pijnlijk boven water gekomen. Liberalen onder leiding van Christophe Peeters voeren de forcing. Het blauw spierballengerol lijkt meer op een afrekening met Groen. Straks mag Hafsa El-Bazioui de rol van waarnemend burgemeester overnemen, nu Mathias De Clercq tot eind augustus in de lappenmand ligt. Zij mag de tsunami aan klachten van het geroemde, deels heilig verklaarde middenveld aanhoren. Lastig voor de diva van de vrijgevigheid en oneindig begrip. Een berekende gok van de blauwen? Ik schat dat het geheugen van de Gentenaars echter geen stand houdt tot 2030. Diezelfde Gentenaars hebben zich ook laten rollen door de woorden van Rudy Coddens “het geld zal nooit op zijn”. Tatcher wist in 1975 al beter.

Waarom heeft de bevolking nooit gezien heeft dat Gent zo diep in een schuldenmoeras verzonken was?  Zelfs Joël De Ceulaer, senior writer bij De Morgen en over het algemeen fan van elk links-progressief project, stelde zich die vraag en constateerde dat de vierde macht de malaise niet of te weinig opmerkte. Onwil of omerta? Toegegeven, er zitten weinig kritische geesten bij de Gentenaar, stads thuiskrant, behalve misschien Bert Staes, die als eerste en enige de puinhopen van Termont erkende en kritisch werd voor de goednieuwsshow en “het Groot Gelijk” van de Botermarkt. De druk van de politieke top om het Gentse Walhalla niet aan te vallen is altijd vrij groot geweest. In juli 2022 hoorde ik op de radio dat in de eerste nacht van de eerste Gentse Feesten na de Covidpandemie, er zeventien vechtpartijen waren, de tweede nacht tien en nadien… complete radiostilte.  Of was dát die omerta?

We gaan de burgemeester een tijdje moeten missen. Zijn ontwapenede wolligheid en zijn aandoenlijke Gentse rollende “r” zal hij niet in de strijd kunnen werpen  om het ongenoegen te counteren. Het zal Comical Hafsa zijn die spitsroeden zal lopen. Haar nietszeggende  politiek correcte oneliners zullen Gent niet veel vooruit helpen.  Maar gelukkig voor de baronnen van de Botermarkt liggen veel Gentenaars in augustus in een half comateuze slaap, wachtend om in september te ontwaken op de tonen van het Festival van Vlaanderen en zich warm te lopen voor de 10 mijl stadsloop. Brood en spelen dus, zoals in het antieke Rome. En we weten wat daarmee gebeurd is.

Gent, de PS-staat in Vlaanderen

Er wordt gezegd dat Gent een PS-staat in het klein is, een PS-stadsstaat als het ware. Naar structuur kan dat kloppen, niet naar ontstaansgeschiedenis.

Bij de neergang van de Waalse industrie van kolen en staal bleef de regio hangen in verslagenheid en onbegrip. De ruggengraat om recht te staan uit dit moeras ontbrak, omdat de politiek, de alles overheersende Parti Socialiste, vanuit een conservatieve reflex, de verandering naar een nieuwe industriële context niet zag zitten. In een KMO-landschap, zoals in Vlaanderen, zouden ze hun macht verliezen. Met de bestaande  machtsstructuren konden ze hun kiezers warm houden met de belofte dat het ooit goed komt, dat ooit Cockerill, Forges de Clabecq en Bois du Cazier uit hun as zouden verrijzen en welvaart naar de regio zouden terug brengen. Bevlogen syndicale redenaars hielden de arbeiders in de volkscafés met pinten en uitkeringen zoet. Elke arbeiderszoon kon gaan sjotten in een lokaal ploegje met een donderrood bestuur, elke armlastige burgemeester kreeg zijn sporthal of cultureel centrum. Behouden wat goed is, geen risico nemen en rekenen op de federale staat om hun eigen baronieën te financieren. Ondertussen hield een leger ambtenaren een oogje in het zeil om mensen met afwijkende meningen sociaal te elimineren of om te kopen. “Het geld was nooit op!” Waar hebben we dat nog gehoord.

