Bij de Open VLD staan de achterdeuren wagenwijd open. Voor Somers hoeft het parlement niet meer zo nodig, hij kiest voor Mechelen. Misschien met de ambitie om de schuldenberg daar verder weg te werken. En wie alles weet over dergelijke bergen is Mathias De Clercq, de door zichzelf veel geprezen Gentse burgemeester. Hij heeft zelfs Somers verdreven van de eerste plaats als het op schulden aankomt. Uit ontoombare ambitie om familiegeschiedenis te schrijven als kleinzoon-burgemeester met twee ambtstermijnen, profileert hij zich niet als kopman van een Open VLD lijst maar komt hij voor de gemeenteraadverkiezingen in 2024 op onder de weinig originele naam ‘Voor Gent’. ‘Voor Lochristi’ zou belachelijk geweest zijn want daar staan de liberalen écht sterk.
Net zoals de redelijk populaire Somers zal de redelijk minder populaire De Clercq zijn sjerp kunnen behouden, al moet hij ten tweede male zijn ziel verkopen aan de groenen. Faust zal in 2024 hoogstwaarschijnlijk zijn weinig benijdenswaardige eerste plaats als zielverkoper verliezen. Groen doet het in Gent niet eens zo slecht, beter dan het Vlaams gemiddelde. Maar zelfs al zit het in Gent vergeven van de ecologisch bewuste bakfietsers die in hun gerenoveerde lofts aan de Visserij of in de hippe Machariuswijk genieten van hun royaal overheidsinkomen, toch is er weinig animo om Watteeuw de sjerp te gunnen. Groene utopieën zijn leuk in het cultuurcafé, bij de vegan barista of in De Zevende Dag. In het echt zijn er grenzen.
Voor de blauwe Neptunus van Oostende loopt het minder lekker. Je vindt er amper nog een visser of een viswijf die voor Bart Tommelein wil stemmen. Met zijn ‘Trots op Oostende’ haalt hij amper 12% in de peilingen van het Nieuwsblad en sleurt de groenen van de goedhartige maar naïeve koorknaap De Vriendt, mee de dieperik in. Van de CD&V zwijgen we zedig. De tijden van Jan Piers liggen al lang achter ons. De socialist Crombez loopt zich al warm. Slecht nieuws dus voor de Oostendse schuldenberg. Misschien had Bart Tommelein zich niet moeten inspireren op ‘Trots op Nederland’. Iedereen weet wat dáár mee gebeurd is. Nomen est Omen.
In Kortrijk spoelde zelfs recent de eerste politieke drenkeling van de zinkende blauwe Titanic aan. Na zijn vertrek als verantwoordelijke minister van Justitie en zijn vervanging door zijn even verantwoordelijke adjunct kabinetschef, kwam Van Quickenborne de populaire Ruth Vandenberghe een schouderklopje geven, naar beneden toe, richting schepenambt. Dat menig blauwe Kortrijk hierbij zijn wenkbrauwen fronst, zal Quicky worst wezen. Zolang hij op Alcatraz een solootje op zijn luchtgitaar kan spelen.
In liberale kringen is het nu wel duidelijk. Dit is “De Eeuw van de Vrouw”. Vraag het maar aan Gwendolyne Rutten, Eva De Bleeker, Els Ampe, Mercedes Van Volcem, Erica Caluwaerts en Goedele Liekens. Nu nog wachten op Kathleen Verhelst.
Alfamannetje Alexander kan alvast een nieuw boekje beginnen beschrijven.