In Gent liep het anders. De economische demonen na de val van de textielindustrie werden verdreven met moderne staalindustrie, automotive, distributie, onderwijs en een levendige haven. Gent was een mix van grote en kleine ondernemingen. Misschien een beetje oldfashioned, wat roestig in de besluitvorming, maar steeds vooruitkijkend. Tot zwarte zondag, 24 november 1991. Een nieuw zwart beest was opgestaan. Een nieuwe vijand moest bestreden worden. Voeg daarbij een relatief hoge werkeloosheid en een vleugje Gentse eigenzinnigheid, en de keuze was snel gemaakt. Gent zou progressief worden, vernieuwend. Gent zou afrekenen met het verleden van christelijk conservatisme en Vlaams nationalisme. De CVP burgemeesters waren vertrokken en de stad kwam in handen van de socialisten. Temmerman, Beke en vooral Termont werden de constructeurs van het, door burgemeester De Clercq fel geprezen Gents DNA. De migratiegolven uit die periode waren welgekomen meevallers en dienden om de installatie van hun PS-staat met nieuwe kiezers te ondersteunen. De aanwezigheid van de liberale brulboei Guy Verhofstadt, die onder invloed van Agalev en de Waalse socialisten de linkerzijde ging opzoeken, gaf de lokale bestuurders extra moed om hun plannen door te voeren. Gent werd een tewerkstellingsparadijs. De werkloosheid daalde, al was het maar door tewerkstelling bij de overheid en de onderwijsinstellingen. Participatie was de nieuwe mantra, ecologie de nieuwe bijbel. Iedereen die van hetzelfde gedacht was mocht meedoen. Dat daarvoor de structuren niet bestonden of niet groot genoeg waren, was geen belemmeringen: ze konden altijd bijgemaakt worden, onder de vorm van vzw’s en verzelfstandigde agentschappen.  Beiden stonden niet langer onder democratische controle en boekhoudkundige kennis was niet vereist. “het geld was toch nooit op!” Op die manier krijg je een pure PS-stadsstaat.

Gent bewijst dat zowel gemaskeerd conservatisme zoals in Wallonië als indoctrinair progressivisme leiden naar hetzelfde eindresultaat: een financieel fiasco.

Middenveld

“De middenstand regeert het land”  Het waren onsterfelijke woorden van Luc De Vos. Na zijn dood is hij opgenomen in het Gentse engelenheir. Hij paste zo goed in de stad van licht en liefde, een beschrijving die ze pas veel later kreeg, na een opstand van het middenveld onder aanvoering van Wim Claeys, the next best thing, na Luc.

“Het middenveld regeert de stad” Het kluwen van particuliere organisaties in de samenleving, die verschillende groepen, meningen en belangen vertegenwoordigen is in Gent verworden tot een zelfbedieningszaak van politiek gelijkgestemden die, onder de dekmantel van het progressivisme, vermeende problemen bedienen met vermeende oplossingen, aangebracht door vermeende weldoeners, teensletsers en menswetenschappers. De eigenschap van die groep Gentenaars is dat ze voortdurend nieuwe problemen en schendingen van “de mensenrechten” vinden om die met een nieuwe karrevracht “sociaal geëngageerden” te lijf te gaan. Het stadbestuur ziet hier een opportuniteit om haar populariteit bij dat zelfde middenveld op te krikken door steeds meer organisaties toe te laten en te subsidiëren om opnieuw problemen te kunnen aanpakken  met nieuwe oplossingen. Het resultaat? De gewone burger heeft er het raden naar.

Zo wordt het middenveld een moddervet monster dat zich ophoudt in de straten, de buurthuizen, de cafés en de vzw’s. Het zuigt financiële middelen aan om zichzelf te bedienen waardoor de essentiële functies van een stadsbestuur onder druk komen te staan. De groendienst, de vuilnisophaling, de kinderopvang en de diverse  administraties moeten bezuinigen om de moloch van het middenveld te blijven voeden en een legertje politiek-gedropte vriendjes van het stadbestuur te betalen, zonder enige democratische controle.

Zo heeft Gent de laatste drie legislaturen de stad gemetamorfoseerd tot een Vlaamse PS-staat. En we weten wat er met de PS-staat gebeurd is.